‘In ieder bedelbordje zag ik een verhaal’

Andres Serrano

In Nederland kennen we de fotograaf vooral van zijn plasseks-posters. Een meer verstilde kant van Serrano’s oeuvre, zoals zijn engagement met zwervers, is nu te zien in Huis Marseille.

Denizens of Brussels (Nicolas and Romeo and Dany), 2015. Foto’s Andres Serrano

Twaalf woorden slechts telt het tekstbordje. Twee korte zinnen vormen ze, geschreven met zwarte stift in vrolijke ronde letters op een beduimeld stukje karton. Maar als het waar is wat er staat, schuilt er achter die staccato tekst een verhaal waarmee je met gemak een roman kunt vullen. „Mom told us to wait Right Here. That was 10 Years Ago.”

De Amerikaanse fotograaf Andres Serrano (1950) kocht het bordje een jaar of vier geleden voor 20 dollar van een dakloos meisje dat hij tegenkwam op straat, vlakbij zijn woning op 12th Street, Manhattan. „Ik heb niet gevraagd hoe oud ze was, maar ik schat dat ze zo’n vijftien jaar was.” Hij heeft er spijt van, vertelt Serrano, dat hij niet heeft geïnformeerd naar haar levensverhaal. „Vaak vatten die bedelbordjes aardig samen wat die persoon wil vertellen en waarom ze om geld vragen. Maar van dit meisje had ik graag meer willen weten.”

In het najaar van 2013 begon het Serrano op te vallen hoeveel daklozen de trottoirs van New York bevolkten, meer dan ooit tevoren. Het was het einde van de ambtsperiode van Michael Bloomberg, de burgemeester die in 2002 een ambitieus vijfjarenplan had gelanceerd om het aantal daklozen te doen dalen. Dat plan was, mede dankzij de economische crisis, faliekant mislukt. In december 2013 telde de stad meer dan 50.000 daklozen, onder wie 21.000 kinderen – een toename van 61 procent in tien jaar.

Tussen oktober 2013 en januari 2014 wandelde Serrano dagelijks uren door de stad om daklozen te fotograferen. Hij betaalde ze 50 dollar per sessie en kocht ook hun bedelbordjes op, zo’n tweehonderd in totaal. „Ik vertelde ze dan dat ik kunstenaar was en dat ik ieder bordje zag als een verhaal. Onder de daklozen waren opvallend veel veteranen. Ik vroeg aan iemand of hij wel echt een veteraan was. Hij legde me uit dat als hij dat niet zou zijn, de andere veteranen hem in elkaar zouden slaan.”

Op Serrano’s tentoonstelling Revealing Reality in Huis Marseille zijn alle tekstborden te zien – gemonteerd in een video van drie minuten. Soms grappig („Obama doesn’t accept change but I do!!!!”), soms intens triest („HIV positive. Please Help”) vertellen deze samengebalde levensgeschiedenissen samen het verhaal over armoede in Amerika. De video, All Signs of Times, was Serrano’s afscheidscadeau aan burgemeester Bloomberg. „Datgene waarmee hij ons liet zitten. Een kroniek van de tijd waarin we leven.”

Seks, dood en geweld

In Nederland kennen we Andres Serrano vooral van zijn omstreden expositie in het Groninger Museum in 1997, toen zijn glossy affiches met plasseks uit het straatbeeld verbannen werden na protesten van religieuze organisaties. Serrano, een New Yorker met wortels in Cuba en Honduras, had een carrière in de reclame voordat hij als kunstenaar begon. Die commerciële achtergrond sijpelde door in zijn foto’s, die er vaak gelikt en theatraal uitzien. Hoe een beeld kan raken, kan confronteren en shockeren, weet Serrano als geen ander. Zijn portretten van leden van de Ku Klux Klan (Klan Series, 1990), van ontbindende lijken (Morgue, 1992) en van slachtoffers van marteling (Torture, 2015) vergeet je nooit meer. Niemand kan seks, dood en geweld zo verleidelijk in beeld brengen als hij.

Maar er is ook een andere, meer verstilde kant in Serrano’s oeuvre. Zijn engagement met zwervers en daklozen bijvoorbeeld, gaat al terug tot 1990, toen hij de serie Nomads maakte. ’s Nachts portretteerde hij de ontheemden in een geïmproviseerde studio in de New Yorkse metro. Hij liet ze poseren als filmsterren tegen een neutrale achtergrond, flitste hun gezichten in zodat alle details van hun getekende gelaten zichtbaar werden. Statig en diep-menselijk zijn ze, deze foto’s, die soms doen denken aan de nobele portretten van Géricault of Rembrandt. Voor heel even maakte Serrano van deze anonieme figuren hoofdrolspelers, letterlijk door ze uit te lichten.

De serie daklozenfoto’s die hij in 2014 afrondde, Residents of New York, was meer documentair met ditmaal de straat als decor. Hij had de foto’s van Walker Evans en Dorothea Lange voor ogen. „Vooral de portretten die zij tijdens de depressie maakten voor de Farm Security Administration. Ik heb zelfs bewust een paar foto’s in zwart-wit geschoten, als ode aan hun werk.” Lange en Evans legden in de jaren dertig de armoede op het platteland vast. In feite doet Serrano hetzelfde, maar dan in de grote stad.

In 2015 werd hij uitgenodigd voor een tentoonstelling in Brussel. Daar maakte hij een vervolg op zijn daklozenserie: Denizens of Brussels. De situatie die hij daar aantrof, vond hij „complexer en surrealistischer”, vertelt Serrano. „Er zit meer drama in de Brusselse foto’s. Terwijl de daklozen in New York alleen dat kartonnen bordje met zich meedragen, zag ik in Brussel veel baby’s, kinderen, honden en hele bouwwerken van kartonnen dozen.”

Hoorde hij ook andere verhalen van deze daklozen, veelal Afrikaanse vluchtelingen en Roma? Serrano: „Als ik mensen fotografeer, praat ik niet veel met ze. Ik leg alleen uit wat ik doe. Tenzij iemand graag zijn verhaal kwijt wil, houd ik me stil. Het enige wat van belang is, is hun deelname en hun naam. Het beeld vertelt het verhaal. Ik denk dat het beter is wanneer mensen zichzelf uitdrukken met gebaren en uitdrukkingen, in plaats van woorden.”

Objectiviteit is het hoofddoel van zijn fotografie, benadrukt Serrano keer op keer. Tonen, niet oordelen. Tegelijkertijd maakt hij met zijn onderwerpkeuze natuurlijk een statement over de deplorabele omstandigheden waarin de minder gefortuneerden leven. „Daar heb je geen ongelijk in”, lacht hij. „Maar ik identificeer me met deze outsiders omdat ik mezelf ook zo zie. Als mijn werk empathisch is, dan komt dat omdat ik mijzelf herken in iedereen die ik portretteer. Of, zoals Groucho Marx zei: ‘Ik wil bij geen enkele club horen die mij als lid zou toelaten!’”

Streng katholiek

Als enige zoon van een immigrant uit Honduras en een moeder van Cubaanse origine, groeide Serrano op in een Italiaanse wijk in Brooklyn. Toen hij een paar jaar oud was, keerde zijn vader terug naar Honduras en bleef hij alleen achter bij zijn Spaanstalige moeder, die regelmatig werd opgenomen vanwege psychoses. Zijn opvoeding was streng katholiek, vertelt hij. „Ik heb de Heilige Communie gedaan. Mijn moeder nam me iedere zondag mee naar de kerk, maar we waren altijd te laat, als de mis al bijna voorbij was. Grappig eigenlijk, want we woonden maar twee huizenblokken bij de kerk vandaan. Pas toen ik op mijn twaalfde, in mijn eentje, het Metropolitan Museum bezocht, koppelde ik religie aan beeldende kunst. Daar werd ik gegrepen door de religieuze iconografie van de renaissanceschilders.”

Dus toen Serrano in 1987 zijn verguisde Piss Christ maakte, een crucifix gedrenkt in zijn eigen urine en bloed, was dat niet bedoeld als afrekening met de Kerk. De foto, die meermalen het slachtoffer werd van vandalisme, verbeeldt volgens hem de extreme lijdensweg van Christus. „Het was niet alleen bloed dat uit hem spoot, ook pis en stront. Dus als mensen geschokt zijn door Piss Christ, dan is dat omdat het werk een idee geeft van wat een kruisiging precies inhoudt.”

Het oeuvre van Serrano is diep beïnvloed door symboliek van Madonna’s, piëta’s en martelaren. In Huis Marseille zijn onder de titel The Church (1991) portretten te zien van paters en nonnen die getuigen van een grote eerbied voor zijn onderwerp. „Ik heb nog steeds een grote liefde voor de Kerk”, beaamt Serrano. „In Amerika ben ik al lang geleden gestopt met kerken te bezoeken, om de simpele reden dat die kerken niet erg oud zijn. Maar in Europa voelt het alsof ik door een middeleeuws museum loop. Zelf ben ik een fervent verzamelaar van religieuze, middeleeuwse en renaissancekunst. Ooit hoop ik Paus Franciscus nog eens te ontmoeten. Ik zou hem vragen of ik iets zou mogen maken voor de Katholieke Kerk, zoals andere religieuze kunstenaars dat in het verleden ook hebben gedaan.”

Zijn grote held is Caravaggio, schilder van plastische onthoofdingen en de kunstenaar die het aardse en het hemelse wist te verenigen door prostituees te laten poseren als de heilige Maria. Maar ook Hollandse meesters uit de Gouden Eeuw vormen een inspiratiebron. „Ik houd van het drama van Rembrandt, met zijn diepe schaduwen en wilde verfstreken. En ik bewonder de verstilde manier waarop Vermeer het alledaagse leven wist op te tillen naar grote hoogtes. Als ik naar het werk van Vermeer kijk, voelt het alsof ik kijk naar een perfect gecomponeerde foto.”

Andres Serrano: Revealing Reality. t/m 3 sept in Huis Marseille, Amsterdam.