Eeuwige held na het wonder van Utrecht

Tonny van der Linden (1932-2017) voetballer

De vrijdag overleden Tonny van der Linden bezorgde DOS in 1958 de landstitel. Een groot voetballer, die te vroeg werd geboren.

Tonny van der Linden (links) met Klaas Nuninga voor de wedstrijd DOS-GVAV in september 1963. DOS won met 2-1. Foto ANP

De man van Martini kon aan het eind van het seizoen 1957-1958 de weg naar het huis van Tonny van der Linden, de uitblinker van de Utrechtse eredivisieclub DOS, bijna blindelings vinden. Hij leverde elke maandag de prijs voor de topscorer van de week bij de winnaar af, een fles Martini Rosso, een Martini Bianco en een Martini Extra Dry.

Ook op maandag 2 juni, omdat Van der Linden de dag ervoor vier goals had gemaakt tegen VVV en daarmee zijn club bovenaan de competitie bracht, met nog één wedstrijd te spelen. De flessen werden door Tonny’s echtgenote Anneke routineus aanvaard; ze gaf ze altijd weg want ze dronken allebei geen druppel alcohol.

Twee weken later, op 15 juni 1958, speelde DOS de belangrijkste wedstrijd uit haar bestaan: een beslissingsduel tegen Sportclub Enschede, in het Nijmeegse Goffertstadion. De laatste wedstrijd had DOS de titel uit de handen laten glippen door een 3-3 gelijkspel tegen NOAD in Tilburg. De Goffert was afgeladen, en in Utrecht zaten 14.000 supporters in stadion Galgenwaard mee te leven: ze keken naar een lege grasmat en luisterden naar een krakende radiolijn, waarover commentator Co Hogendoorn een verslag doorgaf.

Honderdnegen minuten bleef het onbeslist, zowel de wedstrijd tussen Enschede en DOS als het prestigeduel tussen de twee beste spelers van de eredivisie: Abe Lenstra en Tonny van der Linden.

Toen, in de derde verlenging, ontving Van der Linden de bal buiten het strafschopgebied, liet ’m op het hoofd stuiten, via de borst en de knie voor z’n linkervoet rollen en knalde raak. Enschede-keeper Jan van de Wint bleef minutenlang met zijn gezicht in het gras liggen. Op het veld begon het kampioensfeest rond matchwinnaar Tonny van der Linden. Veel Utrechters zouden het de gelukkigste dag van hun leven noemen.

Voetbalramp

Toch had het weinig gescheeld of DOS was nooit zover gekomen. In de transferperiode die aan het kampioensseizoen voorafging besloot Van der Linden in te gaan op een lucratief aanbod van GVAV, de voorganger van FC Groningen. Toen de clubmanager van DOS, Piet Mackaay, daarvan hoorde, ontplofte hij. Mackaay had grote plannen met de club. Hij had voor een recordbedrag van 100.000 gulden de beste keeper van Nederland, Frans de Munck, uit Limburg weggekocht en een nieuwe trainer aangetrokken, de Oostenrijke Pepi Grüber.

Die trainer liet ijskoud weten dat hij niet zou komen als Van der Linden vertrok. Mackaay slaagde erin, door een aanzienlijke salarisverhoging, zijn beste speler te behouden. Utrecht was aan een voetbalramp ontsnapt.

Mackaay, die op zaterdagavond persoonlijk ging controleren of alle spelers op tijd op bed lagen (hij keek bij sommigen door de brievenbus of de fiets wel in de gang stond), was de architect van het kampioenschap, met Van der Linden als de uitvoerder.

Hij was in 1958 op zijn top. Scoorde 29 keer in de competitie, maar was niet eens middenvoor: dat was Dirk Lammers. Van der Linden was de ‘nummer 10’, de spelverdeler, de man met de gave techniek. Hij kon vrije trappen over het muurtje in de bovenhoek krullen, hij kon met links en rechts snoeihard schieten en speelde gemakkelijk drie man uit.

Veel toeschouwers vonden hem lui. Aan slidings deed hij niet, op mislukte passes liep hij niet, hij haatte straffe mandekking. Toen hij eens een vaste bewaker kreeg, die geen meter van zijn zijde week, stapte hij uit het veld en keek met de armen over elkaar toe of zijn schaduw hem zou volgen.

Oranje

Van der Linden bracht het tot 24 interlands, waarin hij 17 keer scoorde. Hij werd nogal eens buiten Oranje gelaten omdat de bondscoach een sterke voorkeur had voor wat het ‘gouden binnentrio’ heette – Faas Wilkes, Abe Lenstra en Kees Rijvers. Als hij dan gepasseerd werd, antwoordde Van der Linden steevast met zijn voeten: hij scoorde de zondag erna minstens drie doelpunten, en kreeg op maandag dan weer de Martini-man op bezoek.

Toch kleeft er iets tragisch aan de grote voetballer Van der Linden: hij werd te vroeg geboren. Hij had graag als een rijk man zijn carrière beëindigd, maar een droomtransfer naar Fiorentina ketste af.

Bij zijn afscheid van DOS kreeg hij een huldiging in Galgenwaard en een envelop, die bij thuiskomst leeg bleek te zijn. Hij begon een matig renderend installatiebedrijf, speelde nog een paar jaar bij de amateurs van Elinkwijk en moest nukkig constateren dat tien jaar na zijn vertrek de Nederlandse topvoetballers opeens tonnen per jaar gingen verdienen.

Verpleeghuis

In 2008 kwam hij naar stadion Galgenwaard om het eerste exemplaar van mijn boekje Het wonder van Utrecht (over het kampioenschap van DOS) in ontvangst te nemen. Samen met Jan van de Wint, de man die vijftig jaar tevoren het beslissende doelpunt had moeten toestaan.

Van der Linden grinnikte verlegen toen Van de Wint zei: „Ja, ik weet nog goed dat jij toen per ongeluk tegen die bal struikelde.” De boomlange keeper van Enschede had me kort tevoren nog vrij wanhopig aangekeken en gevraagd: „Jij hebt al die beelden bekeken, he? Zeg eens eerlijk, had ik ‘m moeten hebben?”

Tonny van der Linden overleed vrijdag in het verpleeghuis waar hij de laatste van zijn 84 levensjaren doorbracht.

Ad van Liempt is journalist en tv-maker