Recensie

Gestraft worden voor vrouw-zijn

Charlotte Wood

Deze schrijfster slaat je om de oren met slutshaming en de scheve perceptie van vrouwelijke seksualiteit.

De Australische Charlotte Wood (1965), schrijver van diverse romans en non-fictieboeken, windt er geen doekjes om in interviews: Ontregeld is een statement. Deze roman, onder meer bekroond met de prestigieuze Stella Prize, gaat over tien jonge vrouwen die in een bizar strafkamp worden opgesloten. Hun verwantschap ligt erin dat ze allen en public aan de schandpaal zijn genageld omdat ze het deden met machtige mannen. Zoals protagonist Verla, die er een affaire op nahield met een minister (hij zou ‘nooit betrekkingen met haar hebben gehad’) en zeker weet dat hij haar komt redden. Zoals Yolanda, tweede protagonist, de mooiste van de groep, die met een groep voetballers te maken kreeg.

‘De Skypesnol’, denkt Verla over het gezelschap: ‘de hondslelijke cruisekut; het varkentje aan het spit, de grote rode gleuf, delletje nummer twaalf [...] Zij staan voor wat er gebeurt als je goddomme je grote sloeriebek niet houdt.’ De vrouwen worden kortom gestraft voor hun seksualiteit, hun vrouw-zijn, voor het open zijn over seks of misbruik.

Laboratoriumproza

Wood baseerde de roman op een bestaande, vergelijkbare instelling: de Hay Institution for Girls, waar in de jaren zestig ‘onzedige’ (vaak: misbruikte) meisjes werden ‘heropgevoed’. Hoe de vrouwen in het gruwelijke kamp zijn terechtgekomen is onduidelijk, en zelfs als je een vermoeden begint te krijgen (hebben ze nu een overeenkomst getekend? Waarom dan?) blijft het vaag.

Wel helder: het verblijf is een verschrikking. De leiding is ronduit amateuristisch en zeer gewelddadig. Het eten is ongezond, en op een bepaald moment zelfs op. De arbeid – betonnen platen sjouwen – is zwaar en het terrein is omheind.

Zo veel mensen bij elkaar, die tien vrouwen dus en de leiding – dat levert geheid laboratoriumproza op. Geen slechte zaak: een schrijver die de menselijke geest en gedragingen raak bloot kan leggen door personages onder een stolp of in een afgesloten gebied te plaatsen, doet menig lezer een plezier.

Wood maakt het spannend op verschillende niveaus. Psychologisch: hoe liggen de verhoudingen, en hoe gaan al die vrouwen (van soldate tot society-type) om met dit bestaan, waarin ze slapen in kennels en met een knuppel worden geslagen? Wat gebeurt er als de machtsverhoudingen zich om lijken te draaien? Maar ook: redden ze het fysiek, en kunnen ze misschien vluchten? Is het mogelijk om Boncer – de leider van het kamp – om te brengen? Verla besluit in ieder geval een poging te wagen.

Ondertussen moeten de vrouwen zich voortbewegen in een ouderwets kostuum, met een grote kap op hun hoofd – de gelijkenis met Margaret Atwoods The Handmaid’s Tale dringt zich op meer dan één manier op.

Onder al die gruwel en sensatie lopen enkele interessante lijnen, die – uiteraard – vooral te maken hebben met het beeld dat er van vrouwen heerst. Een beeld dat, niet verrassend, door de vrouwen in het boek ook is overgenomen. Zo vindt Verla alle vrouwen eigenlijk wat minder waard dan zichzelf; sletten zijn het, terwijl zij de echte liefde kende. En de maffe verpleegster brult schaamteloos grove beledigingen met de mannen mee – terwijl die mannen haar, hoewel ze precies hetzelfde roept als zij, niet serieus nemen.

Pop met mensenhaar

Wood hoeft niet nadrukkelijk te wijzen op het feminisme van haar boek. Het ligt er soms iets te dik bovenop. Sowieso lijkt het alsof ze wat kunstgrepen toepast om de lezer niet te laten vergeten dat er Gegruweld moet worden: dode dieren uiteraard, pussende wonden ook, een enge pop met mensenhaar. Het werkt, maar wekt ook lichte irritatie op: nu snappen we het wel.

Daarnaast lijken de terugblikken naar het leven van met name Verla voor haar gevangenschap wat geforceerd, net als haar gemijmer over dichtregels van Walt Whitman, hoewel die in zijn Leaves of Grass ook niet vies was van een gruwelijkheidje. Waarmee je je af kunt vragen: is het kwalijk, dat overduidelijke? Romantechnisch gezien misschien wel, in een betoog is zoiets beter op z’n plaats. Het scheelt dat Wood erin slaagt om, terwijl ze haar lezers om de oren slaat met de scheve perceptie van vrouwelijke seksualiteit, hun en passant ook een lekkere pageturner voor te schotelen.