Recensie

Vijfde ‘Transformers’ is associatieve oersoep vol jatwerk

Reuzenrobots

In de jaren 80 debuteerden de Transformers als reclame voor uitvouwbare speelgoedautootjes. Uit jeugdsentiment werd een extreem succesvolle filmserie gebrouwen.

Transformers: The Last Knight is tweeënhalf uur pure chaos.

Transformers: The Last Knight is tweeënhalf uur pure chaos. Een associatieve oersoep vol brokken jatwerk. Een tapijtbombardement op alle zintuigen. De verwoesting is totaal. Niemand loopt een schrammetje op.

Met lood in de schoenen toog ik gisteren naar Pathé Arena voor de Nederlandse première met BN’ers als Tommie Christiaan (wie?) Nienke van der Plas (wat?) en Dwight Dissels (hoe?). Studio Paramount organiseert geen persvoorstellingen meer voor deel vijf. Wij halen hun Transformers toch maar door de gehaktmolen. En elk deel harkt mechanisch 1,1 miljard dollar recette binnen.

De reuzenrobotserie Transformers is absurd succesvol, en absurd. Hoewel ik bij The Last Knight zo’n half uur in een sluimer wegzakte - al dat „move move move” en „go go go” werkt op den duur best kalmerend - herinner ik me iets over koning Arthur en twaalf robotridders, de staf van Merlijn, een magisch amulet, een oeroud genootschap onder Sir Anthony Hopkins. En dat opperrobot Optimus Prime gehersenspoeld is door een meisjesrobot en met zijn dode thuisplaneet Cybertron op aarde afkoerst om de aardkern leeg te zuigen. En dat held Cade Yeager valt voor een Britse meisjesprofessor met lange benen … die verre familie is van Merlijn … En dat huurlingen … met explosies … en dinorobots …

Transformers: Last Knight valt niet na te vertellen. In 1984 debuteerden de Transformers als reclame voor speelgoedautootjes van Hasbro. Die kon je uitvouwen tot robots. En invouwen. En uitvouwen. De fantasie van de doelgroep - zesjarige jongentjes - werd geprikkeld met een animatieserie over de nobele galmrobot Optimus Prime die de mensheid beschermt tegen louche Decepticons.

Regisseur Michael Bay brouwde uit dat jeugdsentiment vanaf 2006 een extreem succesvolle filmserie. Dat gaat niet vanzelf: een andere kinderserie van toen, Teenage Mutant Ninja Turtles, wil niet van de grond komen. Daarom zit de filmkritiek best met Bay in de maag. Een brallende prutser - zoals hij toch echt overkomt - kan niet zoveel succes hebben. Is hij misschien een trashy soort filmauteur? Maakt het feit dat hij breekt met plotstructuur, consistentie, causaliteit, variatie, spanningsboog, karakterontwikkeling of eenheid van tijd of plaats hem misschien tot een soort filmpionier? Er moet toch een logica achter Transformers schuilen?

Ik denk dat ik het eindelijk begrijp. Michael Bays logica zijn twee jochies die in een zandbak spelen. „Boem, Optimus Prime is dood!” „Nee hoor, want hij heeft het zwaard van koning Arthur!” „Dat is niet eerlijk! Dan heb ik een kanon!” Dit zijn geen films voor zesjarigen, dit zijn films door zesjarigen. Met heel groot speelgoed.