Hoe groot is de schaduweconomie?

Cijfers

Ze bestaat, de schaduweconomie. Maar uitzoeken hoe ze er precies uitziet en hoe groot ze is, vergt vooralsnog één deel statistiek en twee delen alchemie. Het is lastig om iets te meten dat niet gemeten kan, en vooral wil, worden.

Foto Hollandse Hoogte

Noem het de donkere materie van de economie: een verschijnsel waarvan je weet dat het er moet zijn, maar dat zich juist door zijn aard niet laat meten. De schaduweconomie, de economische activiteit in een land die zich onttrekt aan de waarneming van de autoriteiten, is eigenlijk nog geheimzinniger: zij wíl ook uitdrukkelijk niet gemeten worden.

Ga er maar aanstaan, dus, als je zou willen weten hoe groot hij is. Zeker omdat een goede definitie ontbreekt. Illegale activiteiten, zoals drugshandel, prostitutie, diefstal en heling zijn economische handelingen. Maar veel belangrijker voor de omvang van de schaduweconomie zijn omzet en winst die door bedrijven niet worden opgegeven, en arbeid die ‘zwart’ wordt verricht. De gemiddelde burger heeft er regelmatig mee te maken. Kinderoppassen, thuiskappers en schoonmakers bijvoorbeeld. De man van de garage die vraagt of het cash kan, de klusser die hetzelfde voorstelt. Die ene film downloaden zonder ervoor te betalen.

De definitie kan nóg breder, tot en met wat de deeleconomie wordt genoemd: ik leen jouw boor, jij leent mijn schuurmachine. Ik verf die muur wel even zelf. Opa en oma passen elke dinsdag op. Het zijn allemaal activiteiten en transacties die niet worden geregistreerd.

Die verbreding kan intellectueel nuttig zijn, ze verdunt het vraagstuk zodanig dat de schaduweconomie betekenisloos wordt. En dus werken onderzoekers vaak met nauwere begrippen. Al zijn ze het lang niet altijd eens. Kijk maar naar de namen die de schaduweconomie heeft: ondergrondse economie, informele economie, zwarte economie. Dat is deels semantiek, maar er gaat een grote begripsverwarring achter schuil.

Falende staat

Dat maakt onderzoek naar wat we hier de ‘schaduweconomie’ zullen noemen lastig, en vaak controversieel. Maar eerst: waarom is de schaduweconomie een probleem? Omdat de vruchten die de samenleving opbrengt niet helemaal ten bate van die samenleving kunnen worden aangewend. Anders gezegd: als niemand belasting betaalt, wie zorgt er dan voor de straatverlichting of dat kinderen naar school kunnen?

Het IMF haalt het bekende boek Why Nations Fail aan, van Daron Acemoglu en James Robinson. Zij betoogden in 2012 dat het succes van een land in grote mate afhangt van de kwaliteit van zijn economische en politieke instituties. Denk aan de gezondheidszorg, het onderwijs. Of het mededingingsrecht, het statistisch bureau, de belastingdienst. Het plaatselijke en landelijke bestuur of de rechtspraak. Als die objectief zijn, gericht zijn op het stimuleren van brede economische groei of het betrekken van de bevolking in de welvaart, dan bloeit een land. Als zij in plaats daarvan een kleine groep bevoordelen, dan komt een land moeilijker van de grond. Willekeur en corruptie hebben de neiging zichzelf telkens te herscheppen.

Corruptie

Dat lijkt in Nederland over het algemeen geen probleem, maar daarbuiten is dat vaak anders. De staat is in veel landen een macht die er in de ogen van de bevolking niet is voor de gewone man. Het is een instituut dat je moet vrezen – en mag tillen.

Een grote ondergrondse economie ontstaat omdat instituties zwak zijn, en ondermijnt ze op haar beurt. In die cirkel komt er weinig terecht van economische ontwikkeling. Bovendien zorgt een grote schaduweconomie ervoor dat statistieken onbetrouwbaar zijn, omdat die lang niet alles meten.

Eigendomsrecht, een cruciale voorwaarde voor ontwikkeling, is er in de schaduw niet. Toegang tot bankkrediet, op basis van dat eigendom, ontbreekt daarom vaak. Arbeidsvoorwaarden en veiligheidsvoorschriften zijn gebrekkig. Door dit alles wordt een doorbraak in de welvaart veel lastiger, en wordt de schaduweconomie in wezen bestendigd. Intussen wakkert het gevoel van oneerlijkheid juist oneerlijkheid aan. Corruptie baart corruptie. Maar belangrijker misschien nog is de legitimiteit van het bestuur én de betrokkenheid van de bevolking bij het bestuur. Tijdens de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog van Engeland, eind achttiende eeuw, was een van de strijdkreten ‘No taxation without representation’: we betalen geen belasting als we geen volksvertegenwoordiging hebben. Maar die kreet kan ook worden omgedraaid: ‘No representation without taxation’: wie geen belasting betaalt, voelt zich ook niet verantwoordelijk of betrokken bij het bestuur van zijn samenleving.

Zo is de schaduweconomie niet alleen een kwestie van illegaliteit, maar ook een van cultuur en politiek. Maar hoe onderzoek je die schaduweconomie? Dat is uitermate lastig. Illegale activiteiten worden al geschat door de statistische bureaus van veel Westerse landen, nadat werd afgesproken dat die moeten worden meegerekend in de telling van het bruto binnenlands product (bbp). Voor Nederland kwam het Centraal Bureau voor de Statistiek tijdens de jongste telling in 2016 op een toegevoegde waarde van 2,7 miljard euro (0,4 procent van het bbp). Maar dat is slechts het topje van de ijsberg.

Waar vind je de schaduweconomie in en om huis? Tekst gaat verder onder deze graphic:

Graphic Pepijn Barnard

De rest is een zwarte doos. Het is bekend wat er, aan oorzaken, in gaat: de hoogte van de belastingen, de hoeveelheid regels in een land, de hoogte van de werkloosheid, het aantal eigen ondernemingen, de mate van economische vrijheid en de vrijheid en mogelijkheid om legaal een bedrijf te beginnen.

Wat er uit de zwarte doos komt, en een beeld kan geven van de schaduweconomie, is eveneens een baaierd van indicatoren. De formele economische groei, al dan niet in combinatie met de hoeveelheid geld in omloop of de participatiegraad op de arbeidsmarkt. Er zijn onderzoeken die het elektriciteitsverbruik naast het formele bbp leggen, en bijvoorbeeld de hoeveelheid licht meten die landen, steden en regio’s afgeven.

Zwarte doos

Er is dus sprake van meerdere indicatoren en meerdere oorzaken. Met in het midden dus die zwarte doos van de schaduweconomie. En zo komen we op een zeer bekend en even omstreden model van de schaduweconomie: het MIMIC-model, dat staat voor multiple indicators, multiple causes. De kampioen van dit model is de Duitse hoogleraar Friedrich Schneider. Hij is al tientallen jaren bezig met schattingen, en alomtegenwoordig. Niet alleen in zijn eigen publicaties. Lees een stuk over de schaduweconomie van de Wereldbank, en de cijfers van Schneider liggen eraan ten grondslag. Neem een publicatie van de International Finance Corporation (een kleine zus van het IMF) en het blijkt te berusten op Schneider. Een groot rapport van de consultants van A.T. Kearney: idem. Schneider is de Joachim Stiller van de schaduweconomie. Als je goed kijkt, zie je hem bijna overal.

Dat is niet onbegrijpelijk. Zijn schattingen zijn consistent, ze zijn vergelijkbaar voor vrijwel alle landen ter wereld en gaan voor veel landen ook door de tijd heen. Er zijn dus ook ontwikkelingen waarneembaar. Maar de beste verklaring voor hun alomtegenwoordigheid is misschien wel dat ze hoog uitvallen. Spectaculair hoog. En dat genereert een boel bekendheid.

Er is flinke kritiek op Schneider. Statistici, zeker ook die bij het CBS, zijn een zeer consciëntieus volkje, en wars van wat zij zien als nattevingerwerk. Schneider zou op te hoge waarden komen, zijn onderzoek is te ‘Duits’ – dat wil zeggen: hij zou bevindingen uit Duitsland te klakkeloos op de rest van de wereld plakken. En het MIMIC-model is te afhankelijk van de waarde van de variabelen die je erin stopt. Arbitrair dus. Dat leidt al snel tot de constatering dat het meten van de schaduweconomie eigenlijk met een schaduw-wetenschap wordt gedaan.

Toch is er voorlopig weinig beters. Steekproeven onder de bevolking kunnen even misleidend zijn. Op de vraag of zij wel eens ‘zwarte’ goederen en diensten afnamen, antwoordde 29 procent van de Nederlanders in 2013 bevestigend, na Griekenland het hoogste percentage. Van de Italianen zei maar 12 procent dat te doen, van de Fransen 9 procent en van de Spanjaarden 8 procent. Het kan natuurlijk dat ons land een Grieks walhalla is van schaduwactiviteiten. Maar de kans lijkt groter dat de Fransen en de anderen simpelweg wat voorzichtiger waren met hun antwoord.

Want hoe groot is onze schaduweconomie? Laten we de cijfers van Schneider er toch maar bij pakken. Vorig jaar kwam Schneider voor Nederland op 8,8 procent van het bbp, het afgelopen decennium was het gemiddelde 12,45 procent. Dat is fors, maar buitengewoon bescheiden vergeleken met de meeste andere landen. Er zijn kleinere schaduweconomieën: die van de Verenigde Staten (8,2 procent van het bbp), die van Japan (10,8 procent) en Oostenrijk (9,2 procent). Frankrijk (14,2), (Duitsland 14,7), Spanje (24,7) en Italië (26,3) leven veel meer in de schaduw. In veel ontwikkelingslanden bedraagt de informele economie zelfs rond de 50 procent of meer.

Anoniem geld

De vraag is: wordt dat minder erg? Ontwikkeling, en met name die van instituties, zou de schaduweconomie moeten verkleinen. En de opkomst van elektronisch betalen kan in theorie veel doen. Cash is tenslotte de meest anonieme manier van betalen. Als dat wordt teruggedrongen, zou de bewegingsruimte in de schaduw moeten afnemen. Dat valt nog te bezien. In de eurozone neemt, in weerwil van het oprukken van de pinpas, de waarde van bankbiljetten nog steeds toe. Al was het maar omdat de burger die de banken nog steeds niet vertrouwt bij de huidige lage rentes bijna geen ‘straf’ ondervindt voor het aanhouden van renteloze contanten.

En gaat anoniem geld weg weg als de bankbiljetten verdwijnen? Bitcoin en al zijn varianten rukken op. En daarmee ontstaat een nieuw toevluchtsoord voor wie liever onder de radar blijft. De schaduweconomie is dus nog wel een tijdje bij ons.