Commentaar

Zelfbeschikkingsrecht moet niet het geweten van de dokter belasten

De doorlopende discussie over euthanasie in de medische beroepsgroep is opnieuw aan de oppervlakte gekomen. Dit keer werd het debat in februari met een advertentie in de landelijke dagbladen aangezwengeld door de actiegroep nietstiekembijdementie.nl. De initiatiefnemers, die steun kregen van honderden medici, richtten zich tegen de gegroeide praktijk van levensbeëindiging op verzoek bij diep demente ouderen. Die hebben weliswaar toen zij nog wilsbekwaam waren vastgelegd dat zij kozen voor euthanasie wanneer het leven niet meer leefbaar was, maar deze medici achten het onjuist om het leven te beëindigen van iemand die niet meer vrij zijn wil kan bepalen.

In reactie op de derde evaluatie van de ‘euthanasiewet’ betoogde de Haarlemse ouderenpsychiater Boudewijn Chabot, medeinitiatiefnemer van de actiegroep, afgelopen week in NRC dat in de huidige praktijk een hellend vlak dreigt doordat behandelaars volgens hem te weinig rekening houden met een belangrijke voorwaarde in de wet: er moet sprake zijn van „ondraaglijk en uitzichtloos lijden”. Bovendien zouden de regionale toetsingscommissies die moeten toezien op de naleving van de wet, aan die vraag geen aandacht besteden. Volgens Chabot telt in de praktijk slechts het zelfbeschikkingsrecht.

Over dat fundamentele grondrecht doet de Chabot ten onrechte wat geringschattend: het zelfbeschikkingsrecht hoort bij deze kwestie ook voorop te staan. Niet God of de kerk, de dokter of de familie en zelfs niet de psychiater. Of dat vlak helt, staat te bezien.

De voorzitter van de regionale toetsingscommissies euthanasie, Jacob Kohnstamm, wees in een gesprek met NRC terecht de suggestie van de hand dat behandelaars die betrokken zijn bij de euthanasiepraktijk mensen stiekem doodmaken. Die beeldvorming is het onderwerp onwaardig. Uitgangspunt is dat iedereen die belast is met de zorg rond het sterven van mensen dat naar beste kunnen doet, transparant en naar eer en geweten.

In de terminale zorg staat een seculiere of humanistische mensvisie tegenover een religieuze. Net als in politiek Den Haag, waar op dit moment een kabinet wordt geformeerd waar D66 aan de ene kant en ChristenUnie en CDA aan de andere kant het eens moeten worden over medisch-ethische initiatiefwet van D66 inzake ‘voltooid leven’ . Het initiatief is bedoeld voor ouderen die weliswaar niet ondraaglijk en uitzichtloos lijden maar wel ‘klaar zijn met leven’. Ook hier zou het recht op zelfbeschikking de doorslag moeten geven, maar daar hebben de beide christelijke partijen principiële bezwaren tegen. Als de politieke wil er is om deze coalitie desondanks tot stand te brengen, lijkt het aangewezen om hier een vrije kwestie van te maken.

Ondertussen vraagt dus ook de kwestie van het verlenen van euthanasie aan zwaar demente ouderen of aan psychiatrische patiënten opnieuw aandacht. Formeel geregeld in de huidige Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (2002), maar in de praktijk zoals gebleken problematisch. Het is volledig invoelbaar dat zorgverleners weigeren dodelijke medicijnen toe te dienen aan ouderen, die op dat moment hun wil niet meer kenbaar kunnen maken. Dat in individuele gevallen moeilijk objectief is vast te stellen of er sprake is van ondraaglijk en uitzichtloos lijden, is een reëel dilemma voor de arts. En dat de schriftelijke wilsverklaring in de praktijk gelijk is gesteld aan een mondelinge verklaring maakt de kans groot dat artsen de rol opgedrongen krijgen van executeur testamentair. Met nadruk op executeur. Het is daarom urgent over dat dilemma het debat te heropenen.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.