Recensie

De beste nieuwe prentenboeken: die van Jeffers en Van der Linden

Elke week bespreekt NRC online nieuwe kinderboeken. Deze week: het mooiste uit de recente prentenboekenoogst.

Illustratie Martijn van der Linden, bewerking NRC.

Oliver Jeffers: De grote bomenrover

Een uil stort ter aarde als zijn landingsplek, een tak, plots afwezig blijkt. Zo komt een misstand aan het licht waar de bosbewoners zich grote zorgen om maken. Een groot aantal bomen is verdwenen! Gele linten worden gespannen, sporen gezocht en er slingeren in het bos opmerkelijk veel papieren vliegtuigjes rond. Ondertussen krijgen wij, lezers, ook het verhaal over de dader te zien.

De grote bomenrover – een prentenboek uit 2008 van de Iers-Amerikaanse sterillustrator Oliver Jeffers, een van ’s werelds beste hedendaagse prentenboekenmakers – is er nu ook voor Nederlandse lezers en dat is geweldig. Prentenboeken die zo goed opgebouwd zijn, zo grappig en zo eigenzinnig en aantrekkelijk van stijl, zijn zeldzaam.

In zijn composities wisselt Jeffers af en dat geeft veel energie aan de vertelling. Soms vertelt hij het verhaal cartoonesk snel, met drie, vier, vijf plaatjes op een pagina, soms zoomt hij juist uit om op een spread het hele bos te tonen, soms tekent hij een paar elementen tegen een witte achtergrond. Waarbij er voor de lezer net iets meer te ontdekken en te bespeuren valt dan voor de detectives onder de bosbewoners. Bijvoorbeeld als de bever en hert bewijzen verzamelen: ze fotograferen een enkel eikenblaadje. Wij, lezers, zien verdachte papieren vliegtuigjes op de achtergrond. Dat ‘poppenkasteffect’ (denk: Jan Klaassen die de boef achter hem nog niet opmerkt) maakt het een meeslepende leeservaring. En dwingt bewondering af voor Jeffers: zonder de focus in zijn beelden te verliezen, weet hij veel tegelijk te vertellen.

Vaak staan er, zoals gebruikelijk is in prentenboeken, niet al te veel woorden op de pagina’s, maar als de dader gevonden is en in de rechtszaal zijn ademloze spijtbetuiging uitspreekt, buitelt de tekst over ons heen. Ook in woorden is Jeffers kortom een meester van dosering.

Kijk hier naar enkele illustraties uit De grote bomenrover (de tekst loopt door onder de tekeningen):

Joukje Akveld en Martijn van der Linden: Van wie is die staart?

Het is een van de beste boekenseries voor piepjonge kinderen: de serie kartonboeken waarvoor Joukje Akveld het concept bedacht, en die elk boek weer door een andere toptekenaar wordt geïllustreerd. Het nieuwste deel heet Van wie is die staart? – nadat eerder de juiste eigenaars gezocht moesten worden bij hoeden (getekend door Thé Tjong-Khing), huizen (Annemarie van Haeringen) en auto’s (Philip Hopman).

Telkens gebeurt er dit: ‘van wie is die staart?’, staat er, hier bijvoorbeeld bij een staartvin, en daarnaast staan vier dieren – een krokodil, een olifant, een stokstaartje en een dolfijn. Nou? Na het omslaan van de bladzijde geeft illustrator Martijn van der Linden het antwoord in zijn tekening: natuurlijk is die staart van een dolfijn! Een dolfijn met drie handtassen!

Dat dit vierde deel het beste en verrassendste in de reeks is, danken we aan Van der Linden: die voegde een gezonde dosis absurdisme toe aan zijn tekeningen. Een krokodil met een bloemetjesbackpack, een giraffe in een bushokje, een ringstaartmaki die een selfie maakt. Van der Linden schildert in beginsel heel realistische dieren, met buitengewoon treffende texturen van vachten en huiden, en omgevingen in een wat bevreemdende, licht hopperiaanse lichtval – maar dan krijgen die dieren óók zo’n waanzinnig, surrealistisch detail. Het maakt de dieren erg gedenkwaardig – en daarmee het boek. Deze week kreeg Van der Linden een Zilveren Penseel voor het conceptueel en visueel prachtige Tangramkat (en het zou me niets verbazen als die ‘nominatie’ voor het Gouden Penseel tot winst leidt) – maar Van wie is die staart? is minstens zo sterk.