Cultuur

Interview

Interview

Foto Merlijn Doomernik

‘Reizen is goed. Ook als je het eigenlijk niet durft’

Ap Dijksterhuis

Voor hoogleraar psychologie Ap Dijksterhuis bestaan er geen redenen om niet op reis te gaan. Je wordt er gelukkiger van. Vies eten, nare insecten en diarree zijn zo vergeten.

Ap Dijksterhuis (48) is de man die ons heeft geleerd dat belevenissen gelukkiger maken dan spullen. En ook waarom het slim is om bij ingewikkelde beslissingen – een studie kiezen, een huis kopen – op je intuïtie te vertrouwen. De boeken die hij erover schreef, Op weg naar geluk (2015) en Het slimme onbewuste (2007) werden bestsellers.

En nu heeft Dijksterhuis – hij is hoogleraar psychologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen – een nieuw boek geschreven: Wie (niet) reist is gek. Wat reizen allemaal voor goeds met je doet, daar gaat het over. En waarom hij het zelf zo graag doet.

U was een jongetje van vijf, schrijft u, toen uw moeder u een atlas gaf.

„Ze legde me uit wat die kaarten betekenden – dit is Parijs, dat is Amerika – en ik vond het helemaal geweldig. Ik vroeg: die rare zwarte dingetjes? Dat waren letters. Ze leerde me meteen maar lezen. Ik was betoverd. Wekenlang kon ik alleen met de grootst mogelijke moeite van mijn atlas worden gescheiden.”

Op uw achtste ging u voor het eerst met haar naar het buitenland.

„Naar het Gardameer, met de bus. De weken ervoor stuiterde ik door het huis van opwinding. Ik herinner me – nou ja, voor zover jeugdherinneringen betrouwbaar zijn – dat ik wel wat teleurgesteld was toen we de grens met Duitsland overstaken. Geen plotselinge veranderingen, geen felle kleuren opeens en overal restaurants met braadworsten. In Zwitserland zag ik nergens Heidi en Peter door hoge bergweiden rennen. Gelukkig had je nog wel in alle landen ander geld. Het jaar daarop nam mijn moeder me mee naar het Lago Maggiore, daarna naar de Spaanse kust en toen stopte ze ermee. Ik bleef zeuren: waarom gaan we niet meer? Ze had een slechte rug en dan is vijftien uur in de bus erg zwaar, dat speelde mee. Vanaf mijn zeventiende ben ik zelf gaan reizen.”

U heeft het niet over uw vader.

„Ik ben altijd alleen met mijn moeder geweest. We waren een gezin van twee en verder” – afwerende blik – „wil ik daar niet over praten.” Hij woonde met haar in een gehucht bij Zutphen. Zij was secretaresse, tot ze werd afgekeurd.

Op school was u onhandelbaar, schrijft u.

„Geen land mee te bezeilen. Altijd kletsen en nooit opletten, het interesseerde me helemaal niets. Ik heb acht jaar over het vwo gedaan. Van de tien aandachtsstoornissen die er zijn heb ik er dertien. Mijn zoon is ook zo. Zwaar ADD. Nu heb je medicijnen.”

U bent er wel hoogleraar mee geworden.

„Dat is te danken aan de hyperfocus die erbij hoort. Overdreven veel aandacht voor wat me wel interesseert. En dan kan ik me ook heel goed concentreren. Ik kan in de trein aan een boek werken.”

Ik zat met een paar vrienden te dobbelen, zeven was psychologie, en ik gooide zeven.

Waarom koos u voor psychologie?

„Nou ja, kiezen, kiezen, het was niet zo beredeneerd. Ik zat met een paar vrienden te dobbelen, zeven was psychologie, en ik gooide zeven. Het had ook sociologie of geschiedenis kunnen worden. Kijk, ik had best technische natuurkunde willen studeren, geweldig vak, maar de intelligentie daarvoor, de pure abstracte denkkracht, die heb ik niet. Alfa’s en gamma’s zeggen dan: ligt eraan hoe je intelligentie definieert. Maar dat is onzin. Echt goeie wiskundigen en natuurkundigen zijn gewoon intelligenter dan jij en ik.”

U had het nooit volgehouden als psychologie u niet geïnteresseerd had.

„Ergens in mijn tweede jaar, ik zat met ouderejaars in een werkgroep, kwam de omslag. Het was meer een moment dan iets vakinhoudelijks. Het begon me opeens te raken. Vanaf toen haalde ik geen zessen meer, maar achten en negens. Ik merkte dat alles interessanter wordt als je de kantjes er niet afloopt.”

Die enorme reislust van u, op het dwangmatige af, schrijft u zelf, waar komt die vandaan?

„Weet ik niet.”

Is het gek om te denken dat het een vorm van Vatersuche is?

„Heel gek, ja.” Lichtelijk geïrriteerd. „Het lijkt me onzin.”

U schrijft dat reizen mensen gelukkiger, creatiever en minder bevooroordeeld maakt.

„Daar is vrij hard bewijs voor.”

Maar wat verstaat u dan onder reizen? Is dat ook naar een hotel met alle comfort en hele dagen op het strand liggen?

„Daar wil ik mensen graag vrij in laten. Laat ik het zo zeggen: reizigers zijn leuke mensen, maar ze hebben vaak iets dogmatisch. Van de een mag je niet vliegen, van de ander mag je nooit in een luxe hotel. De derde zegt: het is pas een reis als je minimaal een maand weg bent. De vierde vindt: je moet alleen zijn. Allemaal onzin. Je moet doen wat je wilt. Maar het is wel zo dat de positieve effecten van reizen vooral optreden als je nieuwe dingen doet, als je actief bent. Alleen maar op het strand zitten en je resort niet uitkomen, dat heeft weinig zin. Het helpt ook als je ver weg gaat, naar India of zo, en een flinke cultuurschok oploopt. Hoewel, met je tentje naar de Ardennen…”

…drie dagen in de regen…

„…dat kan ook heel heilzaam zijn.”

Maar is de voorwaarde niet dat je nieuwsgierig bent?

„Je kunt het ook omdraaien. Mensen die hoog scoren op neuroticisme worden niet gelukkiger van reizen. Die zitten met allerlei angsten en als je dan steeds maar nieuwe dingen moet doen, wordt het alleen maar erger. Je kunt wel stellen dat mensen die nieuwsgierig en extravert zijn, en niet al te bang, het meest profiteren van reizen. Het begint met verwondering. Je kunt ook naar het theater of boeken lezen. Of, zoals mijn schoonmoeder zegt: vier dagen carnaval ruimt de boel in je hoofd ook lekker op. Maar ik weet wat reizen met je doet en met dit boek wil ik mensen er graag enthousiast voor maken. En de mensen die eigenlijk niet durven reizen, wil ik helpen de horde toch te nemen.”

Waarom eigenlijk?

„Omdat ik een wetenschapper ben. Ik probeer met psychologische inzichten gedrag te veranderen en menselijk geluk te bevorderen, en zo de wereld een beetje te verbeteren.”

U schrijft dat mensen die reizen niet bang voor vluchtelingen zijn.

„Nee. Ik schrijf: de mensen die gemeenteraadsvergaderingen verstoorden om de komst van een asielzoekerscentrum te verhinderen zijn geen reizigers. Ik durf ook wel te stellen dat we geen Brexit zouden hebben als de Britten twee keer zoveel zouden reizen. We hebben het getest bij het Oekraïne-referendum. Mensen die vóór hadden gestemd, waren in meer landen geweest dan mensen die tegen hadden gestemd. Al zou het kunnen dat dat ook weer met andere dingen samenhangt, zoals inkomen. Maar dat reizen een ruimere blik geeft, daar geloof ik in. Daarom neem ik mijn zoon ook veel mee. Hij is 16 en nu al gek van reizen. Dat is me goed gelukt.”

U bent niet bang voor wat ontberingen onderweg en u maakt de verhalen achteraf graag mooier dan ze waren.

„Daar zijn mensen heel goed in, om pijn en moeilijkheden snel te vergeten.”

Maar toch niet iedereen?

„Ik herinner me dat ik met mijn toenmalige partner naar Malta ging, een georganiseerde reis, de enige die er nog was, heel goedkoop. We hadden tegen de organisatie gezegd dat we niet aan het programma zouden meedoen. Nou, geen probleem. Na een week zagen we de mensen uit dat reisgezelschap weer op het vliegveld en inderdaad, daar zaten een paar bij die alleen maar konden klagen. Vonden jullie het ontbijt ook zo slecht?”

Mensen associëren reizen met maag- en darmklachten. Ja, die krijg je zeker. Maar waarom zou dat een reden zijn om niet op reis te gaan?”

Een echte reiziger is geen zeikerd.

„Voor mij is het glas in elk geval altijd halfvol. Zoals Paul Theroux zegt: ‘Reizen is optimisme in de praktijk.’ Er zijn nu mensen die tegen me zeggen: al dat reizen, dat is toch slecht voor het milieu? Ja, dat is zo. Ik sta daar niet al te veel bij stil. Zo’n type ben ik niet. Al neem ik, als het enigszins kan, de bus of de trein, geen binnenlandse vluchten. Je hebt ook mensen die bij reizen meteen denken aan het gehang op vliegvelden. Ik begrijp dat niet, je begint toch ook niet over de afwas als je lekker uitgebreid gaat koken. Of mensen associëren reizen met maag- en darmklachten. Ja, die krijg je zeker. Maar waarom zou dat een reden zijn om niet op reis te gaan?”

U beschrijft in geuren en kleuren hoe u in Kolkata [voorheen Calcutta] vreselijke diarree krijgt.

„We waren na negen dagen Bhutan – schone lucht, goed eten, lange wandelingen in de bergen, ik had me nog nooit zo sterk gevoeld – naar Bangladesh gegaan, het smerigste land waar ik ooit geweest ben. Na zes dagen was er niets van onze conditie over en kreeg ik die enorm zware aanval. Maar toen kwam dokter Chatterjee, hè. Dat had ik niet graag willen missen. Een echte ouderwetse geleerde, intelligent en breed georiënteerd. Klein en heel erg dik, zoals veel welgestelde Indiërs. Hij was wel eens in Zutphen geweest, hij kende Maastricht en bleek veel over de geschiedenis van de Hanzesteden te weten. En dol op stroopwafels. De medicijnen die hij me gaf begonnen al te werken voordat ik zijn visitekaartje had uitgelezen.” Dr. S. Chatterjee, mbbs, dtm&h, factm, fftmacmm, fftmrcps (Glasgow), Consultant Physician, Travel & Tropic Medicine, Visiting Consultant, Woodlands Multi Speciality Hospital.

De volgende dag was uw vriendin ook ziek.

„Dezelfde bacterie. En toen kwam dokter Mukherjee, nog kleiner en nog dikker, en net zo’n intellectueel.” Hij lacht. „De rest van de week hebben Madelijn en ik in bed naar het WK voetbal van 2014 liggen kijken. We hadden het geluk dat we voor een habbekrats een kamer hadden kunnen krijgen in het Oberoi Grand Hotel. Het was buiten het seizoen.”

U klimt tegen de muren op als u geen reizen in het vooruitzicht hebt.

„Dat is overdreven, maar het is wel eens gebeurd dat ik in een bui van somberte – er stond geen reis gepland – een ticket naar Bakoe heb gekocht. En toen de hunkering naar de euforische ontheemdheid – zo noem ik het gevoel dat me op verre reizen bevangt – me een keer te veel werd, ben ik naar Marrakech gegaan. Deze zomer gaan we eerst naar Frankrijk en Spanje, naar de wijngebieden, lekker eten en drinken, en daarna naar Korea en Japan. Van half juli tot half augustus ligt het werk hier helemaal stil, dat is wel lekker. Krijg je ook geen e-mails. Later dit jaar ga ik nog naar China, op uitnodiging, en volgend jaar zomer wil ik weer een echt lange reis maken, drie maanden, van Tokio naar Istanbul. Dan wil ik ook naar Noord-Korea, als Trump en Kim Jong-un zich een beetje inhouden. Daarna ben ik in bijna alle Aziatische landen geweest en zal ik mijn jachtterrein moeten gaan verleggen. Nou ja, Afrika vind ik ook leuk.”

Zet u vlaggetjes op de wereldkaart?

„Sinds kort, ja. Mijn schoonouders hebben ons een soort kraskaart gegeven en die hangt nu op een van de wc’s.”

Hoeveel landen heeft u gehad?

„Tussen de zeventig en de tachtig. Maar het is geen doel op zich, hoor, alle landen bezoeken.”

Die euforische ontheemdheid is verslavend, schrijft u. Heeft u steeds sterkere prikkels nodig om hetzelfde effect te bereiken?

„Je went eraan, dat is waar. Maar als ik morgen naar Delhi ga, heb ik meteen weer hetzelfde gevoel. En ik geniet ook van een weekend aan de Moezel om wijnen te proeven. Het hoeft echt niet steeds extremer. Misschien komt er wel een moment waarop ik denk: die ontberingen, dat mag wel wat minder.”

Maar dat u die prikkels zoekt, komt dat door de ADD?

„Zou kunnen.”

Of hebben reizigers zoals u vaker dan gemiddeld ADD of ADHD?

„Het is nooit onderzocht, maar ik moet wel aan Einstein denken, die ook ADD had. Hij zei: het leven is als een fiets, je moet de vaart erin houden om niet om te vallen. Geen bewijs, maar misschien wel een aanwijzing dat mensen met ADD meer prikkels nodig hebben.”

Dan zou al dat reizen van u een vorm van zelfmedicatie zijn.

„Dat zou kunnen. Maar ik ben geen freudiaan en je moet ervoor oppassen om overal onbewuste motieven achter te zoeken.”

Reist u altijd samen met uw vriendin?

„Sinds we samen zijn wel ja, en dat gaat heel goed, nooit ruzie. Ze is een andere reiziger dan ik, zij slaat de reisgids pas open als we onderweg zijn en ik zit me al maanden van tevoren te verkneukelen.”

U betwijfelt in uw boek of reizen je zelfkennis vergroot, en zegt dat het wat u betreft ook niet het doel van reizen is. Toch leerde u een nieuwe kant van uzelf kennen toen u in Nepal een keer in retraite ging.

„We deden een driedaagse cursus hathayoga in het Sadhana Yoga Retreat, net buiten Pokhara.” Hij lacht. „Dat werd een drama. We werden geacht ons aan een vast dagprogramma te houden, om halfzes op, om zes uur thee, halfzeven mediteren, acht uur yoga, daarna weer mediteren, en zo ging het de hele dag door. Ik verdroeg het absoluut niet. Ik leerde op mijn vijfenveertigste dat ik een zeer grote behoefte aan autonomie en vrijheid heb. Ik begreep opeens veel beter waarom ik op school zo ongelofelijk recalcitrant was geweest.”