Column

Macron neemt de regie voor Europa

Vanwege zijn eerste Europese Raad van regeringsleiders, gisteren en vandaag, ontving de Franse president de pers. In de tuin van het Élysée, onder drie parasols om het onder de 35 graden te krijgen, met Franse en Europese vlaggen. Geen woord over de binnenlandse politiek (waar zojuist een minister haar ontslag had ingediend), geen blik op zijn telefoon, geen fluisterende adviseur: anderhalf uur glasheldere politieke uiteenzetting, zoals voorganger De Gaulle ze een halve eeuw geleden ten beste gaf.

Uitgaand van de sombere stand van de wereld – oorlogen, terreur, klimaat, de terugtrekking van de Verenigde Staten – en uitkomend bij de politieke wil om onze beschaving en manier van leven te beschermen, dankzij een Franse renaissance „en hopelijk een Europese”. (Onder de acht aanwezige kranten helaas geen uit het Nederlandse taalgebied, dus ik leun op Le Figaro, Le Soir, The Guardian en Süddeutsche Zeitung.) Tegen Hongarije en Polen, die geld uit Brusselse potten willen maar democratische waarden schenden, zei Macron: Europa is geen supermarkt, we delen een lotsbestemming. Over Syrië: Frankrijk zal desnoods alleen de rode lijn ‘geen gifgas’ verdedigen. Over Brexit: de deur staat open, tot ze over de drempel zijn.

Macrons slagzin in dit interview: „une Europe qui protège”, „een Europa dat beschermt”. Daarmee verbindt hij zijn onversneden Europese overtuigingen met de zorgen van veel kiezers over globalisering, migratie, terreurgeweld – in Frankrijk bij Front National-stemmers en thuisblijvers.

Voor deze top nam Parijs de ‘detacheringsrichtlijn’ op de korrel: maak het moeilijker voor een Pools uitzendbureau tegen Pools tarief op de West-Europese markt te opereren. Een recent compromis tussen West- en Oost-Europa is Macron nog te liberaal. Hij leest het Britse referendum – deze vrijdag één jaar geleden – als ‘nee’ tegen de instroom van werknemers uit Oost-Europa; een alarmsignaal.

Afgelopen weken ontving Macron ter kennismaking veel Europese collega-presidenten en -premiers; Mark Rutte was afgelopen vrijdag op het Élysée. (Minister Bert Koenders deed verslag in Buitenhof; grappig hoe op zijn gezicht de bewondering voor een virtuoze speler slag leverde met de Haagse zuinigheid van eerst-zien-dan-geloven en wij-willen-dit-allemaal-niet.) Eigenaardig is dat Rutte de Fransman maande het uitzendcompromis met rust te laten (FD, 17 juni). Wilde de premier EU-ervaring tonen of vindt hij dit een Nederlands belang?

Dit laatste is de vraag. Ook Nederlandse vrachtwagenchauffeurs willen niet door Bulgaarse collega’s in de berm of de uitkering worden gereden. In elk geval erkent ook Den Haag nu dat „bescherming” (protection) niet synoniem is met „protectionisme”. Een grondslag waarop Nederland en Frankrijk zaken kunnen doen op thema’s als buitengrenzen of defensie (met strijd over de eurozone in het verschiet).

De Europese Raad van regeringsleiders, waar Macron zijn debuut maakt, is door Franse presidenten bedacht, uitgebouwd en als toneel benut. Terwijl de Commissie zich specialiseerde in ‘regelpolitiek’, voor economische vrijheden voor burgers en bedrijven, bieden de Europese toppen het gezag voor ‘gebeurtenissenpolitiek’: zelf handelen, eropuit met soldaten of grenswachten, beschermen. Ooit af te doen als Frans stokpaardje, is dit vermogen in het tijdperk-Trump van continentaal levensbelang, zo beseft ook Merkel in Berlijn. De opdracht zit de Fransen als gegoten: in Parijs draait politiek minder om regel en compromis (zoals in Berlijn, Den Haag of Brussel) maar om initiatief, handeling en belichaming. In dit stelsel is de président de opperacteur, mise-en-scène zijn corebusiness. De man die als zestienjarige verliefd werd op zijn toneeljuffrouw begreep het al vroeg.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof en hoogleraar Europees recht en EU-studies (Leiden, Louvain-la-Neuve). Deze column is wekelijks.