Recensie

Ondanks alles, hier is het walhalla

Het is al juli als Stefan Brijs in het door hem geboekstaafde kalenderjaar 2016 iets opmerkt over zijn vrouw. Aha, hij heeft een vrouw! Tot die tijd had je daar geen weet van, zoals je ook over zo veel andere persoonlijke zaken genadeloos in het duister wordt gelaten. Een jaar Andalusië, waar de Vlaamse schrijver van succesvolle romans als De engelenmaker (2005) en Post voor mevrouw Bromley (2011) sinds een paar jaar vertoeft, betekent voor Brijs ook echt een jaar Andalusië: de natuur, de (nationale) politiek en de plaatselijke cultuur. Geen herinneringen, geen trillendelipmijmeringen over het achtergelaten vlakke land en – zeer opvallend – zelfs geen opmerkingen over het eigen ambacht, dat van de romanschrijverij. Geen woord over de totstandkoming of receptie van Maan en zon (2015). Notities over een nieuw te bouwen schrijfhut komen nog het dichtst in de buurt van Brijs’ stiel.

Andalusisch logboek valt nog het best te typeren als de weerslag van een persoonlijke ontdekkingsreis door zijn nieuwe habitat – een habitat die Brijs (1969) op zeker moment zelfs al als ‘thuis’ bestempelt. Voor de vogelaar annex kunstminner annex politiekwatcher is Andalusië dan ook een walhalla. De impasse in de Spaanse formatiebesprekingen (het lijkt België wel) doet hem weliswaar verzuchten dat Spanje een ‘land op lemen voeten’ is, maar de processies, de schilderijen van Francisco de Zurbarán en de overweldigende aanwezigheid van allerlei gevogelte (zoals de bijeneter, een soort vliegende discobol) doen hem vaak in een eloquent en aanstekelijk jubelen losbarsten. Waarom zouden zo veel schrijvers toch ‘iets’ met vogels hebben? Willen ze koste wat kost benoemen wat een ander onopgemerkt voorbij laat zeilen?

Iets meer persoonlijkheid had Brijs wel in zijn boek mogen verwerken. Hij is in feite zijn blik, en die is analytisch en onverminderd leergierig, maar soms ook wat steriel. Misschien slaat hij het menselijke wel niet zo hoog aan. Dat fundament van milde misantropie is ook niet zo vreemd: door Brijs’ zintuigen krijgen we tal van humane idioterieën mee, van de laffe stierengevechten en de roofbouw die de boeren op het land plegen omdat hipstervoedsel (de avocado!) er zo goed gedijt, tot de hippies in het nabijgelegen strandoord, door Brijs vilein omschreven als ‘de aangespoelden, de normlozen, de nuttelozen’ die ‘als zeerobben naar elkaar loeien, als apen op rotsen en daken klimmen en als dolle koeien over het strand wankelen en waggelen’. Doe hem de vogels maar.