Recensie

‘Downton Abbey’, maar toch heel anders

Elizabeth J. Howard

Van de romancyclus die Howard schreef over het wel en wee van de familie Cazalet is deel 1 vertaald.

Tekening Paul van der Steen

Wie aan Lichte jaren van Elizabeth Jane Howard begint, moet zich niet laten afschrikken door de eerste vier pagina’s. Daarop staan respectievelijk de stamboom van de familie Cazalet en een namenlijst van de gezinnen Cazalet mét hun personeel. En aangezien het gaat om een grote familie die welgesteld genoeg is om er een grote hoeveelheid personeel op na te houden, wordt de lezer hier meteen al met een duizelingwekkend aantal namen geconfronteerd.

Diezelfde lezer zal later dan ook regelmatig moeten terugbladeren om te kijken wie wie ook weer was. Maar op een gegeven moment lukt het om iedereen uit elkaar te houden, en dat is de verdienste van Howard, die erin slaagt om al haar personages tot leven te wekken.

Lichte jaren is het eerste deel van de romancyclus die de Engelse Howard (1923-2014) wijdde aan de Cazalets, waarbij ze putte uit haar eigen verleden. Tussen 1990 en 1995 verschenen vier romans, waarna ze in 2013 de cyclus afsloot met een laatste deel. Nu worden ze voor het eerst vertaald. Dit eerste deel bestrijkt de jaren 1937-1938, en met name de zomers van die jaren, die de familie doorbrengt in Home Place, hun landhuis in Sussex.

Hartsvriendin

Howards cyclus over de Cazalets wordt vaak vergeleken met een tv-serie als Downton Abbey, en de familieverwikkelingen die worden beschreven, geven Lichte jaren ook een soapachtig karakter. William, de pater familias, bezit een houthandel die wordt geleid door zijn zonen Hugh en Edward. De derde zoon, Rupert, is een kunstschilder, de ongetrouwde dochter Rachel heeft zich opgeofferd om voor haar ouders te zorgen en heeft een hartsvriendin die smoorverliefd op haar is maar dat niet durft uit te spreken. Alle zonen hebben vrouwen en kinderen, iedereen kent elkaar, er bestaat kortom een heel netwerk van onderlinge verhoudingen met de daarbij behorende geheimen en frustraties. De dramatiek is onderhuids, zit eerder in wat verzwegen wordt dan in wat met anderen wordt gedeeld, ook al wordt er heel wat afgepraat.

Verder gebeurt er niet zo veel, maar ondanks het ontbreken van een dominante verhaallijn verveelt Lichte jaren geen moment. Alles draait om verhoudingen – tussen ouders en kinderen, partners, minnaars en minnaressen, neefjes en nichtjes, familie en personeel.

Van begin af aan valt op dat Howard veel aandacht besteedt aan de kleding van haar personages, de meubels, de menu’s die elke dag weer moeten worden samengesteld. Je zou je bijna gaan ergeren aan zo veel informatie, maar gaandeweg worden al die passages steeds functioneler: op bijna documentaire wijze geeft Howard zo een indruk van de logistiek en het kapitaal dat komt kijken bij het draaiende houden van zo’n grote upper classfamilie, die niet alleen leeft van een bedrijf, maar zelf ook een bijna bedrijfsmatige aanpak vereist. De verhoudingen tussen personeel en familieleden zijn dan ook zakelijk, sentiment speelt geen rol.

Mede door de nadruk op deze aspecten is Lichte jaren meer dan een ‘leest zo lekker weg’-boek. Het is meer Virginia Woolf dan Downton Abbey, ook door de toon van Howard. Ze kauwt geen oordelen of emoties voor, en is wat dit betreft verwant aan de Woolf van Mrs. Dalloway en De jaren. Met haar zorgvuldige, beschrijvende toon neemt ze zowel haar personages als haar lezers serieus.

Wel wordt duidelijk bij wie Howards sympathie ligt: bij de vrouwen. De vrouwelijke personages hebben in Lichte jaren de meeste diepgang, ook omdat zij het meest te lijden hebben. De mannen hebben nog de zaak, en de club, en desgewenst maîtresses; de vrouwen hebben door hun huwelijk afscheid moeten nemen van hun vorige leven en moeten bovendien kinderen baren, wat niet van gevaar was ontbloot. Edwards vrouw Violet heeft een veelbelovende carrière bij de Ballets Russes van Diaghilev moeten opgeven, Hughs vrouw Sybil bevalt tijdens de eerste zomer van een tweeling van wie er maar een overleeft.

De kinderen krijgen veel aandacht in Lichte jaren. Howard heeft een uitstekend oor voor de ernst waarmee kinderen, ook bij hun spel, de wereld tegemoet treden. Uitgebreid beschrijft ze de gedachten en gesprekken van de jongste generatie Cazalet, de schuivende coalities, de angst voor kostschool en oorlog, zonder dat ze ook maar een moment vertederd op haar knieën gaat zitten. De kinderwereld doet niet onder voor die van de volwassenen.

Schuivende verhaallijnen

Hoe goed Lichte jaren zal blijken te zijn, hangt mede af van de kwaliteit van de vervolgdelen (die ook zullen worden vertaald). Houdt Howard het bij scènes en schetsen die samen een panorama van langzaam schuivende verhaallijnen vormen? Misschien dat er dan toch een verlangen naar één of twee dominante verhaallijnen ontstaat. Er is de oorlogsdreiging die door het Verdrag van München lijkt afgewend, er is de buitenechtelijke verhouding van Edward, de onverwachte zwangerschap van Violet – genoeg lijnen die om een uitwerking vragen, maar de belangrijkste is misschien wel Edwards ongezonde fysieke belangstelling voor zijn vijftienjarige dochter Louise. Twee korte scènes, meer niet, maar wel scènes die hard aankomen. Ook hierdoor is Lichte jaren meer dan een boek om lekker nostalgisch bij weg te dromen.