Martin Fondse wint Boy Edgar Prijs

De jury van de belangrijkste jazzprijs van Nederland roemt Fondse om zijn „omnivore muzikale geest”. „Ik schrijf niet voor instrumenten, maar voor muzikanten.”

Martin Fondse: „Ik laat in mijn werk ook graag dingen open waarmee de muzikanten zelf hun gang kunnen gaan.” Foto Krijn van Noordwijk

„Ik zag het absoluut niet aankomen. Het valt prachtig op zijn plek, precies 25 jaar nadat ik ben afgestudeerd aan de Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem – en bovendien in het jaar dat ik 50 ben geworden. Dat vind ik uniek.”

Vrijdagmiddag werd bekendgemaakt dat pianist, componist en arrangeur Martin Fondse dit jaar de winnaar is van de Buma Boy Edgar Prijs, de grootste jazzprijs van Nederland. De prijs is drieledig: een plastiek van Jan Wolkers, een geldbedrag van 12.500 euro en een uitreikingsavond op 6 december in het Bimhuis in Amsterdam, die de winnaar zelf mag samenstellen. Fondse wordt door de jury geprezen om zijn veelzijdigheid en de „omnivore muzikale geest” waarmee hij klassiek, jazz, latin en wereldmuziek weet te verbinden.

Juist die veelzijdigheid is u door puristische critici verweten, omdat uw muziek daardoor niet in hokjes past.

„Ja, alsof ik geen keuzes kan maken. Ik snap dat ook wel; hokjes zijn veilig. Maar ik kies wél per project. En ik kies er ook voor om het componeren en arrangeren te blijven combineren met het optreden. Ik zou het één noch het ander willen missen. Als ik schrijf, ben ik een torenkamerpianist die in stilte creëert. En als ik speel, werk ik in een team. Ik laat in mijn werk ook graag dingen open waarmee de muzikanten zelf hun gang kunnen gaan. Ik schrijf niet alles vol. Die vrijheid is voor jazz essentieel. Ik zeg wel eens: ik schrijf niet voor instrumenten, maar voor muzikanten.”

Jazzmuzikanten hebben in het verleden vaak populaire muziek gespeeld om het hoofd boven water te houden. En nu?

„Ik heb het idee dat de grenzen tussen de genres zijn weggeraakt. Pop en jazz zijn verweven geraakt; er wordt niet meer op neergekeken. Zelf heb ik in die 25 jaar heel veel voor het Metropole Orkest geschreven. Het meeste vond ik zelf ook mooi, en een enkele keer was het iets dat ik thuis niet zou opzetten. Maar dat gaf me dan weer de gelegenheid platen met eigen groepen te maken. Alles bij elkaar kan ik precies doen wat ik wil – en als men dat wil weten: ik kan er nog van rondkomen óók.”

Al plannen voor de uitreikingsavond op 6 december?

„Ja, die heb ik. Ooit ben ik begonnen met een octet, dat vond ik een ideale omvang – groter dan wat je gewoonlijk hoort, maar niet zo groot als een big band. Op deze avond wil ik ook weer wat grotere bezettingen laten spelen, een mannetje of tien, twaalf, met mensen die in de loop der jaren belangrijk voor me zijn geweest. Verder neem ik in oktober een maand vrij om een nieuwe suite te schrijven die dan gespeeld kan worden. Ik moet nog een titel bedenken, want er bestaat helaas al een Boy Edgar Suite, van de formatie Contraband. En verder komt er een verrassing. Daar zeg ik dus niets over.”