Roemenië

Regering die corruptie wilde aanpakken al na half jaar tot opstappen gedwongen

Het Roemeense parlement heeft premier Sorin Grindeanu (43) woensdag, een half jaar na het aantreden van zijn kabinet, gedwongen tot aftreden. Met 241 stemmen – 8 meer dan het benodigde aantal van 233 – van de 465 zetels keurde het parlement een motie van wantrouwen goed. Die was ingediend door zijn eigen socialistische regeringspartij PSD, die regeert met de kleinere centrum-rechtse ALDE.

De PSD had Grindeanu vorige week al uit de partij gegooid, nadat hij had geweigerd vrijwillig op te stappen. Partijvoorzitter Liviu Dragnea herhaalde woensdag nogmaals de officiële reden voor de paleisrevolutie: hij zou niet genoeg voortgang boeken bij het uitvoeren van het regeringsprogramma. In de afgelopen zes maanden hebben de premier en zijn kabinet „niet de prestatie geleverd waarop we gehoopt hadden”, zei Dragnea.

Onzin, antwoordde Grindeanu: „Ik begrijp niet waarom we hier vandaag zijn.” Het werkelijke motief ligt ook volgens veel analisten elders: Grindeanu zou niet enthousiast genoeg zijn om anticorruptiewetgeving af te zwakken die een reeks veroordelingen dreigt op te leveren voor kopstukken van regeringspartijen, zoals Dragnea.

Grindeanu, een voormalig minister van Communicatie, kwam aan het hoofd te staan van het kabinet in januari, te midden van massale straatprotesten tegen wetswijzigingen die anticorruptieaanklagers de wind uit de zeilen dreigden te nemen. Onder druk van honderdduizenden betogers, de grootste menigte sinds de val van de communistische dictator Nicolae Ceausescu, deed de regering een stap terug.

Gevolg is dat veel leden van de door corruptie aangevreten Roemeense elite nog steeds gerechtelijke vervolging boven het hoofd hangt. Zo staat Dragnea, die eerder al veroordeeld werd voor kiesfraude, nu terecht voor een zaak van ambtsmisbruik. Critici menen dat de PSD Grindeanu wil vervangen door een buigzamere opvolger.