Column

Gebroken leven

Het is goed dat we de komende weken van ons hart een pedaalslag kunnen maken. Even los van het voetbal dat beleid heeft laten verslonzen in chaos en menselijke drama’s. De afbranding die sportief directeur Hans van Breukelen in de Zeister bossen is overkomen, was van een oudtestamentisch cynisme. Terwijl hij werd geroosterd aan het spit bleef de uiteengevallen raad van commissarissen buiten schot. Uiteraard liet nepdirecteur Jean Paul Decossaux zijn geplaagde collega als eerste vallen. Ook nog met een smartlap over dank en respect.

Hans van Breukelen was in zijn sportjaren reeds een tragische figuur. Veel innigheid viel hem niet te beurt als doelman van Oranje en PSV. In de successen liep hij achteraan tussen nuttige idioten als Berry van Aerle en Jan Heintze. Hij heeft als sluitstuk tussen de palen Oranje en PSV aan titels en bekers geholpen, maar tot een ode van de medespelers is het zelden gekomen. Iedereen vond Hans eigenlijk maar een rare kwast.

Hij nam zichzelf en zijn vak bloedserieus, bij het bezetene af. Daar hebben gebreveteerde fantasten in de selectie het altijd moeilijk mee. Uitslovers nemen glans weg van hun grillige prestaties. De hardwerkende tweede garnituur wordt door de fans gezien als modelprofs en daar kunnen de goudhaantjes niet tegen. Alles draait om hen. Alleen als hij voor Oranje weer eens een beslissende strafschop stopte, kwamen de Gullits en Overmarsen even rond zijn nek hangen, maar niet langer dan een atoom. Een vuisthandje bestond toen nog niet.

Wat Hans van Breukelen ook isoleerde, was zijn theologisch temperament. Een keeper die transcendeerde in zware volzinnen met altijd een halvelings verborgen gebed in de analyse vermoeit. Humor had hij niet. De Breuk was de sociaaldemocraat van zijn generatie en in die kringen wordt weinig gelachen. Ik heb hem op afzondering en tijdens trainingskampen vaak alleen zien staan, rillend in de tristesse van een regenwoud. En als hij sprak verloor hij zich in vrome wolligheid.

Na een jaar was het krediet van technisch-directeur Van Breukelen opgebruikt. Het was een struikeljaar. Hans waaide van het ene incident naar het andere, van halve waarheden naar hele leugentjes. Uiteindelijk lag hij met iedereen overhoop, met Blind en Ten Cate, met halfwas commissarissen, met het journaille. Gestold in eenzaamheid probeerde hij de schijn op te houden van een geloofwaardige leider, maar de schijn was weerbarstiger dan zijn praatjes. Van Breukelen mislukte ook omdat hij niet de elementaire rugdekking kreeg van zijn opdrachtgevers. Het is wrang dat tijdelijk algemeen directeur Jean Paul Decossaux, die meer ijdelheid dan kennis te bieden heeft, gewoon blijft zitten. Ook in Zeist praktiseren ze FIFA-mores.

Hans van Breukelen had een ouderwetse opvatting over charisma. Hij kon zichzelf niet verkopen als een moderne voetballeider die alleen principieel is als het hem uitkomt. Zijn keuze voor de KNVB is een tragische vergissing gebleken. Hij had kunnen weten dat in die enclave van amateurisme en zelfgenoegzaamheid geen eer te behalen viel voor een selfmade bobo. Allicht is ook hij in snelheid genomen door een soort historische roeping.

Er is iets gebroken in het leven van de oud-doelman. Hij gaat beter naar de koers waar soigneurs een grote psychologische kennis hebben. Dan nog zal hij in Nederland nooit meer de oude zijn. Misschien biedt het buitenland nog soelaas, zoals voor Peter Bosz.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver