Ja echt, met een geit

Geitenyoga Yoga is alweer zo gewoon dat er allerlei varianten op ontstaan. Bij geitenyoga zit er een geit op je nek.

Een deelnemer aan geitenyoga in Californië, VS. „Ze komen de les uit met een stralend gezicht”, zegt docent Brenda Bood. Foto Mark Ralston/AFP

Voor buitenstaanders moet het een vreemd gezicht zijn: zo’n twintig vrouwen en één man, in kleermakerszit in een stal van geitenboerderij Ridammerhoeve in het Amsterdamse bos. Even eerder hebben ze allemaal een geit uitgezocht – babygeiten waren het populairst – en die meegenomen naar de stal waar ze nu op het hooi proberen te mediteren. De geiten knabbelen ondertussen aan de yogamatten, aan voeten en handen, aan de yogakleren. Ze hobbelen tussen de deelnemers door en stoten ze aan met hun hoorns. „Hij heeft een stuk van mijn haar afgebeten!”, roept een meisje, wijzend naar een middelgrote geit die naast haar staat te kauwen. Terwijl die geit buiten even afkoelt, gaat de groep door met de eerste zonnegroet.

Geitenyoga is een van de vele yogasoorten die de afgelopen jaren zijn ontstaan als voortborduursel op de immense populariteit van ‘gewone’ yoga. Er is – om maar een greep te noemen uit het aanbod – bijvoorbeeld ook float yoga, waarbij je aan doeken aan het plafond ‘zweeft’; sup yoga, balancerend op een supboard op het water; acro yoga, yoga gecombineerd met acrobatiek en zelfs bier yoga, waarbij je – inderdaad – af en toe een slokje bier neemt. Met de oude Indiase leer van yoga, die vooral draait om zowel fysieke als mentale beheersing en ontspanning, hebben deze varianten nog weinig te maken.

Yoga lijkt, meer dan andere sporten, vatbaar te zijn voor allerlei verschillende interpretaties. Niet toevallig: anders dan bij bijvoorbeeld Pilates of de populaire sportschoolroutine Les Mills – allebei gepatenteerd door de bedenker – kan yoga in principe op alle manieren en door iedereen worden gedoceerd. Er is geen vast programma waar je je aan te houden hebt, en je hebt officieel geen diploma nodig om jezelf yogadocent te noemen. Sommige docenten hebben er jaren voor doorgeleerd, anderen doen twee weken cursus op Bali. „Niemand checkt eigenlijk of docenten wel gekwalificeerd zijn”, zegt Heleen Peverelli, hoofdredacteur van Yoga Magazine en van yoga online – het grootste online yogaplatform van Nederland. En niemand wordt tegengesproken als die yoga wil doceren in de vorm van geiten- of bieryoga. „Maar zeker bij zoiets als bieryoga kan je je afvragen of dat eigenlijk nog yoga te noemen is.”

Er moest wel een knop om

De meeste van deze nieuwe yogasoorten hebben een eigen achterliggende gedachte. Bij sup yoga zou het water zorgen voor extra rust; bij float yoga krijg je een gevoel van lichtheid door het zweven boven de grond. Het idee bij geitenyoga is dat de aanraking met de geitjes zorgt voor het vrijkomen van oxytocine (het ‘knuffelhormoon’), waardoor je lichaam sneller ontspant. De interactie met dieren zou ervoor zorgen dat deelnemers beter in het ‘nu’ kunnen zijn. „Wat mij betreft is er niets ontspannender dan met je voeten in hooi en mest staan”, zegt docent Brenda Bood tegen de deelnemers. De meeste van hen houden toch liever sokken aan.

Voor Bood was het een knop die om moest om geitenyoga te gaan geven, vertelt ze. Zij heeft toevallig wel heel lang en serieus gestudeerd voor het yogadocentschap – „tot mijn haren afscheren in India aan toe” – en ze voelde in eerste instantie weinig voor zo’n melige yogasoort. „Een jaar geleden ging er een filmpje viral op social media waarin een Amerikaanse vrouw op een boerderij yoga deed met geiten”, vertelt ze. „Vanaf dat moment kreeg ik steeds mailtjes van vrienden: waarom ga jij dit niet doen?” Als telg van de familie die geitenboerderij Ridammerhoeve in de jaren tachtig opzette, leek ze de aangewezen persoon. „Maar ik had er helemaal geen zin in om, na al die moeite die ik gedaan had om een goede yogadocent te zijn, ineens bekend te staan als nationale ‘yogageit’”.

Geitenyoga in de VS. Foto Mark Ralston/AFP

Toch ging ze, na veel aandringen, overstag. Begin dit jaar begon ze met het geven van yogalessen in de stal bij de geiten. Eerst een keer per maand, inmiddels twee keer per week: op zaterdag- en zondagochtend van 9 tot 10 uur. „Het blijft maar volstromen”, zegt Bood. Lessen kosten 29 euro, inclusief een ontbijt op de geitenboerderij. Deelnemers zijn vaak yoga-beoefenaars die weleens wat anders willen proberen, en meer voor de ervaring komen dan om serieus yoga te doen. „Bijna niemand komt vaker dan één keer”, vertelt Bood. Wel zijn er al meerdere bedrijven langsgekomen voor een bedrijfsuitje.

Een speelse kennismaking

Is het erg dat yoga vertakt in allerlei varianten die nauwelijks nog yoga te noemen zijn? Niet echt, vindt Peverelli. „Voor veel mensen is zo’n speelse variant een goede manier om met yoga te beginnen.” Kritiek is er wel. „Wij krijgen veel vragen en opmerkingen van lezers over al die nieuwe soorten.” De laatste tijd leidt vooral ‘bootcamp yoga’, een vorm van yoga die vooral is gericht op afvallen en sterker worden, tot boze mails. De focus op een mooi lichaam zou afleiden van het eigenlijke yoga-doel. Maar Yoga Magazine is niet zo streng op dat soort ideeën, zegt Peverelli. „Er leiden meerdere yogasoorten naar de uiteindelijke ontspanning.”

Foto Mark Ralston/AFP

Ook Bood heeft inmiddels vrede gevonden met haar rol als ‘yogageit’. „In het begin vond ik het lastig te accepteren dat ik deelnemers in de stal niet kan begeleiden naar een perfecte houding”, vertelt ze. Van perfecte houdingen of ultieme ontspanning is bij geitenyoga inderdaad geen sprake. Door de geiten die steeds op je rug springen, is het onmogelijk een perfecte downwardfacing dog vast te houden. „Ik ben bang dat ik in de poep ga staan”, zegt een deelneemster. Een andere probeert al de hele les de geit van haar mat af te krijgen die daar tevreden in slaap is gevallen. En toch doet het iets met je, die geitenyoga, zegt Bood. „Mensen komen de les uit met een stralend gezicht.” Voor haar zit het yoga-element in het accepteren dat ze bij deze les geen perfecte docent kan zijn, zegt ze. Voor de deelnemers zit het dan weer in accepteren dat ze met een geit op hun nek minder goed mee kunnen doen dan normaal. En dat ze misschien in de poep gaan staan.

En voor de geiten? Niemand die het weet. Als de deelnemers ze weer terugzetten in de grote stal hobbelen ze gewoon terug naar hun vriendjes.