‘College geven kan veel interactiever’

Sera Markoff Astrofysicus

De wetenschap moet van iedereen zijn, vindt astrofysicus Sera Markoff. Daarom geeft ze soms les op scholen in de buurt.

De Amerikaanse astrofysicus Sera Markoff werd in april hoogleraar aan de Universtiteit van Amsterdam. „Het Science Park is een ivoren toren met weinig contact met de omgeving”, vindt zij. Foto Bastiaan Heus

We lopen door een lange witte hal op de vierde verdieping van het hoofdgebouw van het Science Park in Amsterdam als astrofysicus Sera Markoff zich excuseert: „Sorry als ik wat moe overkom. Twee telescoop-projecten waarbij ik in commissies zit, hebben tegelijkertijd deadlines.” Markoff is in april benoemd tot hoogleraar theoretische hoge-energie astrofysica, aan de Universiteit van Amsterdam. Haar Nederlands is goed, maar voor het gemak spreken we in het Engels.

Als we plaatsnemen in haar rommelige maar vrolijk ingerichte kantoor, vol posters, vertelt ze dat ze naast haar onderzoek, coördinator is van een van de werkgroepen voor de volgende generatie Very High Energy Gamma-telescope en lid is van de wetenschappelijke raad van de Event Horizon Telescope. Daarnaast leidt ze een onderzoeksgroep, maakt ze deel uit van het managementteam van het Anton Pannekoek Instituut, droeg ze bij aan het masteropleiding physics & astronomy, is ze bezig met vernieuwende onderwijstechnieken, en begeleidt ze projecten met schoolkinderen in de buurt. Ze praat enthousiast over haar onderzoek en alle nevenactiviteiten. Van vermoeidheid merk ik weinig.

Dat zijn behoorlijk veel activiteiten. Waar haalt u de energie vandaan?

Sera Markoff lacht. „Ik maak veel uren, maar niet op een manier die me ongelukkig maakt. Het zit in me, ik ben een energiek persoon en snel enthousiast over wat ik doe. Nu ik hoogleraar ben kan ik de energie die ik eerst nodig had om hoger op de ladder te komen, in andere dingen steken. In de herfst wil ik bijvoorbeeld een muziek- en wetenschapsavond beginnen in Amsterdam, voor publiek dat normaal niet met wetenschap in aanraking komt. Er komen wetenschappelijk praatjes en misschien kunnen we de bands voor de grap een nummer met een wetenschappelijk thema laten spelen.”

De universiteit moet een afspiegeling zijn van de diversiteit van de bevolking

Speelt u zelf een instrument?

„Ik heb piano en drums gespeeld, maar dat heb ik al lang niet meer gedaan. Ik realiseerde me dat ik beter ben als fan. Daarom ga ik vaak naar concerten en luister ik veel muziek. De muziekavond die ik wil beginnen is dus ook in mijn eigen belang, zodat ik indie-acts naar Amsterdam kan halen die ik zelf graag wil zien.”

Wat voor onderzoek doet u aan de universiteit?

„Ik houd me vooral bezig met zwarte gaten. Ik probeer te begrijpen wat hun rol is in het heelal is en hoe ze ontstaan zijn. Ze spelen een grotere rol dan je zou denken. Hun aanwezigheid in het jonge heelal heeft waarschijnlijk invloed op de vorming van het heelal. Maar ook lokaal hebben ze effect. Zwarte gaten groeien doordat er massa in valt. Door die invallende massa wordt energie uitgestoten in de vorm van jets (gebundelde stromen magnetisch gas) en in wind van deeltjes. Die uitstoot beïnvloedt de stervorming in het gebied rondom het zwarte gat. Het verband tussen wat je in een zwart gat gooit en wat er uitgezonden wordt, is onduidelijk. In onze theoretische modellen hierover mist nog veel informatie. Ik werk aan het verbeteren van die modellen, zodat we de invloed van zwarte gaten beter leren begrijpen.”

Studenten kozen uw bachelorcollege tot een van de beste van natuur- en sterrenkunde. Wat is de essentie van goed onderwijs?

„Ik vind de klassikale manier van lesgeven, een docent die voor een klas staat te praten, saai. Zowel voor de studenten als voor mijzelf. Je bent dan alleen maar naar je eigen stem aan het luisteren. Ook tonen onderzoeken aan dat er bij die lesmethode maar 15 procent van de stof blijft hangen.

„Toen ik als postdoc bij Massachusetts Institute of Technology werkte, deed ik een dag in de week mee met een van de beste wetenschappelijk onderwijsgroepen van Amerika, bij de Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics. Daar leerde ik over interactief lesgeven, waarbij docenten meer rondlopen tijdens de lessen en de leerlingen actief meedoen.

„In Amsterdam wilde ik ook zoiets. Bij een bachelorvak dat ik geef over kosmologie, introduceerde ik stemkastjes, waarmee studenten tijdens de les vragen moeten beantwoorden. Het gaat anoniem en de resultaten verschijnen direct op een scherm.

„Bij mijn mastervak gebruik ik een iPad. Wat ik daarop schrijf verschijnt op een scherm in het lokaal. Normaal gesproken staat een docent op een bord formules te schrijven. Nu kan ik tegelijkertijd door het lokaal lopen, de studenten aankijken en je les interactiever maken. Ook mogen studenten bij dat vak van mij geen rekenmachines gebruiken tijdens hun tentamen.”

Waarom geen rekenmachine?

„Ik heb het gevoel dat studenten te veel op details focussen en de neiging hebben dingen gewoon uit hun hoofd te leren zonder echt te begrijpen wat ze aan het doen zijn. Daarom moeten mijn studenten tijdens tentamens ingewikkelde formules omzetten in machten van tien [1, 10, 100, 1000, …] om tot een orde van grootte antwoord te komen. Ik kwam erachter dat de studenten daar veel moeite mee hebben. Daarom probeer ik nu het bachelorvak ‘Ordes van Grootte’ van de grond te krijgen.”

U bent ook begonnen met basisschoolprojecten in de buurt. Waarom vindt u dat belangrijk?

„De meeste activiteiten om basis- en middelbare schoolleerlingen te interesseren voor wetenschap zijn eenmalig. Je geeft één keer een praatje of een practicum. Er wordt niets opgebouwd. Verder merk ik dat er wel gepraat wordt over diversiteit, maar er is in Nederland nog niet eens grip op geslachtsdiversiteit. De universiteit moet een afspiegeling zijn van de diversiteit van de bevolking. De universiteiten hier bestaan vooral uit witte Europeanen. En dat is niet wat ik om mij heen in Amsterdam zie. Dat stoort me. Afkomst mag geen reden zijn om wel of niet aan wetenschap te kunnen werken.

„Ik kijk hoe we kunnen zorgen voor meer diversiteit onder de studenten. Ik wil iedereen bereiken en niet alleen een selecte groep. Daarom werk ik met kinderen en families in de buurt. Het Science Park is een ivoren toren met weinig contact met de omgeving. Het eerste project waar ik mee begonnen ben, is met een lokale basisschool. Daarnaast ga ik andere projecten opzetten om het contact met de buurt verder op te bouwen, zodat mensen het Science Park een toegankelijke plek gaan vinden.”

Hoe ging het eerste project?

„Met een groep vrijwilligers gaven we een reeks lessen waarin de kinderen onder andere telescoopjes bouwden. Tijdens de laatste les kwamen ze op het Science Park kijken. Ik heb ze toen, met de stemkastjes, gevraagd of ze geïnteresseerd waren in een sterrenkijkavond. Die organiseren we wel vaker, maar nu speciaal voor kinderen uit de buurt en hun familie. Ze waren erg enthousiast: 80 procent wilde er graag heen.”