Zwemleraren schuldig aan dood Syrisch meisje, docenten niet

De veroordeelden zijn volgens de rechtbank nalatig en onoplettend geweest. Twee basisschoolleraren die ook waren aangeklaagd, kregen vrijspraak.

De vijf verdachten, eind mei in de Utrechtse rechtbank. Foto Aloys Oosterwijk / ANP

De rechtbank in Utrecht heeft donderdag drie zwemleraren tot taakstraffen van zestig uur veroordeeld voor dood door schuld, vanwege hun rol bij de verdrinkingsdood van een Syrisch meisje tijdens een schoolzwemles in 2015. Het drietal is volgens de rechtbank onvoorzichtig, onoplettend en nalatig geweest. De straf viel lager uit dan de eis van 120 uur van het Openbaar Ministerie (OM).

Twee basisschoolleerkrachten van de negenjarige Salam die ook in het zwembad aanwezig waren, kregen vrijspraak. Ook zij hadden vorige maand 120 uur tegen zich horen eisen. Volgens de rechters hadden de docenten echter een minder grote verantwoordelijkheid dan de zwemleraren.

De uitspraak heeft gevolgen voor zwembadmedewerkers die kinderen begeleiden tijdens zwemlessen. Het is nu duidelijk dat badmeesters- en juffen strafrechtelijk kunnen worden aangepakt als er onder hun toezicht een ongeluk gebeurt.

Reanimatie

Salam kreeg op 21 september 2015 haar vierde zwemles. Toen een leerkracht na afloop in de hal van zwembad ’t Gasthuis in Rhenen de leerlingen telde, bleek dat er één ontbrak. Het was Salam, die een kwartier na de zwemles op de bodem van het diepe gedeelte van het bad werd gevonden door een vrouw die baantjes aan het zwemmen was. Een badjuf dook Salam op. Ondanks reanimatie overleed het meisje, dat pas vier maanden in Nederland was.

De rechtbank gaat ervanuit dat Salam na het einde van de les is achtergebleven in het bad. Eerder leek het erop dat ze wellicht vanuit de douches terug zou zijn geglipt naar het zwembad. Het feit dat het haar van het meisje nog in een staart zat toen ze werd gevonden, duidt er volgens de rechters echter op dat ze niet onder de douche is geweest.

Volgens de rechters is er een causaal verband tussen het overlijden van Salam en zorgvuldigheidsfouten die de zwemleraren hebben gemaakt. Zij merkten Salam niet op bij hun controle na afloop van de les. Bovendien hielden ze zich niet aan de afspraken uit een draaiboek dat de school had voor het schoolzwemmen. De kinderen werden niet geteld toen ze net uit het bad waren. Er was ook niet duidelijk afgesproken wie Salam in de gaten moest houden. Twee zwemleraren wisten bovendien niet dat het meisje niet kon zwemmen.

Ervaring en routine

De zwemdocenten vertelden zelf dat ze op de bewuste dag net zo te werk gingen als altijd. “Natuurlijk vragen zij zich af of ze iets over het hoofd hebben gezien. Ze zijn er ondersteboven van”, zei hun advocaat in augustus in het AD. De rechtbank erkende donderdag dat ook de zwemleraren het ongeluk niet hadden gewild. Maar, zeiden de rechters: Salams dood had wel voorkomen kunnen worden als zij waakzamer waren geweest en minder op hun ervaring en routine hadden vertrouwd.

De straf voor de zwemleraren valt lager uit doordat zij er na het incident “alles aan hebben gedaan” om Salam te redden. “Ook zullen zij de rest van hun leven met zich meedragen dat tijdens hun toezicht een meisje is verdronken”, oordeelde de rechtbank.

Basisscholen volgden het proces met argusogen. Een veroordeling van de twee leerkrachten zou grote gevolgen hebben voor schoolreisjes, gymlessen en andere activiteiten. Toch stelt de vrijspraak van de docenten lerarenvakbond AOB niet geheel gerust, zegt een woordvoerder:

“In dit geval hadden de docenten een ondergeschikte toezichtsrol, maar je kunt situaties bedenken waarin dat ze wel alle verantwoordelijkheid hebben. Als de kinderen naar de gymzaal lopen, of op werkweek. Dan kan het oordeel zomaar heel anders uitpakken.”

Dat kan er mogelijk toe leiden dat scholen activiteiten schrappen, uit vrees dat docenten na een ongeluk aansprakelijk worden gesteld. Vier Utrechtste basisscholen stopten eind vorige maand mede om die reden met zwemlessen.