De Tour start in Düsseldorf en Ullrich mag op Mallorca blijven

Tour de France

Twintig jaar geleden won Jan Ullrich als enige Duitser ooit de Tour de France. Maar voor de start van de Tour, volgende week in Düsseldorf, is hij niet uitgenodigd. „Jan heeft levenslang.”

Huldiging van Jan Ullrich en Team Telekom in Bonn, kort na de door Ullrich gewonnen Tour de France van 1997. Foto Getty Images

Dat ene zinnetje van moeder Marianne, net nadat ze in het snikhete Colmar haar zoon Jan Ullrich heeft omhelsd bij de finish van de zeventiende etappe van de Tour de France 1997. Om hen heen vechten tientallen Duitse verslaggevers om het eerste interview met de drager van de gele trui. Gaat hij als eerste Duitser ooit de Tour winnen? Plotseling is Ullrich, pas 23 jaar, een idool als Franz Beckenbauer en Boris Becker in hun gloriedagen. Hij maakt heel Duitsland gek van wielrennen. Maar van zijn moeder geen grote woorden over de nieuwe held. „Er ist so schön”, zegt ze zachtjes.

Twintig jaar na de historische Tourzege van Ullrich start de Ronde van Frankrijk volgende week zaterdag voor het eerst sinds 1987 weer eens in Duitsland, met een tijdrit over veertien kilometer rond Düsseldorf. Maar de enige Duitse Tourwinnaar zal er niet bij zijn. „Ga er maar van uit dat Jan zich niet laat zien”, bevestigt zijn voormalig manager Wolfgang Strohband, die Ullrich nog regelmatig spreekt. „Hij is niet uitgenodigd door de Tourorganisatie, noch door de Duitse wielerbond of de plaatselijke organisatie in Düsseldorf. En Jan gaat niet zomaar tussen het publiek staan, omdat hij weet dat de camera’s hem zullen zoeken. Dan blijft hij liever thuis bij zijn familie op Mallorca.”

Niet gegund

Duitsland wil Ullrich zijn dopinggebruik nog altijd niet vergeven. Ook al is het intussen meer dan tien jaar geleden dat hij zijn carrière beëindigde en biechtte hij in 2013 in navolging van rivaal Lance Armstrong uiteindelijk zijn medische geheimen op. Maar zelfs een terugkeer in de marge is de beroemdste Duitse wielrenner nog altijd niet gegund. Half mei zegde Ullrich af voor een job als wedstrijdleider in Rund um Köln. „Enkele toonaangevende media, zoals de ARD en Bild, waren tegen zijn terugkeer”, vertelt Strohband. „Door die druk vanuit de media worden sponsoren bang. Om de organisatie in Keulen niet in moeilijkheden te brengen heeft Jan zich teruggetrokken.”

Peter Becker zag het thuis in Berlin met afkeer aan. „Nadat Jan in 1997 de Tour won zijn er in de Duitse fietsindustrie miljoenen en miljoenen verdiend”, stelt de voormalige jeugdtrainer en vertrouwensman van Ullrich in de DDR. „Iedereen die toen heeft geprofiteerd staat straks in Düsseldorf vooraan. Alleen Jan mag er nog altijd niet bij zijn.”

Natuurlijk, ook Becker is tegen doping. „Maar we weten intussen wat er in die tijd gebeurde. Als Jan doping nam, dan vele anderen ook. Waarom kunnen we hier niet eindelijk een streep onder zetten en opnieuw beginnen? Jan mag blijkbaar nooit meer terug in het wielrennen. Hij heeft levenslang.”

Het hele land begeistert

Wie had dat kunnen denken in die prachtige julimaand twintig jaar geleden? „Ulli heeft toen het hele land begeistert”, zegt Becker, die de Tourzege van zijn pupil meebeleefde naast Telekom-ploegleider Walter Godefroot in de auto. De machtsgreep in de klim naar Arcalis, met ritwinst en gele trui als beloning. Tijdritten zoals Tom Dumoulin ze tegenwoordig rijdt. Malende benen, dansende ring in het linkeroor. In Parijs een voorsprong van meer dan negen minuten op nummer twee Richard Virenque. „Jan was een talent zoals dat één keer in de honderd jaar wordt geboren”, stelt Becker. „Ik kan het weten, ik heb jaren met hem gewerkt.”

De communistische DDR is al in haar nadagen als de net veertienjarige Ullrich in 1987 vanuit Rostock vertrekt naar Berlijn. Hij gaat naar de befaamde sportschool Werner Seelenbinder, wordt wielrenner bij SC Dynamo Berlin. Trainer Becker koestert nog altijd de schriftjes waarin hij handgeschreven alle trainingen bijhield van zijn kleine diamant. Van zesduizend kilometers in 1987 tot negenduizend een jaar later en dertienduizend in 1989. Sprinten op de Mont Klamott, een heuvel met puin uit de Tweede Wereldoorlog. „En hardlopen, turnen en zwemmen”, vertelt de inmiddels 78-jarige Berlijner enthousiast.

In tegenstelling tot West-Duitsland kent de DDR een rijke wielercultuur. De wereld van de jonge Ullrich: Vredeskoers, oude helden als Täve Schur, idolen Olaf Ludwig en Uwe Ampler. Pas in 1989 ziet hij op tv voor het eerst het verbodene: de ‘verdorven’ Tour de France van het westen, het duel van Laurent Fignon en Greg LeMond in Parijs. Twee maanden later valt de Muur. In 1991 verkast Ullrich met Becker naar Hamburg, waar zaakwaarnemer Strohband hen gaat begeleiden. Wereldkampioen bij de amateurs in 1993, overstap naar de profs van Telekom. De rest is geschiedenis. Een Ossie wordt held in het westen.

Doping? Niet in de eerste profjaren, bezweert Becker. „In de jaren 1996 en 1997 reed hij tot de Tour zestig wedstrijden, hij trainde gedreven en had een fris lichaam. Hij had geen doping nodig.” Strohband deelt die overtuiging. „Jan heeft me in die tijd zo vaak gezegd: ‘ik doe niets, ik wil later gezonde kinderen.’ Die heeft hij intussen ook, drie jongens en een meisje.”

Toch: in 1999 komt het tijdschrift Der Spiegel met onthullingen over systematisch dopegebruik met het wondermiddel epo bij Team Telekom. Tijdens de Ronde van Zwitserland wordt het teamhotel in Münchenbuchsee belegerd door honderden media-vertegenwoordigers. „Kijk, we staan in de krant”, zegt Ullrich een dag later droogjes bij de start. Hij kampt met knieproblemen en trekt zich terug voor de Tour. Advocaten van Telekom weerleggen de beschuldigingen, maar in 2007 bevestigt verzorger Jef d’Hont het verhaal van Der Spiegel alsnog. „We weten nu hoe het was”, zegt Strohband nu. „Als er in die tijd dingen gebeurden dan was het een zaak van de teams.”

In 2002 knapt het lijntje bij levensgenieter Ullrich, die in de Tour al drie jaar stuit op de onfeilbare Lance Armstrong. Opnieuw knieproblemen, uitgaansleven, amfitaminegebruik. Hij wordt een half jaar geschorst, verlaat Telekom. Dan gaat het volgens Becker fout, ondanks een fraaie Tourcomeback een jaar later in het celeste shirt van Bianchi. „Wij hadden hier in Berlijn grote sponsoren voor een multisportteam rond Jan. Hij was zeer gemotiveerd, wilde de grootste Duitse sporter ooit worden. Maar zijn toenmalige begeleiders kozen voor een terugkeer naar T-Mobile. Toen zijn onze wegen gescheiden. Zijn toenmalige begeleiders hebben de val van Jan op hun geweten.”

Dopingschandaal

De bom barst vlak voor de Tourstart van 2006. Ullrich en zijn vertrouwensman/ploegleider Rudy Pevenage worden gelinkt aan het dopingschandaal rond de Spaanse arts Eufemiano Fuentes. T-Mobile zet de kopman op non-actief, in januari 2007 kondigt der Jan in Hamburg zijn afscheid aan. Trots op zijn gezin, olympisch goud en Toursuccessen: één keer eerste, vijf keer tweede, één keer derde. Over Fuentes of doping geen woord. „Dat heeft hij toen niet goed gedaan”, vindt Becker.

„Dat wordt Jan nu nog altijd het meest kwalijk genomen”, zegt Strohband. „Hij had eerder moeten bekennen, zegt men. Maar hij was een jonge sporter die ineens moest stoppen. Hij volgde de adviezen van de beste advocaten, die zeiden dat zwijgen het beste was.” Duitsland rekent hard af met de dopingcultuur in het wielrennen. De live-uitzending van de Tour worden in 2008 gestaakt en pas in 2016 weer opgepakt. Er komt een strafrechtelijk onderzoek naar Ullrich, dat hij afkoopt voor een miljoen euro. Strohband: „Er stond grote druk op Jan.”

Na een burn-out volgt in 2013 alsnog zijn bekentenis, in een interview met wielersite Cyclingnews. Ja, hij heeft dope gebruikt. Nee, hij voelt zich geen bedrieger omdat de concurrentie in die tijd hetzelfde deed. En nee, Armstrong moet niet worden geschrapt uit de Touruitslagen. „Een realistische visie”, vindt Strohband. Maar de Duitse media vergeven Ullrich niet. „Zo gaat dat bij ons. Sterren worden eerst opgehemeld en dan afgemaakt. Nu weer met het faillissement van Boris Becker. Menselijk gezien vind ik het laag.”

Voor de tv kijken

De voormalige Sonnenkönig verhuisde dit jaar naar Mallorca. „Ik was dit voorjaar bij hem en hij maakte een gelukkige indruk met zijn gezin”, vertelt Becker. „Zijn zonen gaan daar naar school, zelf verzorgt hij fietsevenementen voor bedrijven.” Geen Tourstart in Düsseldorf? „Hij praat er niet over, maar ik merkte dat hij diep van binnen onder de situatie lijdt.”

Strohband had onlangs dezelfde ervaring. „Bij Jan is het moeilijk om zijn innerlijk te doorgronden. Ik weet nog dat ik vlak voor zijn burn-out dacht: ‘hij kan het allemaal goed van zich afzetten’. Ook nu doet hij naar buiten toe alsof hij het allemaal wel goed vindt zo. Maar ik weet zeker dat hij straks voor de tv zit om naar de Tour te kijken.”

Bij de Duitse wielerliefhebbers kan Ullrich niet stuk, merkt Strohband, nog altijd voorzitter van wielerclub RGH in Hamburg. „Als ik eens ergens met hem zit te eten, staat iedereen in de rij voor een handtekening. Jan doet ook veel dingen terug voor de wielersport zonder dat het grote publiek dat weet. Laatst was hij in Wittenberg bij een toertocht, dan is iedereen laaiend enthousiast. Maar het probleem is dat de media daarover niet berichten.”

Veertig kilometer ten zuiden van Berlijn, in het plaatsje Wünsdorf, beheert oud-journalist Werner Ruttkus een privémuseum over de oude DDR-wielercultuur. „Er is nu een kleine tentoonstelling over de Tourzege van Ulli twintig jaar geleden”, vertelt Becker. „Daar tref je de echte wielerliefhebbers, die Jan kennen zoals hij is. Een groot sportman en een goede jongen.”

Zoals zijn moeder al in 1997 vertelde.