opinie

Vergeet het klassieke slagveld. Welkom in de hybride oorlog

We zijn in oorlog met de radicale islam, schrijft . Dit ongrijpbare conflict vraagt om nieuwe wapens. „We hebben een creatieve krijgsraad nodig met militairen, kunstenaars, hackers, reporters, antropologen, arabisten, economen en theologen.”

Gemaskerde leden van Hamas in Gaza. Foto Teun Voeten. Bekijk meer van zijn werk op www.teunvoeten.com

Europese leiders kloppen zich op de borst en beweren dat het dankzij de Europese Unie is dat we hier al zeven decennia geen oorlog meer hebben. Klassieke oorlogen tussen natiestaten zijn inderdaad ook een uitstervend verschijnsel. Maar het is bizar dat ze de oorlog niet zien die nu recht onder onze neus plaatsvindt: de oorlog met de radicale islam. Ondubbelzinnig, met woord en daad heeft IS al een paar keer de oorlog verklaard aan ‘het Westen’.

Dat veel mensen de huidige oorlog erkennen noch herkennen, komt waarschijnlijk doordat we in een nieuw soort oorlog verzeild zijn geraakt, een nieuw fenomeen dat niet eerder in Europa is vertoond: de hybride oorlog. Het is een ongrijpbaar conflict, soms verborgen, ver van ons bed, etterend in de achtergrond, soms recht in ons gezicht, hard, bloederig, wreed en expliciet, soms virtueel aanwezig in cyberspace. Bij oorlog denken velen aan slagvelden met tanks, loopgraven met kanonnen, colonnes soldaten: de zogenaamde ‘klassieke oorlog’, een strijd tussen gelijkwaardige natiestaten die door geüniformeerde strijdkrachten op een welomschreven slagveld volgens bepaalde regels werd uitgevochten. Oorlog als diplomatie met andere middelen, in de woorden van militair denker Carl von Clausewitz.

De Eerste en Tweede Wereldoorlog waren hier perfecte voorbeelden van. Later in de 20ste eeuw zagen we het war by proxy-model, waar de Koude Oorlog werd uitgevochten in derdewereldlanden tussen een door de supermachten gesteunde communistische guerrilla versus een kapitalistisch regime. Of juist andersom. Met het verdwijnen van de Sovjet-Unie bloedden deze ideologisch getinte conflicten dood en kregen we de zogeheten new wars, low intensity conflicten, uitgevochten met primitieve wapens door ongeregelde, op Mad Max en Rambo geïnspireerde strijders, waar de grenzen tussen criminaliteit en oorlog vervaagden. Krijgsheren zagen oorlog niet als middel maar als doel om zich te verrijken. Sierra Leone, Liberia, Afghanistan en Colombia waren typische voorbeelden.

Nu, met de globalisatie en internet, is het tijdperk van de hybride oorlog aangetreden. „Hybride oorlog is alles wat we de afgelopen dertig eeuwen in oorlogsvoering hebben gezien, maar dan allemaal tegelijk”, zei generaal Tom Middendorp. Plus alles wat we nog nooit gezien hebben en wat tot nu toe ondenkbaar was. De drugsoorlog in Mexico, maar vooral de strijd van IS tegen het Westen, is de ultieme hybride oorlog. Het is een diffuus, fluïde conflict, waar de doeleinden vaag en meervoudig zijn, waar alle methoden en technieken worden aangewend. Van de meest primitieve en wrede kromzwaarden, hakbijlen en brandstapels tot de meest geavanceerde lasergestuurde raketten en cyber-aanvallen. Strakke hiërarchische commandostructuren hebben het veld geruimd voor losse, flexibele en voortdurend veranderende netwerken van freelancers. Hybride soldaten zijn niet langer door de staat betaalde professionals die pas na een jaar training wapen en uniform krijgen, maar worden gerekruteerd en komen spontaan uit alle lagen van de bevolking, over de hele wereld. Militaire ervaring is irrelevant.

Zoveel zielen, zoveel doelen

IS heeft geen eenduidig doel. IS heeft zelfs geen coherente identiteit. IS is aan de ene kant een organisatie met een leider, Abu Bakr al-Baghdadi, en een staat – die overigens snel aan het verdwijnen is. Maar IS is ook een concept, een narratief, a way of life dat een sense of belonging geeft, een ijzersterke brand die glamour uitstraalt. IS is ook een wereldomspannend netwerk van zowel individuele operatoren als kleine cellen. Wat dat betreft werkt IS als het McDonald’s franchise-systeem. Men kan een opdracht van de leider krijgen, maar het staat iedereen vrij om uit naam van IS zelfstandig eender welke oorlogshandeling te plegen.

De doelen van IS zijn meervoudig. Zoveel zielen, zoveel doelen. Sommigen streven naar een wereldheerschappij van de islam en globale oplegging van de sharia, anderen zijn reeds tevreden met een territoriale eenheid, een kalifaat in de Levant. Sommigen willen alle kafirs (ongelovigen) bekeren of elimineren, andere groepen binnen IS, Saddam-getrouwe voormalige Iraakse-legeronderdelen bijvoorbeeld, zouden best vreedzaam met christenen kunnen samenleven.

Bepaalde stromingen koesteren apocalyptische visioenen waar de islamitische krachten uiteindelijk de christelijke kruisvaarders bij Dabiq in de pan zullen hakken. Sommige individuen hebben zuiver egocentrische redenen en zoeken door als martelaar te sterven een compensatie voor seksuele frustraties die de 72 maagden in het hiernamaals wellicht kunnen goedmaken. Anderen hebben nihilistische en suïcidale motivaties – onderzoeker Bilal Benyaich noemt ze de „loser-jihadi’s” – en willen een gefaald leven groots en meeslepend beëindigen door het met een grote klap aan een islamitische kapstok op te hangen. Weer andere individuen leven zieke machtsfantasieën uit. Vernedering van het Westen, intimidatie en sabotage zijn ook doeleinden.

De oorlog van IS tegen het Westen is een asymmetrisch conflict. Als alle jihadi’s het op een slagveld zouden opnemen tegen een coalitie van westerse strijdkrachten, zou de strijd snel beslist zijn. Daarom hanteert IS insurgency tactieken, nooit grote militaire confrontaties, maar hit and run guerrilla-acties.

Niet aan regels gebonden

Typisch voor de hybride oorlogsvoering is de democratisering van de oorlog. Met een mes uit de keukenla kan een eenling al IS-strijder worden zolang hij de magische woorden ‘Allahu Akbar’ maar uitroept. De iets beter georganiseerde cellen produceren zelf bommen en gebruiken vrachtwagens, huis-, tuin- en keukenmiddelen die eenvoudig voorhanden zijn. IS-strijders en hun sympathisanten die niet tegen bloed kunnen, bedrijven propaganda en psychologische oorlogsvoering. Dankzij het internet en sociale media zijn er ongekende mogelijkheden waar Joseph Goebbels de vingers bij zou aflikken.

Natuurlijk werkt de democratisering twee kanten op, vreedzame tegenstanders van IS voeren al een contra-oorlog in de cybersfeer. Hackercollectief Anonymous compromitteert IS-accounts op de sociale media. Maar het zal niet lang duren of in navolging van Latijns-Amerika versplintert het geweld: vrees autodefensas, zelfverdedigingsmilities, die het recht in eigen handen nemen, zichzelf legitimerend omdat de overheid in hun ogen niet daadkrachtig genoeg optreedt.

Hybride oorlogen houden zich niet aan regels en worden niet gevochten volgens de Conventie van Genève. De grens tussen strijders en burgers is vaag. Civiele doelen zijn ook militaire doelen. Extreem geweld is standaardrepertoire. Sommigen noemen dit zinloos. Maar het dient wel degelijk een doel. Geweld heeft een instrumentele dimensie, uitschakelen van de tegenstander, maar is ook een performance met een communicatieve dimensie. Met hun gelikte onthoofdings- en verbrandingsvideo’s en spectaculaire aanvallen en theatrale massaexecuties begrijpt IS als geen ander de symbolische waarde van goed geënsceneerd geweld.

Overwinning anders definiëren

Zoals indertijd het Medellin-kartel de sicarios als kamikazepiloten had, zo put IS haar voetsoldaten en kanonnenvlees uit een steeds meer uitdijende klasse van buitengeslotenen. Uitsluiting, zowel economisch als sociaal-cultureel, komt van twee kanten. Velen geven de schuld aan ‘het Westen’, een containerbegrip dat synoniem is met ‘alles wat er fout is in de wereld’. Belangrijker zijn mechanismen van zelf-uitsluiting, waarmee individuen zich afscheiden en in een self-fulfilling prophecy hun eigen achterstelling bewerkstelligen.

In hoeverre deze ‘eenzame wolven’ ondersteuning krijgen is natuurlijk een moeilijke vraag. Collaboratie kent vele gradaties, van actieve logistieke tot stilzwijgende morele steun.

Hoe IS aan te pakken is een ander verhaal. Maar in ieder geval moet het antwoord even hybride zijn als de onvoorspelbare uitdaging. Flexibel, multidimensionaal, creatief, soms hard en duidelijk, dan weer subtiel en ondergronds. De Europese Unie is natuurlijk de gedroomde tegenstander van een hybride vijand. Het is een logge, gecentraliseerde pseudostaat die haar territoriale integriteit niet kan waarborgen maar tegelijkertijd haar lidstaten het recht ontzegt haar eigen grenzen te beschermen.

Er zou een war council moeten komen, een creatieve krijgsraad. Met onafhankelijke denkers en ondernemers en mensen met ervaring uit het veld. Een defensief ecosysteem dat bestaat uit militairen, kunstenaars, scenarioschrijvers, burgers, politiemensen, hackers, oorlogsreporters, antropologen, arabisten, gederadicaliseerde moslims, geheim agenten, economen, theologen en filosofen. Een grondige analyse van het huidige conflict is het belangrijkste. Dan pas kunnen we effectieve strategieën uitstippelen en uitvoeren, zowel op militair, civiel als juridisch vlak.

IS en haar gedachtengoed compleet verslaan is een illusie. In hybride oorlogen moeten we overwinning anders definiëren dan in de klassieke oorlogen waar de oorlog was afgelopen als één partij in de pan werd gehakt, tot onvoorwaardelijke overgave werd gedwongen en een vredesakkoord tekende.

Nu moeten we leren leven met een hoeveelheid geweld in onze samenleving die helaas endemisch zal zijn. Maar we kunnen dat geweld wel tot aanvaardbare proporties terugbrengen. Welke mate van geweld nog leefbaar is, zal de grote vraag zijn.