NRC checkt: ‘Hardloopsters met laag gewicht hebben meer risico op blessures’

Dat meldde Nu.nl vorige week.

De aanleiding

Inge de Jong in actie tijdens de 36ste Marathon van Rotterdam. Foto Olaf Kraak/ANP

Een gangbaar advies voor hardlopers die hun persoonlijke record willen verbeteren: val af. Aanbevelingen voor lopers gaan vaak samen met grote beloften. Dat een paar kilo’s minder bij een langeafstandsloop minuten kunnen schelen op de eindtijd. Wie snel wil zijn, moet dun zijn.

Maar te veel afvallen zou ook risico’s met zich meebrengen. Vrouwelijke hardlopers met laag gewicht hebben meer risico op blessures, schreef Nu.nl vorige week. „Vrouwen die regelmatig hardlopen hebben er baat bij hun gewicht goed in de gaten te houden.”

Is dat waar? Moeten hardlopers met een laag gewicht oppassen? Dat gaan we checken.

Waar is het op gebaseerd?

Op onderzoek van de Ohio State University. Daar werden vrouwelijke atleten in de hoogste universiteitsdivisie bestudeerd. Tussen 2011 en 2014 onderzocht de universiteit 24 stressfracturen bij 18 vrouwen. Dit zijn kleine, incomplete botbreuken, die ook wel vermoeidheidsbreuken worden genoemd.

Dergelijke botbreuken ontstaan bij overbelasting en worden gezien als een zware hardloopblessure. Uit het onderzoek blijkt dat vrouwen met een laag gewicht meer kans hebben op een stressfractuur. Ook moeten ze langer herstellen.

En, klopt het?

Eerst een definitiekwestie: Nu.nl schrijft ‘laag gewicht’. De onderzoekers uit Ohio spreken van ‘ondergewicht’. De onderzoekers keken naar vrouwen met een BMI van 19 of lager. Een BMI tussen de 18,5 en 25 is volgens de normen gezond. Onder de 18,5 heb je ondergewicht. Het Voedingscentrum adviseert mensen met dat BMI om aan te komen.

„Als je lichter bent, hoef je minder massa te versnellen. Bij hardlopen is dat een voordeel als het om langere afstanden gaat”, zegt Egbert Otten, hoogleraar neuromechanica aan de Rijksuniversiteit Groningen. „Maar té licht zijn kan het herstelmechanisme van de loopbelasting beperken.”

Dat zit zo: een hardloper legt volgens Expertisecentrum VeiligheidNL al snel 50 tot 100 kilometer per week af. Dat is zo’n 40.000 tot 80.000 keer een voet die op het asfalt neerkomt, een been dat het volle gewicht van de loper opvangt, stap na stap. Voor lopers met ondergewicht is het zwaarder om de klappen van het hardlopen op te vangen, schrijft de hoofdonderzoeker uit Ohio. Omdat spiermassa door het ondergewicht is afgebroken, moeten de botten alle klappen absorberen. Dat kan de stressfracturen veroorzaken.

Vrouwelijke hardlopers met een „gevaarlijk laag gewicht” kampen vaak ook met andere aandoeningen, zegt Ysbrand Visser, onderzoeksredacteur bij hardloopblad Runners World. Dat werd de female athlete triad genoemd: een elkaar versterkende combinatie van verstoord eetgedrag, menstruatiestoornissen, botontkalking. Visser: „Langeafstandloopsters zijn binnen deze groep patiënten oververtegenwoordigd.”

Drie jaar geleden kreeg die verstoorde energiehuishouding bij sporters na groot onderzoek van het Internationaal Olympisch Comité een nieuwe naam, Relative Energy Deficiency Syndrome ofwel RED-S, en een nieuwe doelgroep – bij mannen zorgt het ook voor klachten. Ook werden nog meer schadelijke gezondheidseffecten bekend: onder meer voor het geestelijk welzijn en het immuunsysteem.

In zo’n situatie, zegt Visser, heb je zo een stressfractuur te pakken. „Ik zag het onlangs nog in mijn eigen omgeving gebeuren.”

Conclusie

Atletes met ondergewicht hebben meer kans op stressfracturen dan vrouwen die zwaarder zijn. Uit eerder onderzoek blijken zulke lichte atletes ook andere gezondheidsrisico’s te lopen. We beoordelen de stelling als waar. Eén kanttekening: in het Nu.nl-artikel had het woord ‘te’ voor ‘laag gewicht’ niet misstaan.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt