Cultuur

Interview

Interview

Unilever, producent van onder meer de Unox-rookworsten, ontving eerder dit jaar een ongewenst overnamebod van zijn Amerikaanse concurrent KraftHeinz.

Foto Arie Kievit / HH

‘Wij zijn er niet om het Nederlandse bedrijfsleven in stand te houden’

Peter Borgdorff

Minister Kamp wil dat pensioenfondsen meer in Nederlandse aandelen gaan beleggen. Peter Borgdorff (PFZW) is dat niet van plan.

Hij is niet de typische bestuurder uit de financiële sector. Peter Borgdorff (63) is opgeleid als bakker. Toch kwam hij via functies „in de polder” – vakbeweging én werkgeversorganisatie – vijftien jaar geleden in de pensioensector terecht. Nu is Borgdorff directeur van het pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW), verantwoordelijk voor een pensioenpot van 185 miljard euro en 2,5 miljoen deelnemers. „Onze specialisten moesten me aanvankelijk alles uitleggen”, zegt Borgdorff. Een voordeel, vindt hij, want „als ík het snap, kan ik onze deelnemers ook duidelijk maken wat we doen”.

Dat een bakker zich, na de nodige bijscholing, bemoeit met pensioenen, wil voor Borgdorff nog niet zeggen dat politici dat ook mogen doen. PFZW is niet van plan klakkeloos gehoor te geven aan de oproep van demissionair minister Kamp (Economische Zaken, VVD) aan pensioenfondsen om meer in Nederlandse aandelen te beleggen. Kamp hoopt dat pensioenfondsen een buffer vormen tegen ongewenste overnames, een wens die is ontstaan doordat kort na elkaar PostNL, Unilever en AkzoNobel zijn belaagd door buitenlandse concurrenten.

De AEX doet het prima. Waarom komt u Kamp niet tegemoet door wat meer in Nederlandse multinationals te beleggen?

„Als Nederlands pensioenfonds voelen we natuurlijk de opdracht om in Nederland te beleggen. En dat doen we ook, vaker nog via investeringen in private projecten dan via de beurs. Maar tegelijkertijd zijn we niet op aarde om het Nederlandse bedrijfsleven in stand te houden. Wij moeten geld verdienen om pensioenen te kunnen betalen. En dat doen we goed, met een gemiddeld rendement van 8,2 procent per jaar. Daarbij hebben we volledige beleggingsvrijheid, zoals de EU dat heeft bepaald. Zo kiezen we ervoor om te beleggen in de zeesluis van IJmuiden. Dat is ónze keuze, daar moet Kamp zich niet mee bemoeien. Ik moet trouwens zeggen dat ik het wel bijzonder vind dat dit pleidooi komt van een demissionair kabinet dat voor de helft bestaat uit liberalen.”

Nederlandse bedrijven zijn kwetsbaar, lijkt het. U kunt helpen een uitverkoop te voorkomen.

„Wij zien dat echt anders. Toen Akzo ICI overnam, stonden we applaudisserend langs de kant. De Britten vonden dat echt niet leuk. Nu is het andersom en schreeuwen we moord en brand. Ik vind dat, ehm, bijzonder. Voor ons geldt: als een overnamebod echt aantrekkelijk is, kunnen we dat niet laten lopen. Daarbij kijken we eerst naar de prijs en vervolgens naar de effecten op werkgelegenheid en duurzaamheid. Bij de overnamepoging van KraftHeinz [op Unilever, red.] waren we daarom kritisch. Maar als er voldoende animo is om het bod te accepteren, gaan we niet dwarsliggen.”

Kunt u zich wel vinden in het voorstel van Kamp om bestuurders een jaar bedenktijd te geven bij een vijandige overnamepoging?

„Ook daar word ik niet vrolijk van. Ik begrijp de wens om bestuurders de mogelijkheid en tijd te geven een overnamebod goed te beoordelen. Maar we kennen al behoorlijk wat beschermingsconstructies die dit mogelijk maken. Een jaar bedenktijd betekent dat de handel gedurende dat jaar vrijwel stil ligt, en dat is niet goed voor het rendement en dus het pensioen van onze deelnemers.”

In essentie wil het voorstel de macht van de aandeelhouder beperken. Die zou vooral zijn kortetermijnbelang voor ogen hebben en daarmee een bedreiging vormen voor het bedrijf.

„Activistische hedgefondsen, die nu veel in het nieuws zijn, willen snel geld maken, dat is duidelijk. Daar kun je van alles van vinden. Soms richten ze schade aan, zoals bij ABN Amro, maar onder druk van activisten hebben bedrijven ook veranderingen doorgevoerd die goed zijn voor de onderneming en aandeelhouders zoals wij, die focussen op de lange termijn en duurzaamheid belangrijk vinden. Bovendien: een bedrijf bestáát bij de gratie van zijn aandeelhouders. Er is een debat gaande over de vraag: is de aandeelhouder de eigenaar van een onderneming? Nou ja, in ieder geval mede- eigenaar zou ik zo denken. En zo gedragen we ons ook. We zijn actief betrokken bij de bedrijven waarin we beleggen en stemmen bijna altijd op aandeelhoudersvergaderingen.”

Hoever gaat die betrokkenheid?

„Dat hangt van het thema af. We hebben ons in het verleden bijvoorbeeld nadrukkelijk bemoeid met beloningskwesties, zoals bij Shell en KPN. Dan laten we ons heel duidelijk horen en gaan we het gesprek aan. Soms werkt dat. Soms ook niet en dan is de ultieme consequentie dat we ons belang verkopen. Dat deden we bijvoorbeeld vier jaar geleden bij Walmart, dat vakbondsrechten niet respecteert. Ook beleggen we niet meer in tabak. Niet omdat het zo ongezond is – die keuze moeten mensen zelf maken – maar vanwege slavernij op de plantages en toevoeging van stoffen die vooral jongeren snel verslaafd maken. ”

Geeft u eens een voorbeeld van een bedrijf waarbij uw kritiek wel effect had?

„Het Amerikaanse bedrijf Mylan, nu weer in het nieuws vanwege exorbitante beloningen waartegen we ons ook verzetten. Maar toen twee jaar geleden bekend werd dat zij een spierverslapper maakten die behalve in operatiekamers ook werd gebruikt bij de uitvoering van de doodstraf, hebben we daartegen geprotesteerd. Met succes: het middel van Mylan wordt niet meer gebruikt bij executies.”

Je kunt ook zeggen: als de doodstraf dan toch wordt toegepast, dan liever met een goed medicijn.

„Daar wil ik niet eens over nadenken. Wij willen er op in ieder geval op geen enkele manier bij betrokken zijn. We kunnen de doodstraf niet afschaffen, maar we kunnen op deze manier wel een signaal afgeven.”