30 jaar dierenleed, voedselfraude en slecht toezicht

Er gaat veel mis in de vleesindustrie, en het toezicht is vaak slecht. NRC zette alle misstanden sinds 1987 op een rij.

1987

De Kroes veroordeeld voor vleesfraude
Eddy de Kroes wordt in 1987 veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar voor zijn aandeel in de fraude met de import van partijen vlees door zijn bedrijf De Vleeschmeesters. In 2004 zal blijken dat hij de hem opgelegde gevangenisstraf niet hoefde te ondergaan dankzij een ‘vrijbrief’ van officier van justitie Hans Vos. Toenmalige commissarissen van het bedrijf waren oud-premier Barend Biesheuvel (CDA), CNV-voorman Jan Lanser en ex-Vendex-topman Anton Dreesmann.

1988

Verbod groeihormonen geschonden
Al decennialang worden er groeihormonen gebruikt in de vleessector. Risico’s voor de volksgezondheid leiden tot een totaalverbod van het gebruik van groeihormonen in de Europese veehouderij. Vanaf 1988 mogen ook buitenlandse producten van dieren, die met groeihormonen zijn geproduceerd, niet meer in Europa worden ingevoerd en verkocht. In de jaren die gaan komen, zal blijken dat de verboden op grote schaal geschonden worden. Om kalveren toch sneller te laten groeien, wijken mesterijen uit naar middelen als clenbuterol en salbutamol. Ze zijn bedoeld voor aandoeningen van de luchtwegen, maar ze laten de kalveren ook sneller groeien. In oktober verbiedt minister Braks (Landbouw, CDA) het verwerken van clenbuterol in diervoeders.
RVV’ers betrokken bij vleesfraude
In 1988 veroordeelt de rechtbank in Breda medewerkers van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV) die – in ruil voor smeergeld – voorgetekende blanco exportcertificaten hebben geleverd aan vleesexporteurs. De controle van de RVV op de herkomst en de gezondheid van het vlees blijkt niet altijd even goed. Volgens Europese richtlijnen moet het vlees in slachthuizen permanent gecontroleerd worden door dierenartsen. Die keuren het vlees en zetten hun naam en stempel op het gezondheidscertificaat. De RVV heeft echter te weinig dierenartsen. Om bij hun afwezigheid de productie niet te hoeven stilleggen, tekenen dierenartsen blanco certificaten. Bij slachterijen en uitbeenderijen is mede daardoor fraude kinderspel.

1989

Bijna alle pluimveebedrijven besmet met salmonella
In oktober 1989 verschijnt bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM) het rapport ‘Salmonella-onderzoek bij Nederlands pluimvee’. Volgens het onderzoek is in Nederland 90 procent van de pluimveebedrijven in de leg- en mestsector besmet met de salmonellabacterie. Oorzaken voor de besmetting zijn de industriële wijze waarop varkens en kippen worden gefokt en hun voedsel dat vaak besmet is met bacteriën.
Veel illegaal gebruik groeimiddelen
In 1989 neemt het illegale gebruik van groeimiddelen zoals clenbuterol een grote vlucht. De Algemene Inspectie Dienst (AID) van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij spoort 84 overtreders op, onder wie fabrikanten van diergeneesmiddelen, veehouders, een voederfabrikant, drie handelaren en 63 dierenartsen.

1990

16 doden door salmonella
In een caramelpudding, bereid door de kok van een verpleeghuis in Venlo, zijn in juli 1990 met de salmonella-D bacterie besmette rauwe eieren verwerkt. Zestien hoogbejaarde bewoners van het verpleeghuis overlijden, 154 bewoners zijn besmet. Salmonella is vooral gevaarlijk bij zuigelingen en bejaarden. In Nederland krijgen elk jaar 60.000 mensen salmonella. Dat komt omdat veel kippen en eieren besmet zijn.
Verbod op groeimiddelen
Eind 1990 wordt een verbod afgekondigd op het bezit van dieren die zijn behandeld met clenbuterol ,,en aanverwante groeibevorderende middelen”. Het kopen of verkopen van dergelijke dieren, of het vlees ervan, is vanaf dit moment niet meer toegestaan. Tot nu toe gold alleen een verbod op het bezit en gebruik van de groeibevorderende middelen, tenzij er sprake was van ‘medische’ toepassing.
Sector gaat zelf controleren
In december 1990 wordt door de sector, in overleg met de overheid, de Stichting Kwaliteitsgarantie Vleeskalversector (SKV) opgericht. Inspecteurs van de SKV voeren controles uit bij producenten van kalvervoeders, handelaren in voer, vleeskalverbedrijven en slachterijen.

1992

Wet beschermt dieren
Het Ministerie van Landbouw en Visserij komt in 1992 met de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Voortaan mogen geen handelingen met dieren worden verricht, tenzij in de wet staat dat het wel mag. In vorige wetten stond dat men (bijna) alles mocht doen, tenzij in de wet stond dat het niet mocht.

1993

Controle diertransporten schiet tekort
In februari 1993 blijkt dat in Nederlandse veewagens de dieren dichter opeengepakt worden dan in die uit andere Europese landen. De ruime Nederlandse norm van 300 kilo per vierkante meter wordt volgens de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID) regelmatig overschreden. Inspecteurs stellen bovendien vast dat bij het transport van runderen de vereiste tussenschotten bijna altijd ontbreken. De dieren die aan de uiteinden staan, moeten daardoor het volle gewicht van de andere dieren opvangen. Het Instituut voor Veeteeltkundig Onderzoek adviseerde voor varkenstransporten maximaal 235 kilo per vierkante meter. De Europese Commissie stelde later een maximum vast van 265 kilo, maar onder druk van de sector bleef voor vervoer in Nederland een limiet van 300 kilo gehandhaafd. De controle op handhaving van regels door de Rijksdienst voor keuring van Vee en Vlees (RVV) schiet op ,,onaanvaardbare wijze” tekort, volgens de Dierenbescherming. Ook is er te weinig toezicht op de aanvoer naar veemarkten van als ,,wrak vee” aangemerkte zieke dieren.
Conflict Keuringsdienst en RVV
November 1993 haalt Nutricia een miljoen potjes Olvarit met varkens- en rundvlees uit de handel. Ze bevatten een te hoge concentratie desinfecterend middel (pTSA) dat schadelijk kan zijn voor de volksgezondheid. De kwestie leidt tot een conflict tussen de Keuringsdienst van Waren (onderdeel van het ministerie van Volksgezondheid) en de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (van het ministerie van ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij). De keuringsdienst zou de RVV te laat geïnformeerd hebben.

1994

RVV neemt geen maatregelen
In april 1994 wordt Nederland getroffen door een uitbraak van klassieke vogelpest op drie locaties van een bedrijf in Noord-Brabant. 150 struisvogelachtige loopvogels worden vernietigd. De vogels van het bedrijf zijn door de Verenigde Staten teruggestuurd naar Nederland. Op Schiphol heeft de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV) geen maatregelen genomen en de dieren door laten gaan naar het bedrijf van herkomst. Vijf pluimveebedrijven in de buurt van de besmette locaties worden nog onderzocht op aanwezigheid van het virus.

1995-2009

170 doden door BSE
Tussen 1995 en 2009 sterven zo’n 170 mensen aan de ‘gekkekoeienziekte’, ook bekend als de ziekte van Creutzfeldt-Jakob of BSE. Het merendeel van de slachtoffers is Brits. Zij overlijden aan een hersenaandoening na het eten van besmet rundvlees. Door strengere voedselcontroles in de Europese Unie is de variant die wordt veroorzaakt door besmette koeien vrijwel verdwenen.

1997

9,6 miljoen varkens geruimd
In februari 1997 wordt het eerste geval van klassieke varkenspest geconstateerd op een varkensbedrijf in Venhorst. Nadat ze gehoord hebben dat er een vervoersverbod op komst is, brengen varkenshouders nog snel beesten weg. Mede daardoor breekt een landelijke epidemie uit. In september zijn vierhonderd bedrijven besmet. Varkenspest is niet gevaarlijk voor de mens maar vormt wel een bedreiging voor de varkensstapel. In de crisis worden 9,6 miljoen varkens geruimd. Minister Van Aartsen (Landbouw, VVD) lanceert in juli een plan voor inkrimping van de varkenssector met 25 procent. Later zwakt hij dit af tot 15 procent, maar na protesten van varkensboeren gaat de inkrimping niet door. In augustus is de varkensstapel alweer gegroeid tot recordhoogte: ruim 15 miljoen beesten.
Eerste BSE-koe in Nederland
In maart 1997 duikt in Nederland de eerste BSE-besmette koe, Anja 3, op. Zij en haar 110 stalgenoten worden afgemaakt. Vlees ter waarde van 45.000 euro wordt vernietigd.
Veroordelingen voor groeibevorderaars
De rechtbank Breda veroordeelt in juni 1997 een oud-medewerker van geneesmiddelenbedrijf Dopharma, een handelaar uit Dordrecht en een agent van een Vlaams diervoederbedrijf tot celstraffen voor de handel in verboden groeibevorderaars en valsheid in geschrifte. In 1999 treft de verdachte directeur van Dopharma een schikking met Justitie.
‘Toezicht groeibevorderaars slecht’
In een rapport uit 1997 heeft de Rekenkamer kritiek op het toezicht op de sector. Hoewel de overheid haar eigen controledienst heeft, mag de sector zich deels zelf controleren. Dat gebeurt onder meer via de Stichting Kwaliteitsgarantie Vleeskalversector (SKV) die de controle op kalveren doet. De Rekenkamer stelt vast dat de controle door deze stichting op illegale groeibevorderaars ,,ernstige tekortkomingen” vertoont. Bovendien hanteert de SKV soepelere normen dan bijvoorbeeld die in België. Het overheidstoezicht op het werk van SKV faalt.
Invallen om illegale vleesexport
In december 1997 doet de Algemene Inspectiedienst (AID) invallen in Nederlandse vleesbedrijven die ervan verdacht worden illegaal Brits rundvlees naar Oostbloklanden te exporteren. Sinds 1996 geldt vanwege de BSE-crisis een wereldwijd exportverbod voor Brits rundvlees.

1998

‘RVV en sector helpen bij omkatten vlees’
In maart 1998 blijkt dat vleesbedrijven in Nederland Engels rundvlees ‘omkatten’ naar Nederlands vlees om export van het vlees naar Rusland mogelijk te maken. Een medewerker van de brancheorganisatie COV, de Centrale Organisatie voor de Vleessector, moedigde een vleesexporteur aan ,,creatief” te knoeien met herkomststempels en documenten. De bedrijven krijgen bovendien hulp van de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV). Van het buitenlandse vlees worden keurings- en herkomststempels weggesneden, waarna er Nederlandse stempels op worden gezet en de begeleidende documenten worden vervalst. Hiervoor worden blanco formulieren door medewerkers van de RVV voorzien van goedkeurende handtekeningen. Minister Van Aartsen (Landbouw, VVD) zou in januari 1995 door een ambtenaar van de RVV via een brief op de hoogte zijn gesteld dat er in de RVV gewerkt wordt met blanco getekende handelsdocumenten. Volgens die ambtenaar is dat vanaf 1993, 1994 een normale praktijk bij de RVV. De minister moet zich verantwoorden in de Tweede Kamer. De zaak loopt met een sisser af, al worden de regels bij de RVV aangescherpt.
Slechte controle op hormoonvlees
De controle op het gebruik van verboden hormonen in de vleessector is in Nederland geringer dan in België en de straffen voor de handel in en het toedienen van deze groeibevorderaars zijn in Nederland lager dan in België. Dat leidt tot een vlucht van de hormonenmaffia naar Nederland, waarschuwt België.

1999

Dioxine in kip, ei en varken
In Belgische kippen, eieren en varkensvlees blijkt dioxine te zitten. In 1999 breekt een crisis uit nadat met dioxine vervuilde transformatorolie door oud frituurvet is gemengd. Dit vervuilde vet gaat het diervoer in. De besmette producten worden ook geëxporteerd naar Nederland. Ook in Nederland wordt in een vetsmeltbedrijf een verhoogde concentratie dioxinen aangetroffen. Staatssecretaris Faber (Landbouw, PvdA) komt in opspraak omdat ze een week zou hebben gewacht alvorens het ministerie van Volksgezondheid over de besmetting in te lichten.
Kritiek op zelfcontrole sector
Er is kritiek op de zelfcontrole door de sector in het schandaal rond hormonenvlees uit België dat in Nederland geslacht wordt. Routinecontroles op verboden groeibevorderaars in de vetmesterij en veehandel zijn in handen van twee private controlediensten: Stichting Kwaliteitsgarantie Vleeskalversector (SKV) en BV Controle Bureau Dierlijke Sector (CBD). CBD is gelieerd aan de Productschappen voor Vee, Vlees, Pluimvee en Eieren. Ze controleren op boerderijen en vinden maar weinig verboden stoffen. De Algemene Rekenkamer heeft al 1997 kritiek op het toezicht. De Algemene Inspectiedienst (AID) van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij dringt bij het eigen ministerie aan op het verhogen van de strafmaat voor hormoondelicten.

2000

Toezicht voedselketen schiet tekort
In 2000 waarschuwt de Algemene Rekenkamer dat het toezicht op de voedselketen ernstig tekortschiet, onder meer waar het gaat om de gekkekoeienziekte BSE. Het rapport komt op een moment dat in Nederland meer gevallen van BSE ontdekt worden. De bewindslieden hebben ,,hun verantwoordelijkheid voor de volks- en diergezondheid niet kunnen waarmaken”, luidt het oordeel. De Rekenkamer heeft aanwijzingen dat zieke dieren aan controle ontsnappen en in het voedsel terechtkomen.

2001

BSE-gevoelig materiaal in Nederlands vlees
Britse controleurs van de Food Standards Agency vinden in maart 2001 voor de tweede maal verboden BSE-gevoelig materiaal in een partij rundvlees uit Nederland. De Europese commissaris voor Voedselveiligheid, David Byrne, vraagt minister Brinkhorst (Landbouw, D66) om opheldering.
Vervoersverbod lekt uit
Enkele uren voordat het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij op 13 maart 2001 een algeheel vervoersverbod afkondigt voor de door de besmettelijke dierenziekte mond- en klauwzeer getroffen provincies wordt een recordaantal dieren uit die provincies geëxporteerd. De Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV) werkt mee aan het in allerijl afgeven van de vergunningen. Het naderende vervoersverbod is besproken door het ministerie met de sector in de avond van 12 maart. De dieren uit het besmette gebied gaan vooral naar Duitsland. De landbouwminister van Noordrijn-Westfalen vraagt opheldering aan zijn Nederlandse ambtgenoot. In mei zijn de ruimingen van bedrijven in gebieden met mond- en klauwzeer voltooid. In totaal zijn ruim 260.000 koeien, varkens en andere evenhoevigen afgemaakt.
Spoeddebat gebrekkige naleving regels
Het Europees Parlement houdt in maart 2001 een spoeddebat over de gebrekkige naleving van Europese regels in Nederlandse slachterijen. Aanleiding is de mededeling van minister Brinkhorst (Landbouw, D66) dat de helft van de Nederlandse slachterijen zich tot nu toe niet houdt aan de voorschriften ter voorkoming van de verspreiding van de gekkekoeienziekte (BSE). In 25 Nederlandse slachterijen is vastgesteld dat risicomateriaal als het ruggenmerg niet volgens de regels is verwijderd. De voorschriften voor het slachten van runderen zijn sinds 2000 van kracht in de hele Europese Unie. De consumptie van vlees van runderen met BSE kan leiden tot de voor mensen dodelijke hersenziekte van Creutzfeldt-Jakob.
Weer Nederlandse vlees in beslaggenomen
In augustus 2001 neemt de Britse Food Standards Agency opnieuw een lading Nederlands rundvlees in beslag. De Nederlandse slachterij die het vlees heeft uitgevoerd, zou niet hebben voldaan aan de regels ter voorkoming van de gekkekoeienziekte BSE.

2002

Verboden stoffen in Nederlands vlees
In januari 2002 wordt vlees van Nederlands kalveren, besmet met het verboden antibioticum chlooramfenicol, aangetroffen in Duitse, Franse en Oostenrijkse winkels. Het kalfsvlees had vernietigd moeten worden, maar kwam door ,,een administratieve fout” van het Wageningse instituut Rikilt, dat land- en tuinbouwproducten controleert, toch in omloop. Chlooramfenicol mag volgens Europese regels niet aan vee worden toegediend, omdat het schadelijk kan zijn voor mensen.
Afgedankt frituurvet en hormonen in veevoeder
In Nederlands diervoer wordt nog op grote schaal afgedankt frituurvet uit de horeca verwerkt, hoewel het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij zelf oordeelde dat daardoor de veiligheid van het voer in gevaar komt. België verbood deze praktijk in 1999, na de dioxinecrisis in dat land. In Nederland gebeurt dat niet. Het ministerie wacht maatregelen in Europees verband af. In mei komt in Nederland een besmetting van varkensvoer met het hormoon MPA aan het licht. 55.000 varkens hebben het voer gegeten en worden afgemaakt. De boeren krijgen een schadeloosstelling.

2003

Slecht toezicht bij ruimen vogelpestvirus
In maart 2003 duikt opnieuw het vogelpestvirus op. Demissionair minister Veerman (Landbouw, CDA) neemt maatregelen om verspreiding te voorkomen, maar volgens een deel van de Tweede Kamer komen die te laat. De Kamer is bezorgd over de crisis en de gevolgen voor de pluimveesector. Volgens een rapport van het Landbouw Economisch Instituut (LEI) zullen veel vleeskuikenbedrijven failliet gaan als de epidemie van de vogelpest nog veel langer voortwoekert. Volgens de Land- en Tuinbouworganisatie LTO Nederland was bij het ruimen van gedode kippen sprake van ,,excessen”. Ruimers hielden zich niet aan de hygiëne-voorschriften, gingen met elkaar op de vuist, voetbalden met dode kippen, bekogelden elkaar met kadavers en gingen op dode dieren staan ,,omdat die dan nog geluid maakte”.

2004

Antibioticum in veevoeder
In februari 2004 maakt minister Veerman (Landbouw, CDA) zich ,,grote zorgen” over een nog onbekende stof in de urine van runderen. Urinemonsters van kalveren vertonen een merkwaardige afwijking, die zou kunnen wijzen op het gebruik van een groeihormoon. De geruchten werden in de daaropvolgende maanden steeds sterker, waarna Veerman de Algemene Inspectiedienst (AID) opdracht geeft op alle 2.500 rundveehouderijen urinemonsters te nemen. In juli blijkt dat zeker 97 Nederlandse varkenshouderijen, vijf Nederlandse kalverbedrijven en elf Duitse veehouderijen diervoeder hebben gekregen met het verboden antibioticum furazolidon.
Weer dioxine in veevoeder
In november 2004 zit er weer dioxine in veevoeder. In Nederland zijn 162 boerderijen dicht, ook in België en Duitsland worden bedrijven gesloten. De dieren hebben met dioxine vervuilde aardappelschillen van een frites- en chipsfabrikant gegeten. Mogelijk zitten daardoor te hoge concentraties van de kankerverwekkende stof opgeslagen in het vet van de dieren. Gevaar voor de volksgezondheid is er volgens minister Veerman (Landbouw, CDA) niet. De zaak wordt onderzocht door de Voedsel- en Waren Autoriteit (VWA). Onder deze koepelorganisatie vallen de Keuringsdienst van Waren (KvW) en de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV). Na een lobby van de sector is in 2003 de VWA ondergebracht bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en niet, zoals was voorgenomen, bij het ministerie van Volksgezondheid. Dat ministerie is wel medeverantwoordelijk voor de VWA.

2005

Fraude met eieren
In maart 2005 signaleert Wakker Dier fraude met eieren. Volgens de organisatie bevatten scharreleieren en vrije uitloopeieren bij Albert Heijn, Superunie en andere supermarkten sporen van legbatterijen. De duurdere eieren zijn waarschijnlijk niet zo diervriendelijk geproduceerd zijn als de verpakking doet voorkomen. Volgens een deel van de Tweede Kamer laat de controle op de keurmerken te wensen over.
Eerste Nederlandse BSE-dode
In april 2005 overlijdt de 26-jarige Utrechtse Tiffany Pfaff. Ze is het eerste Nederlandse slachtoffer van de menselijke variant van de gekkekoeienziekte BSE. Vader en moeder Pfaff zijn boos op artsen en psychiaters die bleven volhouden dat de ziekte van Tiffany ‘tussen haar oren’ zat. De juiste diagnose, variant Creutzfeldt-Jakob, is pas drie weken voor haar dood gesteld.
Indeling VWA bij Landbouw ter discussie
In december 2005 blijkt dat de positie van de Voedsel- en Waren Autoriteit (VWA) als onderdeel van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit risico’s met zich meebrengt voor de voedselkwaliteit. Dit valt af te leiden uit het rapport `Voedselveiligheid en veevoeders’ van de Algemene Rekenkamer. De Rekenkamer deed onderzoek naar de voedselveiligheid na voedselschandalen in de vleessector en twijfelt of de VWA voldoende onafhankelijk kan opereren wanneer de verantwoordelijkheid van de ‘eigen’ minister van Landbouw in het geding komt. De Voedsel- en Waren Autoriteit (VWA) is de opvolger van de Keuringsdienst van Waren (KvW) en de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV). Na een lobby van de sector is in 2003 de VWA ondergebracht bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en niet, zoals was voorgenomen, bij het ministerie van Volksgezondheid.
VWA besteedt controle uit aan sector
Vanaf 2005 besteedt de VWA een deel van haar keuringswerk uit aan B.V. Kwaliteitskeuring Dierlijke Sector (KDS), gecontroleerd door het Productschap Vee en Vlees, de vleessector dus. De ,,officiële assistenten” van KDS werken in slachterijen onder verantwoordelijkheid van de dierenarts van de VWA.

2006

‘Wat is er mee gebeurd? Niks’
Tijdens een hoorzitting over dierenwelzijn in de Tweede Kamer in oktober 2006 vertellen deskundigen van de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID) over functionarissen die dierenleed negeren. Koeien en kippen worden structureel mishandeld door handelaren en slachters. En toezichthouders zien het door de vingers. De Stichting Dier & Recht maakte eerder videobeelden openbaar van mishandeling op veemarkten. Een oud-keurmeester van de Rijksdienst  voor de keuring van Vee en Vlees (RVV) vertelt hoe hij in de pluimveeslachterij bij een abattoir tegen misstanden aanliep. Zijn chefs bij de RVV weigerden het aan te pakken. De man laat kopieën zien van rapporten uit 2003. Wat is er mee gebeurd? „Niks. Dat gaat gewoon in een map.” Het toedekken van problemen gebeurt volgens de oud-keurmeester structureel. Hij vertelt aan de Kamer dat de meeste slachterijen een elektrisch waterbad gebruiken om kippen te verdoven en te doden. Hierbij worden kippen levend aan haken geslagen, door het waterbad getrokken en – veelal bij bewustzijn – gedood door een roterend mes. Ook verdrinken kippen in het gloeiendhete ‘plukbad’. In 2012 stapt ruim de helft van de kippenslachters over op minder dieronvriendelijke verdovingsmethoden.

2007

‘Controle op diertransporten slecht’
In juli 2007 volgen de stichtingen Dier & Recht en Varkens in Nood een willekeurig transport van 972 Nederlandse biggen naar Spanje. Tijdens de rit krijgen de dicht op elkaar gepakte biggen geen water of voer. Eenmaal op de eindbestemming blijken 13 biggen dood. Andere biggen zijn gewond. De misstanden tijdens dierentransporten zijn eerder regel dan uitzondering, volgens de stichtingen die concluderen dat ,,de controle op naleving van de transportregels zeer te wensen over laat.” Volgens de Nederlandse Vereniging van Varkenshouders gaat het om een incident. Voorafgaand aan een spoeddebat over de misstanden bij dierentransporten kondigt minister Verburg (Landbouw, CDA) aan het toezicht te verscherpen. Ook is het de bedoeling al in de stal bij de veehouder het vee te controleren voor het transport begint. Vliegende brigades van de VWA moeten risicovolle transporten bij de klep te controleren.
Q-koorts eist 74 doden
In september 2007 begint het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM) een onderzoek nadat in het voorjaar in het Brabantse Herpen mensen besmet zijn geraakt met de Q-koorts bacterie. Het wordt een ‘epidemie’ die tot 2010 duurt, overgebracht door besmette geiten op tientallen plaatsen in het land. Het is de grootste uitbraak van Q-koorts ter wereld. In het hele land worden 4.253 mensen ziek, van hen sterven er 74. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit helpt de geitenhouders met tientallen miljoenen euro’s een nieuw bestaan op te bouwen. De slachtoffers worden niet gecompenseerd. Ze zijn boos over het late ingrijpen van, en de slechte informatievoorziening door de rijksoverheid. In 2017 zal de Nationale Ombudsman schrijven dat slachtoffers zich nog altijd niet erkend voelen door de overheid. Hij vraagt daarom om excuses en een gebaar van de overheid.

2008

‘Controleurs zien misstanden door vingers’
Stichting Dier & Recht maakt in januari 2008 een intern VWA-rapport uit 2007 openbaar waarin misstanden bij het doden van dieren in slachterijen worden beschreven. VWA-controleurs zien de misstanden geregeld door de vingers. „Op varkensslachterijen kunnen dieren levend in de broeibakken terechtkomen zonder dat dit opgemerkt wordt.” De broeibak is een goot met heet water waar varkens doorheen worden gesleept om het ontharen te vergemakkelijken. „Bij pluimvee kan het gebeuren dat de dieren door onvoldoende verdoving niet goed aangesneden worden”, aldus het rapport.
Kritiek op toezicht VWA
In opdracht van minister Verburg (Landbouw, CDA) komt Rein Hoekstra, lid van de Raad van State en oud-informateur, met een rapport dat in grote lijnen de bevindingen uit het interne VWA-rapport onderschrijft. In juni verschijnt ook een rapport van de Belgische dierenarts Piet Vanthemsche over ‘het functioneren van de VWA inzake de controle op slachtplaatsen en exportverzamelplaatsen’. Vanthemsche is net als Hoekstra kritisch over het gebrekkige toezicht en de misstanden in het veetransport. Het is duidelijk dat er ernstige en deels structurele problemen zijn. Minister Verburg stelt vast dat ,,de integriteit van de VWA-medewerkers niet ter discussie staat”.
‘Slechte kwaliteit keuringen VWA’
In maart 2008 lekken documenten uit waaruit blijkt dat de kwaliteit van de wettelijk verplichte keuring van vee en vlees onder druk staat. Op aandringen van de sector zijn de keuringen geprivatiseerd. Door geldgebrek gaat er bovendien van alles mis bij de VWA, blijkt uit de documenten. „De ondergrens op het toezicht is bereikt, zo niet overschreden”, schrijft toenmalig inspecteur-generaal Kleinmeulman van de VWA in 2007 in een brief aan de ministeries van Landbouw en Volksgezondheid. Met name de controle op vee en vlees is een „knelpunt”.
‘Minister van Landbouw doet niet genoeg’
De kritiek van de Rekenkamer houdt aan. In juni 2008 volgt een rapport over de intensieve veehouderij. Vraag is hoe het staat met het streven van de rijksoverheid om de intensieve veehouderijsector duurzamer te maken. De Rekenkamer concludeert dat de minister van Landbouw niet genoeg doet. Het rapport zegt het iets keuriger, namelijk dat de minister ,,de instrumenten die zij tot haar beschikking heeft” om de verbeteringen in dierenwelzijn en innovatie te bereiken ,,niet voluit” inzet.
De minister evalueert bovendien weinig, waardoor inzicht in de effecten van de maatregelen die wél worden genomen, ontbreekt. Verder krijgt de Algemene Inspectiedienst (AID) van het ministerie ,,relatief weinig uren” om de intensieve veehouderij te controleren. ,,Dit geringe aantal controle-uren is bovendien de afgelopen jaren verscheidene keren niet gehaald.”

2009

‘Meer verboden stoffen in diervoeders’
In januari 2009 presenteert de VWA het Nationaal Plan Diervoeders 2009. Daarin staat dat er weer meer ongewenste stoffen en verboden materialen in diervoeders worden gevonden: ,,Vanaf het totaalverbod op het gebruik van dierlijke eiwitten voor landbouwhuisdieren in eind 2000, is het aantal overschrijdingen sterk teruggelopen. Sinds eind 2003 vismeel weer toegestaan is als grondstof voor mengvoeders voor varkens en pluimvee, worden weer meer afwijkingen geconstateerd. Meestal betreft het de aanwezigheid van vismeel. Sinds 2006 zijn voor het eerst weer positieve mengvoeders voor herkauwers gevonden.”

2010

‘Varkensbacterie’ duikt op in ziekenhuis
Met enige regelmaat duikt een MRSA-uitbraak in een ziekenhuis op in het nieuws. In december 2010 kondigt het VUmc in Amsterdam een opnamestop af na een uitbraak van de Meticilline Resistente Staphylococcus Aureus bacterie. Vier patiënten raken besmet. De MRSA-bacterie is ongevoelig voor antibiotica en kan gevaarlijk zijn voor zieke mensen. Doordat wereldwijd steeds meer antibiotica wordt gebruikt, is de MRSA-bacterie resistent geworden. De Nederlandse gezondheidzorg is terughoudend met antibioticagebruik. Anders ligt dat in de vleesindustrie. Daar zijn decennialang grote hoeveelheden antibiotica toegediend aan het vee. In varkensstallen komt MRSA massaal voor. Varkenshouders en hun familie lopen dan ook groot risico op besmetting en zijn zelf een verspreidingsbron, bijvoorbeeld in ziekenhuizen.

2011

‘Nog steeds problemen met toezicht’
In augustus 2011 verschijnt een tweede rapport van de Belgische dierenarts Piet Vanthemsche, dit keer over ‘het functioneren van de NVWA inzake de controle op slachtplaatsen en exportverzamelplaatsen’. In zijn eerste rapport (uit 2008) werd vastgesteld dat de kans op misbruiken en fraude in kleine en middelgrote slachthuizen het grootst is, omdat er onvoldoende toezicht is. Dat blijkt nog maar weinig verbeterd. ,,Bij de veldbezoeken in kleine en middelgrote slachthuizen stelde de commissie verschillende problemen vast op het gebied van
toezicht en van de werkorganisatie van de NVWA-medewerkers, op het gebied van dierenwelzijn
en het doden van dieren, infrastructuur en hygiëne.”

2012

NVWA officieel van start
Op 1 januari 2012 zijn Voedsel- en Warenautoriteit (VWA), Algemene Inspectiedienst (AID) en Plantenziektenkundige Dienst (PD) officieel gefuseerd tot NVWA. Ze werkten al samen sinds mei 2010.
RIVM slaat alarm om salmonella
In augustus 2012 slaat het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM) alarm nadat honderden mensen besmet zijn geraakt met de Salmonella Thompson bacterie. Het is de start van een grote uitbraak in Nederland. De slachtoffers hebben besmette gerookte zalm gegeten. Van vier mensen is hun (vervroegde) overlijden in verband gebracht met de onderzochte salmonellabesmetting. Tegen het einde van het jaar telt het RIVM 1.200 geregistreerde ziektegevallen, bevestigd door laboratoriumonderzoek. Naar schatting zijn 23.000 consumenten minimaal enkele dagen ziek. In oktober begint de Onderzoeksraad voor Veiligheid een onderzoek naar de salmonellabesmetting in gerookte zalm.

2013

Paardenvlees als rund verkocht
Het jaar begint met een paardenvleesaffaire, ‘overgewaaid’ uit Groot-Brittannië. Daar wordt ontdekt dat paardenvlees vaak verkocht wordt als (duurder) rundvlees. In februari blijkt in Nederland ook paardenvlees als rundvlees te worden wordt verkocht. Bijvoorbeeld in de lasagne van Albert Heijn en in de gehaktballetjes van de Ikea. Uitbeenderij Selten in Oss en Jan F. van het bedrijf Draap worden ontmaskerd als vleesfraudeurs. Jan F. zal in 2017 opnieuw worden opgepakt in Spanje, weer voor vleesfraude. De overheid belooft harde maatregelen. Zo zegt de NVWA beter toezicht te gaan houden.
Rechtbank veroordeelt fraude met eieren
Na de fraude met vlees volgt fraude met eieren. In mei 2013 staan voor de rechtbank Arnhem vier leghenbedrijven terecht. Ze verkochten gewone eieren als (duurdere) scharreleieren of vrije uitloopeieren. Met de fraude is zo’n miljoen euro verdiend, meldt het Openbaar Ministerie. De eieren zijn in 2009, 2010 en 2011 verkocht. De kippen op de bedrijven hadden minder ruimte dan kippen horen te hebben die scharrel- of vrije uitloopeieren leggen.
NVWA geeft toezichtproblemen toe
In september 2013 geeft de NVWA de toezichtproblemen toe, in de ‘Rapportage project verbetering toezicht kleine en middelgrote slachterijen’. De rapportage is opgesteld door een projectgroep van de NVWA. Ondanks eerdere maatregelen zijn er nog structurele tekortkomingen in het toezicht en de handhaving in kleine en middelgrote slachtplaatsen van roodvlees (koeien, schapen en paarden). Maar ook doen zich in grote slachterijen incidenten voor. Overtredingen worden niet altijd gezien of onderkend. Indien dat wel gebeurt, duurt het te lang voordat wordt ingegrepen. Soms wordt helemaal niet ingegrepen. Conclusie: Er is een ,,groot gebrek aan concernbreed, uniform toezicht en handhaving’’.
‘Gebrekkig toezicht’
In november 2013 presenteert de Onderzoeksraad voor Veiligheid een rapport over een salmonella-uitbraak in 2012. De oorzaak ligt bij het bedrijf Foppen Paling en Zalm BV, maar het rapport is kritisch over de aanpak van de NVWA. Door een gebrekkig toezicht bleef de met salmonella besmette zalm te lang in de winkel liggen. Vier mensen kwamen om het leven, 23.000 mensen werden ziek.
‘Fusie tot NVWA is mislukt’
In november 2013 presenteert de Rekenkamer haar vijfde, kritische rapport op rij. Dit keer draagt het de titel: ‘Toezicht bij de Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit na de fusie’. Die fusie is volgens de Rekenkamer mislukt. Vooraf is niet goed genoeg nagedacht over de noodzaak en de verwachte kostenbesparingen worden niet gerealiseerd. ,,Nieuwe toezichtmethoden konden de afgelopen jaren nog niet breed worden toegepast. De verwachting van grote besparingen is niet uitgekomen. Het is evenmin aannemelijk dat de nieuwe toezichtmethoden de komende vier jaar grote besparingen gaan opleveren, omdat er eerst nog tijd en geld in zal moeten worden geïnvesteerd.”
Ministers presenteren ‘reddingsplan’ NVWA
In december 2013 komt er een ‘Plan van Aanpak NVWA’. In de begeleidende brief aan de Tweede Kamer schrijven de verantwoordelijke bewindspersonen Dijksma (Milieu. PvdA) en Schippers (Volksgezondheid, VVD): ,,Wij constateren dat de NVWA op dit moment niet volledig in staat is om haar taken goed uit te voeren.” Er komen structureel en incidenteel enkele tientallen miljoenen bij.

2014

‘Controle NVWA schiet tekort’
In januari 2014 komen de stichtingen Dier & Recht en Varkens in Nood met het rapport ‘Naleving dierenwelzijnswetgeving in de vee-industrie’. Conclusie: ,,Nagenoeg alle boeren in de vee-industrie overtreden systematisch regels of wetten rondom dierenwelzijn en -gezondheid.” In totaal zouden 33 wetsartikelen en bepalingen systematisch zijn overtreden. Een van de oorzaken voor de massale schendingen is de tekortschietende controle door de NVWA. In de afgelopen tien jaar zijn 1.525 arbeidsplaatsen verdwenen bij de NVWA. Dit jaar komen er 175 van terug.
‘Overheid en sector kunnen veiligheid vlees niet waarborgen’
In maart 2014 presenteert de Onderzoeksraad voor Veiligheid een rapport over de ‘Risico’s in de vleesketen’. De conclusies zijn hard, en in lijn met eerdere kritische rapporten: ,,Bedrijfsleven en overheid slagen er niet in de veiligheid van het vlees in de schappen te waarborgen. Het slachtproces in Nederlandse slachterijen biedt te weinig zekerheden om te voorkomen dat onveilig vlees de consument bereikt. Voorts worden de veiligheidsrisico’s van geïmporteerd vlees onvoldoende beheerst en zijn er weinig instrumenten voorhanden om fraude op te sporen.”
Salmonella kost vier doden
In september 2014 beantwoordt minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) Kamervragen over de salmonellabesmetting van zalmproducten bij het bedrijf Foppen. Uit de antwoorden blijkt dat het bedrijf, verantwoordelijk voor een van de grootste voedselbesmettingen in Nederland met 23.000 besmettingsgevallen en ten minste vier doden, niet meer dan een boete van 4.200 euro heeft gekregen.

2015

Exportvarkens krijgen geen ‘Beter Leven Ster’
Sinds 2015 verkopen veel Nederlandse supermarkten alleen nog varkensvlees met 1 ‘Beter Leven ster’. De meeste varkens in ons land, zo’n twee derde, worden echter geëxporteerd. Zij belanden niet in de Nederlandse supermarkten, krijgen geen ster en hebben veel misstanden te verduren, blijkt uit onderzoek van stichting Varkens in Nood.
‘Beter toezicht door NVWA’
In april 2015 wordt bekend dat de NVWA op een andere, intensievere manier toezicht wil gaan houden - het zogeheten risicogericht toezicht.
Opnieuw fraude met vlees
In april 2015 meldt televisieprogramma Keuringsdienst van Waarde het resultaat van een eigen onderzoek naar de herkomst van vlees bij een aantal slagers en supermarkten. Het relatief goedkopere schapenvlees wordt verkocht als lamsvlees. Vier van de tien monsters bleken kalkoenvlees te zijn, terwijl ze als lamsvlees werden verkocht. In antwoord op Kamervragen zegt minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) dat de NVWA al sinds 2014 op de hoogte is van zulke vleesfraude. In dat jaar bleken twee slagers kalkoenvlees als lamsvlees te verkopen. In een interview met de Levensmiddelenkrant zegt NVWA-topman Harry Paul in 2015 dat het controlesysteem voor de voedselketen kwetsbaar is. Vooral de traceerbaarheid van producten en ingrediënten laat sterk te wensen over. ,,We hebben een hamburger onderzocht van een merkproducent in het zuiden van het land en ontdekten dat er in één hamburger vlees kan zitten dat van maar liefst tien verschillende slachterijen afkomstig is.” En over de paardenvleesfraude uit 2013 zegt Paul: ,,Het vlees van de frauderende bron is uiteindelijk bij 7.000 bedrijven terechtgekomen.” Paul presenteert ook het resultaat van een eigen onderzoek van de NVWA naar 13 willekeurige vleesproducten van een supermarkt. ,,Tot onze schrik klopte er geen enkel etiket. De recepturen kloppen niet of er staan dingen op het etiket die er niet in zitten. We hebben uiteindelijk 200 bedrijven gevonden die de ingrediënten leverden voor die 13 producten. Vervolgens klopte de voorraadadministratie bij geen enkele leverancier.”

2016

Nog steeds fraude met voeding
In september 2016 blijkt dat er drie jaar na de paardenvleesaffaire nog steeds gesjoemeld wordt met levensmiddelen. De Consumentenbond onderzocht 150 fraudegevoelige producten en 1 op de 5 keer was het product niet wat het zou moeten zijn. De bond ontdekt misstanden bij manukahoning, lamsvlees, extra vergine olijfolie, oregano en (in beperkte mate) bij kabeljauw. Met bijna de helft van de onderzochte lamsvleesgerechten was gesjoemeld. Bij restaurants en slagers in Amsterdam werden tien porties lamscurry, tien porties lamsgehakt en tien broodjes lamsshoarma- of kebab besteld. In bijna de helft van de gevallen was iets mis. Soms was het vlees vermengd met kalkoen- en rundvlees. Er werd varkensvlees aangetroffen in een van de bestellingen. In zes van de dertig porties zat helemaal geen lamsvlees.

2017

Vooral witvlees is problematisch
Begin 2017 verschijnen rapporten van de NVWA over hoe slachterijen de regels naleven, sinds de dienst verscherpt is gaan controleren. De NVWA heeft gekeken in welke mate bedrijven zich houden aan de regels voor dierenwelzijn en hygiënisch werken. De slachterijen van roodvlees (runderen, varkens, geiten, schapen) doen het beter dan die van witvlees (pluimvee). Bij roodvlees blijkt bij 16 procent van de onderzochte grote bedrijven het vlees te vaak verontreinigd te worden tijdens het slachtproces. Bij witvlees is dierenwelzijn nog steeds een probleem. In een kwart van alle slachterijen worden kippen onvoldoende bedwelmd vlak voor de slacht. Hygiëne is een probleem in bijna de helft van deze slachterijen.
Ombudsman: excuses overheid slachtoffers Q-koorts
In de nasleep van de Q-koortsepidemie, waarbij vanaf 2007 4.253 mensen ziek werden en 74 mensen overleden, stelt de Nationale Ombudsman in 2017 vast dat slachtoffers zich nog altijd niet erkend voelen door de overheid. De ombudsman vraagt daarom om excuses en een gebaar van de overheid.
Nog problemen in pluimveeslachterijen
In februari 2017 verschijnt de ‘Naleefmonitor grote pluimveeslachterijen’ van de NVWA. De dienst heeft na eerdere metingen in 2015 en 2016 gekeken in welke mate bedrijven zich nu houden aan de regels voor dierenwelzijn en hygiënisch werken. Dat valt tegen, ondanks de verbeterplannen die tientallen miljoenen kostten. In april maakt de NVWA bekend een pluimveeslachterij in het noorden van het land te hebben gesloten. Het zou structureel de regels voor dierenwelzijn niet naleven.
Cameratoezicht op slachterijen
Demissionair staatssecretaris Van Dam (Economische Zaken, PvdA) kondigt in april 2017 aan dat hij met slachthuizen afspraken heeft gemaakt over cameratoezicht. Aanleiding zijn schokkende beelden van actiegroep Animal Rights over de mishandeling van varkens in het slachthuis in het Belgische Tielt. De opnames in de Nederlandse slachthuizen worden gemaakt door de slachterijen zelf. De NVWA mag op verzoek de beelden zien. Hoe lang de opnames worden bewaard, is niet bekend.
Bijna helft veevoederbedrijven houdt zich niet aan regels
In mei 2017 maakt de NVWA enkele jaren oude gegevens bekend over veevoederbedrijven die zich niet aan de regels houden. Onderzoek uit 2014 en 2015 laat zien dat hun productielijnen ,,vaak” verontreinigd zijn met restanten medicijnen. Bij 43 van de 98 geïnspecteerde bedrijven bevatten gewone diervoerders, waar geen diermedicijnen in mogen zitten, te hoge sporen van zulke medicijnen. Doordat restanten van ‘medicinale diervoeders’ achterblijven tijdens de productie, komen ze terecht in gewoon veevoeder. Daardoor wordt de veestapel blootgesteld aan lage concentraties van deze stoffen. Dat kan leiden tot resistentie voor antibiotica, wat een groot risico is voor de volks- en diergezondheid.

Fipronil-schandaal
De NVWA raakt in augustus in opspraak bij het schandaal rond het verboden luizenbestrijdingsmiddel fipronil. Als fipronil wordt teruggevonden in eieren, adviseert de tweede man van de voedselautoriteit Freek van Zoeren in actualiteitenprogramma Nieuwsuur om voorlopig de eieren maar te laten liggen. Een dag later komt de NVWA hierop terug nadat grote ophef was ontstaan over de uitspraken, maar het kwaad was al geschied. De Duitse supermarktketen REWE haalde alle Nederlandse eieren uit de schappen, terwijl Albert Heijn in Nederland ook terugroepacties hield.