Wij geven u dit artikel cadeau om u een concreet voorbeeld te geven hoe de NRC-code terugkomt in onze journalistiek. Vanuit de NRC-code ontstaat journalistiek waar wij trots op zijn.

Keerpunt?

NRC Code nr. 2

Als liberaal medium maken wij ons sterk voor grondrechten en burgerrechten: vrijheid van meningsuiting, van vereniging en vergadering en van godsdienst, en voor het anti-discriminatiebeginsel (Grondwet, artikel 1).

persoon

Paaipolitiek, Zwarte Piet als nationale splijtzwam, het einde van het naoorlogse humanisme, niets blijft onbesproken bij columnist en P.C. Hooftprijswinnaar Bas Heijne. ‘Uit een column moet een morele betrokkenheid spreken, die absoluut oprecht is. Er moet echt iets op het spel staan.’

Wie weet schrijft iemand de geschiedenis van de 21ste eeuw nog eens aan de hand van gevallen torens: de afgelopen week kwamen er twee bij. Donderdag trad de voorzitter van de deelraad Kensington af vanwege de gebrekkige opvang na de brand die Grenfell Towers volledig in de as legde – minstens 79 doden, radeloze achterblijvers en een kleine volksopstand. De uitgebrande torenflat en de lamlendige reactie van premier Theresa May, die de bewoners eerst angstvallig meed en later werd uitgescholden, gaf haar gezag opnieuw een flinke knauw.

Niet alleen haar gezag – binnen een paar dagen werd de brand een symbool. Hij maakte de kloof zichtbaar tussen woord en daad, tussen de retoriek waarmee de Britten lekker waren gemaakt op weg naar de Brexit, en de asociale werkelijkheid. Het imago van May is kunstmatig neergezet als de bikkelharde leider die het verschrikkelijke juk van Europa zou afwerpen, de incarnatie van Margaret Thatcher die de verwaten bureaucraten in Brussel in de tang zou nemen. Beter geen deal dan een slechte deal! Het was een tijdlang opwindend genoeg. „Liever een arme meester, dan een rijke slaaf”, sprak de bejaarde acteur Michael Caine nog onlangs, toen het tot hem doordrong dat Brexit de economie wel eens eerder een dreun dan een opkontje zou geven.

Een tijd lang leek het alsof je alleen van woorden kon leven. Je werd er in ieder geval lekker dronken van.

De brand in Grenfell Towers liet zien dat intussen een ander soort trots jammerlijk verwaarloosd was – niet de trots van een imaginaire soevereiniteit, van nationale lotsbestemming en opgepompt patriottisme, maar die van een fatsoenlijke samenleving, waarin de autoriteiten een pragmatisch idee van gemeenschap hoog houden.

Pijnlijk om Boris Johnson, cynisch aanjager van Brexit, nietszeggendheden te zien debiteren voor de camera, nadat hem wordt voorgelegd dat de troonrede van May volledig inspeelde op het Brexit-sentiment, en nauwelijks beleid voor de Britse samenleving zelf bevatte.

De andere toren? De beroemde scheefstaande minaret van de al-Nuri moskee, gebouwd in de 12de eeuw, deze week opgeblazen door IS-strijders. Niet duidelijk is of ze de moskee waar leider al-Baghdadi in 2014 het kalifaat uitriep, verwoestten omdat ze het gebouw als idolatrie beschouwen, of dat ze een reactie wilden provoceren bij hun medestanders door hun vijanden de schuld te geven. Het maakt niet meer uit, de verwoesting van weer een historisch monument lijkt, wrang genoeg, een passend symbool voor de radicale islam als een gapend zwart gat, dat zijn onvermijdelijke eindpunt vindt in dood en (zelf)vernietiging.

Wat straks nodig is, is een internationaal tribunaal waarin de misdaden van IS van de afgelopen jaren zonder pardon tegen het licht worden gehouden. Dat is ook voor Nederland van belang – er wordt steeds gezegd dat er in Nederland geen aanslagen hebben plaatsgevonden, maar dat is alleen waar als je het letterlijk neemt. In 2014 blies de jonge Maastrichtenaar Sultan Berzel zich in een postkantoor te Bagdad op en maakte 23 slachtoffers. Hij radicaliseerde hier en leefde al gauw in een parallelle wereld, waardoor het leven in de wereld van alledag uiteindelijk een onverdraaglijke anomalie werd. Dat gedachtengoed is niet verdwenen.

De aanslagen op 11 september 2001, waarbij de Twin Towers werden vernietigd, rekenden af met de al te geriefelijke droom van mondiale eenwording, met het einde van de geschiedenis als een neoliberale hemel op aarde. Nu, een half jaar na de verkiezing van Donald Trump als president van de Verenigde Staten, lijkt een ander keerpunt zich – voorzichtig! – af te tekenen: het besef dat al de nieuwe retoriek over unieke lotsbestemming, de onveranderlijke volkswil, eigenheid als enig waarmerk en de droom van het zuivere leven in God, de mensheid niet veel verder brengt – de realiteit is te weerbarstig.

Het 20ste-eeuwse humanisme van grote mannen als Gandhi, King en Mandela, waarbij een mens werd opgeroepen de menselijkheid van een ander te erkennen, de ‘muren binnen onszelf’ af te breken en onderlinge afhankelijkheid als een teken van kracht te zien in plaats van zwakte, heeft jarenlang zieltogend op de vuilnisbelt van de geschiedenis gelegen – mooie woorden, maar zo naïef! En hypocriet! Kijk even om je heen en je ziet dat de mens, de wereld, niet zo rooskleurig in elkaar steken. Maar nu het ‘realisme’ na 2001 tot zoveel hatelijke identiteitsretoriek en zwelgende ondergangsfantasieën heeft geleid, kan een wederopstanding van dat humanistische gedachtengoed niet uitblijven. Ik help het mezelf hopen.

Bas Heijne schrijft elke week een column op deze plek.