Commentaar

Kunst en wetenschap laten zich moeilijk versmelten

Kunstenaarsdoctoraat

Kunstenaars kunnen in Leiden en Amsterdam promoveren op hun eigen werk, in de zin van een nieuw te creëren, kunstproject. Sinds 2004 zijn in Leiden 100 promovendi toegelaten. Van hen verwierven er 42 daadwerkelijk een doctorstitel, van een beeldend kunstenaar tot een componist.

Kunst en wetenschap hebben van oudsher warme belangstelling voor elkaar. Maar ze laten zich moeilijk versmelten, want ze verschillen cruciaal. De wetenschapper streeft naar objectieve studie. De kunstenaar is per definitie subjectief. Wetenschap gedijt bij falsificatie. Kunst heeft met falsificatie niks te maken, daar is kunstenaar zelf de norm.

De vraag is wat de kunsten en universiteiten bij elkaar zoeken. Is zo’n kunstenaar pas zeker van zijn werk als hij het wetenschappelijk verantwoord weet? Dan moet hij geen kunstenaar willen zijn. Wil het universitaire bedrijf zich warmen aan de gloed van de kunst, waar over kwaliteit niet te twisten valt aangezien de definitie voor kunst niet bestaat en die voor goede kunst nog minder? Dat zou duiden op een dramatische existentiële crisis.

Een prozaïsche verklaring voor de kunstenaarsdoctoraten is dat op buitenlandse kunstopleidingen alleen gepromoveerden les mogen geven. En dat fnuikt dus de kunstenaars als ze les willen geven – maar dat kan voor universiteiten de reden niet zijn voor dit speciale promotietraject. Dat zou immers de doctorstitel degraderen van bewijs voor geleerdheid tot een route naar een baan.

Juist dat speciale traject maakt achterdochtig. Wie wil promoveren moet voldoen aan vaste voorwaarden. Er moet bijvoorbeeld een master gehaald zijn. Voor kunstenaars vervallen zulke eisen. Proefschriften worden beoordeeld met strenge maatstaven. De criteria voor het behalen van kunstdoctoraten zijn onhelder. Immers, een voornaam onderdeel van het proefschrift is de eigen kunst, wat neutrale maatstaven vrijwel onmogelijk maakt.

„Het gaat niet om wetenschap maar om onderzoek,” orakelde een bij het doctoraat van een cellist betrokken promotor. En schoot in eigen voet. Want als het niet om wetenschap gaat, waarom dan toch bij een academisch instituut aan willen schuiven?

In zijn hoedanigheid van lid van de Akademie van Kunsten van de KNAW stelde een kunstenaar: „Voor academici is het goed om eens iets onder de neus te krijgen wat niet aan hun ingesleten norm voldoet.”

Dat krijg je ervan. Dat is een clichématige verdachtmaking van de wetenschap. Kunst en wetenschap zijn interessant gezelschap voor elkaar. Meer valt er niet te verlangen.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.