De Belastingdienst weet zich geen raad met de online deeleconomie

Deeleconomie

Airbnb, Uber, Snappcar. De nieuwe online ‘deeleconomie’ groeit spectaculair. Maar de Belastingdienst doet niet mee.

Foto iStock

‘Maak het nou eens duidelijk. Ik heb op allerlei niveaus van de overheid gevraagd om duidelijkheid te bieden, tot Mark Rutte aan toe.” Victor van Tol, mede-oprichter en directeur van autodeelplatform Snappcar klinkt een tikje moedeloos als het onderwerp belastingen wordt aangesneden. „De overheid worstelt er gewoon mee.”

Via Snappcar kunnen particulieren de auto van een andere particulier verzekerd huren. Van Jans zwarte Kia-Picanto in Groningen (25 euro per dag) tot Mustafa’s BMW 3-serie in Maastricht (32,50 per dag). Eerder deze maand werd bekend dat autoverhuurder Europcar een belang van 20 procent heeft genomen in het platform dat inmiddels ook in Denemarken en Zweden actief is waarop ruim 30.000 auto’s worden gedeeld.

Snappcar groeit. Net zoals gereedschapverhuursite Peerby, thuisrestaurantsite Airdnd, schoonmaakwebsite Helpling en andere platforms van de nieuwe ‘deeleconomie’. De bekendste voorbeelden, huizenverhuursite Airbnb en taxiwebsite Uber, zijn in korte tijd tientallen miljarden euro’s waard geworden. Overigens gaat voor lang niet alle platforms de term ‘delen’ op, Uber is bijvoorbeeld gewoon een commerciële taxidienst.

Eerlijk Delen

De „spectaculaire aanhoudende groei van deze platformen”, zoals het prestigieuze Rathenau Instituut het onlangs in het onderzoek ‘Eerlijk Delen’ omschreef, heeft in een aantal jaar een hele nieuwe laag in de economie gecreëerd. Eentje waar de Belastingdienst zich nog duidelijk geen raad mee weet. Dat blijkt ook uit een intern onderzoek dat vorig jaar openbaar werd gemaakt na een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur door de NOS. De Belastingdienst spreekt van „nieuwe handhavingsvraagstukken” vanwege het „onduidelijke onderscheid tussen hobbyisme en (klein)ondernemerschap”. Moet de thuiskok die via het huisrestaurant Airdnd vier keer per jaar zijn keuken openstelt worden aangemerkt als ondernemer? „En wat als dit niet vier keer maar 24 keer is?” Het antwoord wordt niet gegeven.

Gedoogbeleid

Snappcar ondervindt de gevolgen van die vraagtekens bij de fiscus. „Moet ik belasting betalen over de verhuur van mijn auto?”, luidt een van de veelgestelde vragen op de Snappcar-site. Nee, niet zo lang je ‘incidenteel’ je auto verhuurt, is het antwoord dat Snappcar geeft. „Gemiddeld kun je als particulier zo’n 5.000-6.000 euro per jaar belastingvrij bijverdienen.”

Hoe Snappcar daar precies bij komt? Van Tol: „Wij hebben toen we net begonnen met de fiscus gesproken en daaruit kwam een soort gedoogbeleid voor de interneteconomie naar voren. Zolang je niet als ondernemer gezien wordt, hoef je geen belasting te betalen en de grens van de kleine ondernemersregeling ligt bij 5.000 euro. Dus onze lezing is dat je ongeveer 5.000 euro omzet mag draaien. Maar eigenlijk is dat geen keiharde grens die we onze leden kunnen geven.”

Harmen van Sprang van kennis- en netwerkplatform voor de deeleconomie shareNL zegt dat de fiscus verschillende signalen naar verschillende deelinitiatieven afgeeft. „Ik hoor van platformen wisselende geluiden. Het is lastig voor ze om een duidelijke lijn te krijgen en dat is voor de consument ook lastig. Betere informatievoorziening van de fiscus is welkom. Daar hebben wij het vanuit shareNL ook met de fiscus over.”

Belasting over 70 procent

Volgens Van Tol is er maar één deelplatform waarover wél iets duidelijk is en dat is Airbnb. Eenieder die (een ruimte in) zijn koopwoning verhuurt is namelijk verplicht om over 70 procent van die inkomsten belasting te betalen. Dat tikt aan, want daar geldt gewoon het inkomstenbelastingtarief dat afhankelijk van het inkomen minimaal 36,55 en maximaal 52 procent bedraagt.

Die straffe belastingvoet roept een hele andere vraag op. Wordt die belasting niet massaal ontdoken? Airbnb-verhuur wordt een stuk minder aantrekkelijk als de regels van de Belastingdienst gevolgd worden. Cijfers van Airbnb over Amsterdam tonen dat 14.200 Amsterdammers in 2015 hun woning via de website verhuurden en er dat jaar gemiddeld 3.800 euro mee verdienden. Iemand met een modaal inkomen had van die 3.800 euro 40,8 procent (ruim 1.500 euro) aan de fiscus moeten afdragen.

Volgens onderzoekers van het Rathenau Instituut is het antwoord op die vraag evident. „Wetende dat platformen geen gegevens verstrekken aan de Belastingdienst vanwege de privacy van aanbieders, zal lang niet iedereen zich bekommeren om zijn fiscale plicht.”

Maar of dat echt zo is? En hoe groot deze nieuwe schaduweconomie dan is? NRC klopte aan bij de Belastingdienst voor meer duidelijkheid en stelde een trits vragen over de deeleconomie, onder meer of de Airbnb-boost in Amsterdam terug te zien is in de belastingaangiftes van Amsterdammers, welk beeld er bij de fiscus bestaat over de belastingmoraal van deelnemers aan de ‘deeleconomie’ en of men bij de Belastingdienst al vooruitgang heeft geboekt sinds het interne onderzoek verscheen over de worstelingen met de interneteconomie. Het antwoord: het zijn allemaal vragen waar de Belastingdienst „om strategische redenen” niet op in wil gaan, omdat ze gerelateerd zijn aan „toezicht en het nalevingsgehalte”.