Opinie

Nederland staat niet machteloos in Europa

Onze invloed in Brussel is onverminderd groot, schrijft . Maar door erover te zwijgen vergroot Den Haag de afstand tot de burger.

Mark Rutte komt aan bij het Justus Lipsius-gebouw voor de bijeenkomst van de Europese Raad. Foto: ANP / Jonas Roosens

We horen steeds vaker dat Nederland moet oppassen. Nu Emmanuel Macron met een grote meerderheid is gekozen, de Frans-Duitse as in ere wordt hersteld en Groot-Brittannië de Europese Unie verlaat, staat Nederland er alleen voor in de EU. Het tegendeel is waar. De Nederlandse paradox is dat ons land sinds de kredietcrisis een aantoonbaar grote invloed heeft op het EU-beleid, maar dat het Nederlandse publiek steeds meer het idee heeft gekregen dat het nauwelijks nog zin heeft om erover na te denken. De trein dendert immers toch wel voort. Dat is dodelijk voor het publieke debat.

Lees ook deze bijdrage van Adriaan Schout: Frans-Duitse EU-tandem zet Nederland voor het blok.

Het publiek weet veel te weinig wat onze politici in Europa doen

Het zijn niet de minsten die het vuurtje aanwakkeren. Informateur Herman Tjeenk Willink zei bij zijn aantreden dat Nederland zijn rol in de EU moet definiëren „anders maken Merkel en Macron de keuzes voor ons”. En eurocommissaris Frans Timmermans adviseert om meer samen te werken met de Benelux. Dit oude samenwerkingsverband zou een voorbeeld zijn voor Oost-Europese landen. Maar de laatste jaren heeft Nederland de Benelux helemaal niet nodig gehad voor een succesvol EU-beleid.

Nederlandse voorstellen

Sinds de kredietcrisis is Nederland steeds opnieuw in staat gebleken nieuwe voorstellen in de EU in te brengen. Zo wist Jan-Peter Balkenende in 2010 gedaan te krijgen dat het IMF betrokken werd bij de bestrijding van de Griekse schuldencrisis. En het gedoogkabinet Rutte-I pleitte in 2011 succesvol voor een sterke eurocommissaris voor begrotingsdiscipline. Toen die er eenmaal was, werd Nederland zelf op de vingers getikt voor zijn te hoge begrotingstekort.

In 2013 stelde minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans voor om het aantal regels in de EU sterk te beperken onder het motto ‘Europees wat moet, nationaal wat kan’. Een jaar later mocht hij zijn eigen ideeën als tweede man van de Europese Commissie uitvoeren. Diederik Samsom wist via zijn kanalen een mogelijke oplossing voor de vluchtelingencrisis naderbij te brengen. Het leidde tot de vluchtelingendeal van de EU met Turkije.

Op zijn minst: meer openheid, minder jargon en zeker geen meel in de mond

Opvallend is ook dat Nederland voor de acceptatie van dit soort maatregelen het Verenigd Koninkrijk niet nodig had. Mark Rutte had na zijn aantreden als premier al snel door dat de invloed van zijn vriend David Cameron tanende was. In de Europese Raad richtte hij zich met succes op Duitsland. De hoofdprijs volgde met de benoeming van Jeroen Dijsselbloem als voorzitter van de eurogroep, van harte gesteund door de Duitse minister van Financiën, Wolfgang Schäuble.

Ook nu het kabinet demissionair is wordt er hard gewerkt aan een sterke positie van Nederland in Europa. Tussen de formatierondes door bezocht Rutte al Macron en ging de premier naar Warschau voor een werklunch met collega’s van de Benelux en de vier ‘Visegrad-landen’ (Polen, Hongarije, Tsjechië en Slowakije). Woensdag ontving hij collega’s uit de Benelux, de Baltische staten en Scandinavië om de EU-top van 22 en 23 juni voor te bereiden. En op 7 juli mag Nederland als gast aanschuiven bij de G-20 in Hamburg.

Minister-president Mark Rutte verwelkomt de staatssecretaris voor Europese Zaken Halonen van Finland.
Foto: ANP / Bas Czerwinski
Minister-president Mark Rutte verwelkomt Tomas Christensen, secretaris-generaal voor Buitenlandse Zaken van Denemarken.
Foto: ANP / Bas Czerwinski
Minister-president Mark Rutte verwelkomt minister-president Xavier Bettel van Luxemburg.
Foto: ANP / Bas Czerwinski
Minister-president Mark Rutte verwelkomt minister-president Charles Michel van Belgiè.
Foto: ANP / Bas Czerwinski

Uitleggen waar Nederland voor staat

Over de Nederlandse invloed hoeven we ons vooralsnog geen zorgen te maken. Met Timmermans, Dijsselbloem en Rutte beschikt Nederland over een ijzersterk netwerk. Wel een reden tot zorg is dat wij, het publiek, veel te weinig weten wat onze politici in Europa doen. De Nederlandse politiek mag uiterst effectief zijn als het gaat om invloed uitoefenen in de EU, ze faalt in de communicatie met de eigen bevolking. Slechts een kleine groep specialisten weet waar Nederland voor staat en wat onze belangen zijn. Burgers niet.

Dat is niet goed voor het politieke klimaat. Niet alleen wakkert het ideeën over de kloof tussen burger en politiek aan, ook komen we steeds voor verrassingen te staan zodra het EU-beleid opspeelt in de Nederlandse politiek. Zie de referenda over een Europese grondwet (2005) en het associatieverdrag met Oekraïne (2016). En het speelde ook toen GroenLinks tijdens de informatiegesprekken een principiële ondergrens trok bij het migratiebeleid van de EU. Voor velen kwam dit als een volslagen verassing.

Nu het EU-beleid zo duidelijk raakt aan nationale vraagstukken moet de politiek nadenken over een andere communicatie met het publiek. Het jaarlijkse Kamerdebat over ‘de staat van de Europese Unie’ is misschien nuttig voor de deelnemers zelf, maar als gelegenheid om ook het publiek te informeren over de Nederlandse standpunten werkt het niet. Politici moeten een andere toon vinden om het maatschappelijke debat over Nederland in de EU nieuwe impulsen te geven. Op zijn minst: meer openheid, minder jargon en zeker geen meel in de mond, niet wachten op initiatieven van buiten of het klappen van de formatie, maar zelf uitleggen waar het om gaat. En uitleggen waarom Nederland staat voor de keuzes die het maakt.