Cultuur

Interview

Interview

De dierenactivist die undercoverfilms maakte in het slachthuis en een kippenfokkerij.

Foto Merlin Daleman

De klokkenluider van Tielt moest zelf ook varkens doodschieten

Klokkenluider Tielt

Hij is dol op varkens. Maar om misstanden in een slachterij te kunnen filmen, moest hij de dieren in het Belgische Tielt zelf doodschieten.

Beelden kunnen wonderen teweegbrengen. Dat merkte de klokkenluider van het Belgische Tielt. Eind maart brachten hij en dierenrechtenorganisatie Animal Rights camerabeelden naar buiten uit het slachthuis Tielt, in de gelijknamige West-Vlaamse provinciestad.

In de dagen erna meldden zich meer dan honderd mensen bij Animal Rights die zeiden per ommegaand vegetariër, flexitariër dan wel „varkentariër” – een betrekkelijk nieuwe variant – te zijn geworden. De beelden van een in doodsnood spartelend varken in een kokend ontharingsbad en van kreupele dieren die naar hun dood werden geschopt, hadden hun uitwerking niet gemist.

Op een zonnige ochtend eerder deze week blikt de 22-jarige klokkenluider – een zacht sprekende Vlaamse veganist – terug op zijn acties. Hij houdt zijn naam, die bij de redactie bekend is, uit veiligheidsoverwegingen geheim. Het gesprek vindt plaats in Voorburg, waar hij een paar dagen logeert bij Robert Molenaar, aanvoerder van de Nederlandse tak van Animal Rights die samen met de Belgische afdeling de acties van de klokkenluider voorbereidde en begeleidde.

Acties, want vorige week bleek dat hij ook nog twee weken undercover in een ‘broederij’ in Vlaanderen had gewerkt. Op zo’n bedrijf worden kunstmatig eieren uitgebroed. Kuikentjes met een afwijking worden meteen na geboorte gedood, bijvoorbeeld door hun nekjes te breken op de rand van een krat.

De beelden zorgden voor veel ophef. Regeringen in België en Nederland beloofden meer (camera)toezicht in slachthuizen. Diverse bedrijven wilden geen vlees meer afnemen van het slachthuis, dat enkele weken dichtging. Reden voor een gesprek met de klokkenluider en Robert Molenaar over aanpak en impact van hun acties.

Let op: onderstaande beelden kunnen als schokkend worden ervaren

Waarom koos u voor Tielt?

De klokkenluider: „Omdat daar een vacature was voor een medewerker waarop ik kon solliciteren. Het was ons niet speciaal om Tielt te doen. Ik was een tijdje daarvoor medewerkers van Animal Rights tegengekomen op een markt in Gent.

Ik vroeg of ik iets voor ze kon betekenen. Ze bleken mensen te zoeken die undercover wilden in slachthuizen en andere plekken waar dieren worden verwerkt. Overal waar dieren als product worden gebruikt, gaan dingen verkeerd.”

Robert Molenaar: „Zelf konden we dat soort undercover-acties niet uitvoeren; daarvoor zijn we te bekend van actiebeelden op internet. Wij zorgden voor de knoopcamera, bekend van films over geheim agenten. Die camera’s kun je gewoon op internet kopen. Duur zijn ze wel.”

De klokkenluider: „Animal Rights kocht die camera voor me en leerde mij ermee omgaan. In het begin zag je op beelden die ik maakte alleen het plafond, of de vloer, omdat ik te hoog of te laag richtte. Vervolgens heb ik kunnen oefenen in de kuikenbroederij waar mijn eerste werk was. Ik leerde daar goed opletten waar dingen fout gaan in het productieproces, geduld te hebben, geen wantrouwen te wekken. Na twee weken had de broederij me niet meer nodig. Maar we hadden niet genoeg bruikbaar materiaal om dat meteen al naar buiten te brengen, vonden we.”

Robert Molenaar: „De tijd dat we daarbinnen waren geweest, was te kort. Bovendien wilden we ook op andere plekken filmen om te laten zien dat het probleem van het geweld tegen dieren veel breder is.”

Hoe voorkwam u dat u als klokkenluider werd ontdekt?

De klokkenluider: „Ik moest dingen doen die ik liever niet had gedaan. Zo moest ik varkens met harde klappen opjagen. Ik probeerde het zo zacht mogelijk te doen, met kleine tikjes. De varkens voelden dat, het zijn intelligente en gevoelige beesten waaraan je gemakkelijk ziet of ze angstig of gestresst zijn. Ze zochten mij vaak op. Ik moest ook kreupele varkens doodschieten nadat mijn baas een pistool in mijn handen had gedrukt. Ik had nooit gedacht dat ik daartoe in staat zou zijn. Maar ik dacht: Als ik eromheen draai, word ik ontdekt. Verder kletste ik maar wat mee tijdens de lunchpauzes. Het was daar een vrije dooie boel, even doods als in het slachthuis. Wie daar werkt, raakt volkomen afgestompt. Eén man was een uitzondering. Die kon geen genoeg krijgen van het doden van dieren. Hij joeg in zijn vrije tijd op dieren.”

Foto Merlin Daleman

U houdt van varkens, knuffelt ze zelfs. Hoe kon u toch zakelijk filmen?

„Je raakt geconcentreerd op je missie. Je weet: de dieren die nu hier zijn, kan ik niet meer helpen. Die zijn ten dode opgeschreven. Maar door beelden over het grove geweld naar buiten te brengen, kan ik misschien wel in de toekomst varkens redden. Misschien hoeven er straks minder naar het slachthuis omdat mensen na het zien van de beelden minder vlees eten. Elke ochtend om vijf uur meldde ik mij bij de bedrijfspoort met de gedachte dat ik net zo lang wilde blijven tot ik genoeg materiaal had, niet totdat ik er niet meer tegen kon.”

Er gebeurde zoveel naars, zei u eerder, dat u niet alles heeft kunnen filmen. Wat had u liever ook naar buiten gebracht ?

„Aan het einde van een werkdag, toen de batterij van mijn camera op was, werd een varken dat kennelijk nog niet dood was met een ketting aan een poot opgetakeld. Daarbij begon het beest te spartelen en scheurde de poot af van zijn lijf. Logisch, want zo’n varken weegt soms meer dan 100 kilo. Het beest viel op de grond. Vervolgens werd het rechtop gezet en een paar keer door medewerkers van het slachthuis in zijn hart gestoken. Het varken is vervolgens doodgebloed. Spijtig genoeg heb ik dat niet kunnen filmen. Het beeld zal me altijd bijblijven. Sowieso droom ik nog vaak over slachthuizen, bijvoorbeeld dat ik toch nog wordt gesnapt door het personeel.”

Welke regels heeft u bij uw undercoveractie overtreden?

„In het contract moest ik beloven geen informatie naar buiten te brengen die het bedrijf kon schaden. Daar heb ik me dus niet aan gehouden. Wel heb ik mijn echte naam opgegeven in het contract.”

De baas van het slachthuis zei dat hij niet van de misstanden op de werkvloer wist.

„Onzin. Ik zag de CEO geregeld op de werkvloer als de dieren geslagen en geschopt werden. Hij heeft ongetwijfeld veel dingen gezien die niet konden en mochten.”

De leiding van de broederij beticht u ervan de verdrinking van kuikens in scène te hebben gezet. De beelden tonen alleen ronddrijvende dode kuikentjes in een emmer water, niet hun feitelijke verdrinking.”

„Dat laatste klopt, maar dat betekent niet dat het niet is gebeurd. Sterker, ik heb de verdrinking van kleine kuikentjes al vanaf mijn eerste dag geregeld waargenomen. Omdat ik maar twee weken op de broederij was, heb ik geen kans gehad de verdrinking te filmen. Wat je wel duidelijk ziet op de beelden is dat vrij achteloos een nekje van een kuiken wordt geknakt op de rand van de overvolle krat met kuikens. Daar heeft de directie het in haar reactie niet over.”

Wat vindt u van de aangekondigde maatregelen, zoals meer cameratoezicht?

„Bewakingscamera’s zeggen me niet zoveel. Wie bekijkt die beelden? Die camera’s kunnen kapotgaan. Worden ze niet vooral gebruikt om geschonden reputaties van de bedrijven op te poetsen? De economische belangen van de slacht zijn veel te groot om iets van de politiek te verwachten. Het ging me om de menselijke reacties, om de bewustwording. De keuze ligt bij mensen. Zij hebben de macht om geen geld aan vlees uit te geven. Als dat niet meer gebeurt, verandert er iets.”

Een kleine tijdlijn van de ontwikkelingen sinds de beelden online werden gezet: