Recensie

Voodoo is overal op de wereld

Journalist Leendert van der Valk reisde de wereld over om meer te begrijpen van voodoo, een natuurgeloof waarin goden en muziek van groot belang zijn.

Na het veelgeprezen Duivelsmuziek (2011) komt Leendert van der Valk opnieuw met een reisboek. De reis begint in zijn platenkast, want de muziekjournalist is nieuwsgierig naar de diepere laag in de funk, soul, hiphop, jazz, blues en afrobeat waar hij zo van houdt. Die diepere laag heet voodoo – of ook wel voudou, vaudou, vodou en vodun.

Van der Valk (1980) leert het fenomeen kennen via een kennis van hem, de in Nederland wonende Togolees Leopold die in voodoo gelooft. Dat verbaast de journalist: een moderne man van de wereld die in zoiets ouds en achterhaalds gelooft. En is die geheimzinnige voodoo niet ook nog eens heel eng?

Volgens Leopold niet: hij legt uit dat het een natuurgeloof is dat om de vier elementen (lucht, aarde, water en vuur) draait, met goden of geesten die je om advies kunt vragen. Leopold neemt zijn geloof heel serieus: hij laat zich via de voodoopriester adviseren over bijvoorbeeld problemen op zijn werk of over zijn liefdesleven.

Slavenschepen

Muziek is van groot belang in voodoo-rituelen. Ritmes en liedjes die zich vanuit Afrika over een groot deel van de wereld hebben verspreid, gingen meestal ‘gedwongen op reis’, zoals Van der Valk schrijft: via talloze slavenschepen. Bij veel grote namen uit de muziekgeschiedenis is de invloed van voodoo duidelijk te zien en te horen, van Robert Johnson tot Jimi Hendrix, van Nina Simone tot Beyoncé. Maar ook salsa en de Surinaamse kaseko-muziek zijn er schatplichtig aan. Als je erop let en namen of termen als Legba, obeah, Yoruba, Dahomey, Marie Laveau, orisha en Ibeyi in titels en songteksten herkent, kom je voodoo overal tegen.

De bekende zomerklassieker ‘Mas Que Nada’ van Sergio Mendes? In de originele versie was het een chant voor de godin Yemaja. (Wie wil horen hoe dat klinkt moet de speciale ‘Voudou: de liedjes uit het boek/playlist op Spotify opzoeken; ook is er een bijbehorende cd verschenen op Excelsior Recordings met muziek die in het boek ter sprake komt.)

Winti

Van der Valk zoekt de voodoo-goden op in de Verenigde Staten (Mississippi en New Orleans), Haïti, Suriname, Togo en Benin. Maar zijn reis voert hem ook naar Sportpark Poelenburg in Zaandam, waar een Surinaamse winti-ceremonie met veel muziek en dans plaatsheeft – een ceremonie waar aan de schrijver tot zijn verrassing gevraagd wordt mee te doen, als ‘vertegenwoordiger van de Nederlandse overheid’.

In de hoofdstukken over Togo en Benin gaat hij uitgebreid in op de slavenhandel en de (nu nog altijd onderbelichte) rol die Nederland daarin speelde. De ‘Nederlandse bijdrage aan de verspreiding van voodoo-ritmes over de wereld’, zoals Van der Valk het enigszins cynisch omschrijft, ging ten koste van honderdduizenden levens. In Haïti ziet hij hoezeer vodoo verweven is met politiek. En hoe er op veel plekken, zoals in Mississippi, liever niet over voodoo gepraat wordt.

Zo blijkt voodoo een veelgelaagd onderwerp waar veel interessants over te vertellen is. Maar wat Voudou vooral de moeite waard maakt, is hoe Van der Valk dat onderwerp benadert. Met een open blik, nieuwsgierig, en met de wil om het zelf zoveel mogelijk mee te maken. Dus danst hij tijdens rituelen enthousiast mee op voodoo-ritmes en komt hij op plekken waar witte buitenstaanders normaal gesproken niet welkom zijn. Hij zoekt voodoo-priesters op, vraagt de goden of hij over ze mag schrijven en brengt zelfs een offer.

Als participerend journalist doet hij volop mee, maar blijft hij ook kijken met de nuchtere blik van de ongelovige. Een spannende combinatie. Van der Valk schrijft met respect over voodoo en de voodoosi, én heeft oog voor de rare aspecten ervan. Uiteindelijk concludeert hij dat erin geloven niet nodig is. Over de egungun, de uitbundig uitgedoste en gemaskerde figuren die voodoosi zien als vooroudergeesten, schrijft hij: ‘Ik zie ze en hoor ze. En, voor het eerst: ik geloof ze. Niet omdat ik in ze geloof, maar omdat het voelt alsof ik ze begrijp.’ De grote verdienste van Voudou is dat je na lezing meer begrijpt van het eeuwenoude geloof dat, in zijn diverse verschijningsvormen, nog altijd springlevend is.