Hoe zieke biggen en vieze kippen op je bord belanden

Falend toezicht

De Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) krijgt al dertig jaar kritiek. Een dierenarts van deze dienst die zijn werk wél deed, zit nu thuis. Over slecht verdoofde geiten, kreupele biggen en drie ton op de grond gevallen kipfilets per dag.

Foto Jonas Eriksson/Getty Images/

Afgedankte melkgeiten stommelen met drie tegelijk een kooi in. In de hoek houdt een man een elektrische tang op hun koppen, een voor een. Alleen, de tang past soms niet op beide kanten van de hersens, zoals het hoort – alleen zo zouden de dieren meteen bewusteloos raken. En dus volgt een extra stroomstoot. Een op de kaken, een op de nek. Uiteindelijk verstomt het gemekker en liggen de geiten stil op de grond. Dan gaat de wand van de kooi omhoog en vallen ze op een lagere vloer. Drie nieuwe geiten stommelen de kooi in.

Op de lagere vloer staat een slachter. Stuk voor stuk snijdt hij de geiten met een mes de halzen door.

Maar dan. Terwijl het bloed uit de hals van een geit gutst, knippert het dier ineens met zijn ogen. Het hapt naar adem en probeert zich op te richten. Het blijkt nog bij bewustzijn te zijn. Seconden lang, dan pas gaat het dood. Een volgende geit heeft meer geluk. Die lijkt niet door te hebben dat een mes door zijn hals gaat. Dan komt er weer een die spartelt en knippert. Zo gaat het door. In strijd met wettelijke regels gaan niet alle geiten in slachthuis Van Hattem in het Gelderse Dodewaard verdoofd de slacht in.

Dierenarts aanwezig

Gelukkig is er deze 4e februari 2013 een dierenarts van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, de NVWA, aanwezig. Dat is de waakhond van de overheid die let op de voedselveiligheid en het welzijn van de dieren die wij eten. De dierenarts, Thiadrik Blom, filmt alles, blijkt uit interne documenten.

Het verdoven moet direct bewusteloosheid en zo min mogelijk stress veroorzaken. Dat gebeurt hier niet. Maar dat is niet het enige. Bij het ritueel slachten van runderen wordt die dag bij Van Hattem een te kort mes gebruikt waardoor de slachter moet ‘zagen’. Ook gaan afgekeurde levers van zieke runderen bij het gezonde vlees de koeling in.

Blom meldt de misstanden nog diezelfde dag bij zijn meerderen. Niet voor het eerst. Twee maanden eerder meldde hij ook al dat geiten in dit slachthuis niet verdoofd werden. Hij hoorde er niets meer van. Nu hij terug is, blijkt er niets veranderd. Het zal een patroon blijken.

Bekijk hier ook een overzicht van misstanden in de Nederlandse vleesindustrie: 30 jaar dierenleed, voedselfraude en slecht toezicht

De veiligheid van vlees

Zo goed als in het buitenland het imago van Nederland als vleesproducent is, zo slecht functioneert de overheid als hoeder van voedselveiligheid en dierenwelzijn. Al dertig jaar komt de NVWA – en haar voorgangers – doorlopend negatief in het nieuws. Om de paar maanden verschijnt wel een rapport waaruit blijkt dat de dienst beter toezicht had moeten houden in slachthuizen, bij dierentransporten of op fraude met vlees. Dan volgen er maatregelen: een reorganisatie, extra overheidsgeld, een verbeterplan. Tot alles weer opnieuw begint.

De kritiek komt van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, de Dierenbescherming, de Consumentenbond en actiegroepen als Varkens in Nood en Dier & Recht. Ook de Algemene Rekenkamer, de instantie die controleert of het Rijk geld uitgeeft zoals de bedoeling was, legt om de paar jaar de vinger op een nieuwe zwakke plek.

Schokkende beelden

In april van dit jaar waren er ook voor Nederland schokkende beelden van mishandeling van varkens in een slachthuis in het Belgische Tielt. In reactie sloot staatssecretaris Van Dam (Economische Zaken, PvdA) een deal met de sector. Voortaan gaan de Nederlandse slachterijen zelf opnames van de slacht maken. De NVWA mag ze op verzoek zien.

Let op: onderstaande beelden kunnen als schokkend worden ervaren

Onderzoek van NRC laat zien dat de NVWA al jaren beschikt over beelden van misstanden in Nederlandse slachthuizen. Gefilmd door een van de eigen toezichthoudende dierenartsen. Van 2013 tot en met 2015 filmde Blom niet alleen de slecht verdoofde geiten bij Van Hattem, maar ook wat hij in andere slachterijen zag gebeuren met runderen, biggen en kippen. De dierenarts wil niet op dit artikel reageren.

NRC sprak met betrokkenen, zag het beeldmateriaal, beschikt over interne e-mails van de NVWA en over een vertrouwelijk rapport dat verkregen is met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur. De toezichthouder pakt de misstanden niet aan, maar wel de dierenarts die de misstanden meldt. Na elke melding wordt hij overgeplaatst. Sinds begin dit jaar zit hij thuis. Het heet een arbeidsconflict. Dit is wat hij meemaakte.

Lees hier het interview met de Vlaming die de beelden maakte in het slachthuis in Tielt: De klokkenluider van Tielt moest zelf ook varkens doodschieten

Speenbiggen

Na zijn melding bij Van Hattem vraagt de NVWA Blom plaats te nemen in een projectgroep die zal onderzoeken hoe dierenartsen toezicht houden in kleine en middelgrote slachthuizen. Vóór de slacht worden de beesten gezien door dierenartsen die in dienst zijn van de NVWA. Na de slacht wordt het vlees gekeurd door een keurmeester in dienst van de sector.

Blom heeft twintig jaar ervaring; eerst als zelfstandig dierenarts, dan in een praktijk en sinds de uitbraak van de varkenspest in dienst van de NVWA. Vol goede moed gaat hij aan de slag.

Zijn eerste stop voor het project is slachthuis Beerten, in het Achterhoekse dorp Zieuwent. Het is 26 juni 2013.

Zieuwent is een katholiek dorp met net iets meer dan 2.000 inwoners. Aan een rustige doorgaande weg zie je eerst de gelijknamige, ambachtelijke slagerij in een jaren dertig pand. Het slachthuis ligt erachter. Beerten is een familiebedrijf. Het slacht varkens en runderen en heeft als nichemarkt speenbiggen. Die worden al op jonge leeftijd geslacht voor de export naar landen als Kroatië, Griekenland en Italië. Ze zijn uitermate geschikt om aan het spit te rijgen en boven een vuurtje langzaam te garen. In Nederland is daar weinig vraag naar.

Blom had vier maanden ervoor al gezien dat de biggen bij Beerten niet goed verdoofd werden. Ook hier kregen de dieren geen stroomstoot op de hersens. De tang ging op de rug of nek van de biggen, om ze stil te krijgen.

Hij meldde dit bij de eigenaar en bij zijn meerderen. Nu is hij terug. Hij weet niet wat hij ziet. Nog steeds worden de biggen niet altijd goed verdoofd. Maar in het slachthuis ziet hij nu ook tal van biggen die ziek en wrak zijn en niet eens vervoerd hadden mogen worden. Biggen die, als ze dan toch in het slachthuis zijn beland, direct als eerste geslacht hadden moeten worden.

Dat gebeurt niet. Ze moeten zich kreupel tussen de andere biggen staande houden. Ze hebben er overnacht, wat al helemaal niet mag. Hij ziet ook dieren met kleine afwijkingen waarvan het karkas niet, zoals het hoort, wordt gekliefd. Er zijn biggen met longontstekingen, met abcessen, met gebroken poten. Alles gaat de slacht in, ook al verbiedt de wet dat. Zieke beesten zijn niet geschikt voor menselijke consumptie.

De Gelderse dierenarts constateert dat de twee NVWA-dierenartsen die de dieren voor de slacht controleren en de keurmeester die het vlees achteraf keurt, niets doen met de gebreken, de afwijkingen en ziekten. Alle drie zetten ze hun handtekening onder documenten die verklaren dat de biggen geslacht mogen worden.

‘Prima dat je dit meldt’

Opnieuw legt Blom de gebeurtenissen vast op film en in documenten: een zichtbaar zieke big; het oornummer van de big; het document dat stelt dat de big met dat nummer gezond is; de handtekeningen van de dierenartsen en de keurmeester.

Nog diezelfde dag meldt hij de misstanden bij de voorzitter van zijn projectgroep, Rob Dortland, die voor zijn pensioen de tweede man bij de NVWA was. Ook informeert hij de hoogste baas van de dienst, inspecteur-generaal Harry Paul. Blom mailt hem dat hij vier maanden ervoor ook al „ernstige dierenwelzijnsproblemen” bij Beerten meldde: „De overtredingen zijn in grote lijn te vergelijken met het slachthuis Van Hattem te Dodewaard.”

Harry Paul, tegenwoordig topambtenaar bij het ministerie van Financiën, mailt hem na acht minuten vanaf zijn iPhone terug: „Prima dat je dit meldt. Ik pak dit ook via de lijn op. Groet, Harry”. De dierenarts is gerustgesteld. Hij verwacht dat de NVWA het ten onrechte goedgekeurde zieke biggenvlees terugroept. Immers, het staat op het punt te worden vervoerd naar warme landen om te worden geroosterd en gegeten. Dat mag niet. Het is een plicht van de NVWA om het vlees terug te halen. Het gebeurt niet.

Wel wordt in de uren en dagen erna per e-mail druk overlegd. Intern wil het er bij degenen die erover gaan niet in dat er sprake is van misstanden. Dat komt omdat de twee betrokken dierenartsen aan hun verhaal vasthouden. In een verklaring stellen ze dat er niets aan de hand was die dag. Alle varkens waren gezond, echt. In de interne mails is zichtbaar hoe de rijen zich sluiten. Hun collega’s en hun afdelingshoofd gaan erin mee, ook al weten ze van het bestaan van de filmbeelden. Het afdelingshoofd dat verantwoordelijk is voor het toezicht op slachtplaatsen komt tot de conclusie dat „alle dieren slachtwaardig waren” die dag en dat de NVWA-medewerkers „correct” en „conform de voorschriften” hebben gehandeld. Over de mislukte verdoving meldt hij niets.

Binnen twee dagen zijn ze er uit bij de NVWA. Bij Beerten zijn „vooralsnog geen aanvullende maatregelen” nodig. Maar dat dierenarts Blom de misstanden filmde, is „volstrekt ongewenst” en „moet stoppen”. Hij mag geen slachthuizen meer bezoeken voor dit project omdat het „veel verwarring en onvrede geeft bij bedrijven”. Na het project moet sowieso maar eens met hem worden besproken onder welke voorwaarden hij zijn werk mag blijven doen. Dat gebeurt. Niet lang erna wordt besloten dat Blom moet worden weghouden bij alle slachthuizen voor varkens, runderen en geiten.

Als antwoord op gedetailleerde vragen per e-mail, antwoordt eigenaar Beerten enkel: „Weet ik niet meer.”

‘Dit kan echt niet’

Op 16 juli 2013 mag Blom eindelijk een presentatie van zijn bevindingen geven aan de projectgroep, met zijn filmbeelden en foto’s van de documenten. Aanwezig zijn vooral dierenartsen en voorzitter Rob Dortland. Ze geven Blom in alles gelijk, volgens een conceptverslag dat door Dortland is goedgekeurd. Ze zijn het „unaniem eens” dat de biggen bij Beerten niet goed werden bedwelmd. Ook zien ze dat op de beelden van juni „een deel van de getoonde dieren niet geschikt waren voor slacht” en dat „diverse dieren” niet vervoerd hadden mogen worden. Ze menen dat „de dieren met kleine afwijkingen gekliefd hadden moeten worden”.

De manager die namens de plaatselijke keurmeesters in de regio optreedt, geeft in een e-mail aan dat het vaak zo gaat. Dierenartsen in slachthuizen verklaren volgens hem „bijna alle varkens” gezond met hooguit een lichte afwijking, „ook wanneer deze feitelijk in een andere categorie zouden moeten zitten”.

Rond deze tijd worden tal van voedselschandalen bekend. Goedkoop paardenvlees wordt als duurder rundvlees verkocht. Biologische eieren blijken niet biologisch. De Onderzoeksraad voor Veiligheid meldt over de landelijke salmonella-uitbraak in het jaar ervoor: de NVWA heeft niet op tijd en onvoldoende ingegrepen.

Ook de projectgroep waarin Blom zit, heeft rond die tijd slecht nieuws voor staatssecretaris Sharon Dijksma (Economische Zaken, PvdA). Op 3 september 2013 geeft Blom op het ministerie aan haar en de inspecteur-generaal dezelfde presentatie die hij aan de projectgroep gaf. Dijksma zou volgens betrokkenen hebben gezegd: „Dit kan echt niet”.

Ze komt in actie. In een brief aan de Kamer schrijft ze dat er „structurele tekortkomingen” zijn in het toezicht op kleine en middelgrote slachthuizen en dat ook in de grote slachterijen „incidenten” plaatsvinden. Overtredingen worden niet gezien of onderkend. Als ze wel worden gezien, wordt ingrijpen te lang uitgesteld „of zelfs helemaal achterwege gelaten”. „Mogelijk zijn de drijfveren om niet te handhaven sterker dan om wel te handhaven.” Het is onontkoombaar, schrijft ze, „dat er drastisch iets moet veranderen om na ruim vijf jaar nu echt tot een structurele verbetering te komen”.

De oplossing: een verbeterplan. Dat moet binnen een half jaar geïmplementeerd zijn. En er moet meer geld naar de NVWA. Mede dankzij de alertheid van de dierenarts krijgt de NVWA er 30 miljoen euro bij.

Kipfilets

Blom wordt weer overgeplaatst, nu van het „rood vlees” naar het „wit vlees”. Op 1 januari 2014 gaat hij aan de slag als senior inspecteur in kippenslachterijen. Rond deze tijd komt Van Hattem in Dodewaard in het nieuws. In het rundvlees van het slachthuis blijken resten paardenvlees te zitten. Nu zoekt de dienst het tot op de bodem uit. Van Hattem reageert niet op vragen van NRC.

Ook in de kippenslachterijen ziet Blom misstanden. Zo signaleert hij dat kippen afkomstig van één kippenmester bij de ene slachterij veel minder vaak worden afgekeurd dan bij een ander. Hij meldt ook dat slachterijen landelijk, op grote schaal de salmonella-wetgeving negeren.

In een slachterij in het oosten registreert hij met zijn camera dat om de paar minuten een kipfilet van de lopende band valt. Een medewerker met een kapje om zijn hoofd is met een bezem in de weer om al die gevallen kipfilets – samen met het vloervuil – op te vegen. Hij doet het vlees in een geel krat. Met het krat loopt hij naar de band. Zonder de kipfilets af te spoelen of er ook maar een blik op te werpen, legt hij ze op de lopende band terug. De filets rollen verder, richting consument.

Intern onderzoek

Zo kan het niet langer, vindt Blom. Hij klaagt over het negeren van zijn meldingen en het lakse optreden van de NVWA. Rond die tijd ontvangt het management een anonieme brief van twee collega’s die over hem klagen. En dan, in de zomer van 2015, laat de inspecteur-generaal een onderzoek instellen door de auditdienst van de NVWA. Het zal gaan over de meldingen van de dierenarts en de afhandeling daarvan. Maar ook over Bloms functioneren.

In het auditrapport van 12 oktober 2015 wordt de zaak van de vallende kipfilets uitgebreid beschreven. Het gaat volgens het rapport om drieduizend kilo op de grond gevallen vlees per dag. Sluit de NVWA de slachterij? Stormen inspecteurs de werkvloer op om te voorkomen dat onwetende consumenten vervuilde kipfilets voorgeschoteld krijgen?

Nee. De ambtenaren gaan met elkaar in discussie over de protocollen en of het eigenlijk mag, op de grond gevallen vlees terugleggen op de band. Ze denken dat het uitmaakt waar in de fabriek het vlees op de grond valt. En ze vragen zich af of je door op te treden de ene slachterij niet benadeelt ten opzichte van een andere. Opnieuw verandert er op de werkvloer niets. „De werkwijze” bij de slachterij, stelt een senior toezichthouder van de NVWA, „laten we nog heel even zo”, staat in het rapport. Zeven maanden na de melding van de dierenarts gaan de gevallen kipfilets nog altijd terug de band op. Op 18 augustus 2015 is „de situatie van op de grond gevallen vlees” in de slachterij nog altijd niet „gewijzigd”.

Bekijk het volledige auditrapport van de NVWA:

Het rapport is helder over de kwestie. Het mag gewoon niet. De wet schrijft voor dat op de grond gevallen vlees niet meer door mensen mag worden gegeten. De NVWA wordt erdoor „in verlegenheid” gebracht, temeer daar op de grond gevallen vlees „niet een nieuw fenomeen is”. Deze kippenslachterij is lang niet de enige waar vlees op de grond valt en terug de band op gaat. „Het onderzoeksteam is van mening dat het tot op heden uitblijven van een eenduidig standpunt ten aanzien van op de grond gevallen vlees, voor de branche onacceptabel is.”

Ook op andere punten krijgt Blom gelijk. Het verschil in keuring van kippen tussen de ene en de andere slachterij: „Het onderzoeksteam is van mening dat de organisatie gebruik had moeten maken” van de gegevens van de dierenarts. Het team vindt ook dat de NVWA „actiever had moeten optreden” toen het doorkreeg dat bedrijven op grote schaal salmonella-wetgeving negeren.

Op twee andere punten heeft de NVWA volgens de onderzoekers adequaat gereageerd, maar heeft ze de dierenarts niet over vervolgstappen geïnformeerd. Bijvoorbeeld als het gaat om de hoge slachtsnelheden van kippen waardoor ontstekingen over het hoofd worden gezien en waarbij het heen en weer zwiepen voor kruisbesmetting kan zorgen.

Het rapport is op verzoek van NRC openbaar gemaakt, maar de NVWA heeft passages onleesbaar gemaakt. Dat betreft vaak namen van bedrijven en personen, maar ook passages die de dienst liever geheim houdt. Zoals het verslag van een vergadering waarin een toezichthouder zich laat ontvallen: „De vraag is of wij als overheid moeten voorschrijven hoe de slachterij moet/mag slachten?”

Dierenarts Blom heeft opnieuw niets aan zijn gelijk. Zijn functioneren wordt bekritiseerd. Hij mag een kundig dierenarts zijn, maar zijn houding wordt „contraproductief” genoemd. „In het onderzoek komt keer op keer het beeld naar voren dat het gedrag en handelen” van Blom „weerstand oproept”. Pogingen tot bemiddeling leiden nergens toe. Hij zit nu thuis.