Cultuur

Interview

Interview

Foto Merlijn Doomernik

‘Ik ga niet mijmerend urenlang naar een schilderij zitten te kijken’

Nieuw Museum Miljardair Hans Melchers opent vrijdag zijn tweede privémuseum. Het is een kasteel dat volhangt met schilderijen van Carel Willink. Wat hij er mooi aan vindt? De luchten, vooral.

Hans Melchers (79, met een vermogen van 2,5 miljard euro nummer 3 in de Quote 500) en zijn zaakwaarnemer, Albert Hartink, hebben er twee uur voor uitgetrokken: een fotosessie in en rond Kasteel Ruurlo, een rondleiding door de zalen en een interview. In die zalen: 31 olieverfschilderijen en 14 gouaches en tekeningen van Carel Willink, 5 creaties van Fong Leng voor Mathilde Willink, foto’s van Carel en Mathilde door Paul Huf. Vrijdag 23 juni opent Pieter van Vollenhoven Kasteel Ruurlo, 27 juni gaat het open voor publiek.

Daarmee is Kasteel Ruurlo het tweede privé-museum van Hans Melchers. In 2015 opende Museum MORE, het museum voor modern realisme (vandaar de naam) in Gorssel. Behalve van Willink hangt daar werk van, onder anderen, Pyke Koch, Dick Ket en Charley Toorop. Het meeste kocht Melchers in 2009 uit de failliete boedel van Dirk Scheringa’s Museum voor Realisme. Museum MORE trok vorig jaar 100.000 bezoekers. Nu, in juni, staat de teller alweer op 60.000.

Lees ook wat we in 2015 schreven bij de opening van Museum MORE: Grimmig en glashelder

Voor een deel van de verbouwing van zijn nieuwe museum heeft Melchers dezelfde architect aangetrokken, Hans van Heeswijk. Dat betekent deze keer onder meer een glazen toegangsbrug over de slotgracht, waarvan een vijverpartij is gemaakt. Binnen: parketvloeren die zijn ingelegd met bloemmotieven, met donkergroen en pauwblauw damast bespannen wanden. Er is ook een trouwzaal, het kasteel deed voorheen dienst als gemeentehuis. Op de bovenste verdieping is een bruidssuite gekomen.

Het is indrukwekkend.

„Ja, hè. Het is ook heel leuk dat het allemaal zo gelukt is. Ik heb natuurlijk altijd business gedaan, maar door die kunstcollectie uit het faillissement op te kopen is er veel losgekomen. Dat iedereen daar zo enthousiast over is, bedoel ik.

Waarom denkt u dat dit soort kunst zoveel mensen aanspreekt?

„Nederland is echt een museumland, mensen willen die kunst zien. En hier was niet veel. Alleen… Die Achterhoekers… Er heerst hier toch een sfeer… Ik wil ze niet slecht afschilderen, maar het is allemaal wel erg k-w-w: kieke wat t weurt. En dan wordt het dus niks. Maar goed, wie weet zijn ze los te branden als ze het straks zien. Want het is natuurlijk wel leuk om de economie hier een push te geven. In Gorssel is dat supergoed gelukt, ik weet niet… Heb jij die cijfers, Albert? (Albert Hartink: „Ja, 50 tot 100 procent meer omzet. En de winkels zijn er nu ook op zondag open, want dat is een museumdag.”)”

Mijn vraag was ook: dit soort kunst.

„Ah ja, moderne kunst bedoelt u. Kijk, Dirk Scheringa… Het is nou niet bepaald mijn vriend, en het is een aparte man, maar hij heeft wel goed zijn werk gedaan door al die kunst op te kopen. Hij had ook nog buitenlandse kunst trouwens, maar dat sprak me niet zo aan. Bovendien werd me dat afgeraden omdat het geen top was.”

Wat hebt u zelf met Carel Willink?

„Mijn vader zag hem wel eens. Gingen ze samen lunchen. Het was een heel strenge man hè, een beetje een despoot. Mijn vader heeft nog een keer ruzie met hem gehad, maar dat is weer bijgelegd. Hij heeft ook een portret van mijn vader gemaakt, dat verloren is gegaan in de oorlog. Het zei bij ons in de familie wel wat, Willink. Dat was de moderne kunst.”

In uw eigen huis lag een kunstboek over Willink, later.

„Ja, dat klopt. Een aantal van de schilderijen die hier nu hangen, had ik ook al lang. Die had ik eerder al verzameld. Ze hingen in de studeerkamer en in de grote salon.”

Ik ben nu bijna tachtig, dan moet je een keer iets doen voor everybody.

En uw vader, had die veel werk van hem?

„Niet zoveel, nee. En later heeft hij dat weer verkocht op een veiling. Mijn vader was een echte koopman, hij handelde in chemische producten maar ook in kunst.”

U kon niet goed overweg met uw vader.

„Dat kun je wel zeggen. Toen ik het familiebedrijf van hem wilde overnemen zei hij: er zijn meer bieders. Dus ik moest het kopen. Vijf miljoen gulden heeft me dat gekost, ik was de hoogste bieder. Mijn vader was nogal dominant.”

Maar Carel Willink…

Carel Willink, Zebra’s in rood rotslandschap, 1958. Collectie Museum MORE

„Ja, Willink vind ik interessant. Die luchten ook. Ik ben zelf amateur-meteoroloog, ik heb als jongen nog gewerkt voor Jan Pelleboer, meteorologie voor de boeren. Dat was heel leuk, maar er was een nadeel: het was in cafés, dus het werd altijd een vrij alcoholische toestand. En ik kwam pas na de pauze. Na twee jaar zei ik: ik wil nu ook wel eens voor de pauze. En hij zei toen: dat doen we niet, daar ben je nog niet aan toe. Toen ben ik gestopt. Maar het was leuk. En het was toch een man die naar de lucht keek. Tegenwoordig kijken ze alleen maar naar computerkaartjes. Een kleine onweersbui zien ze niet aankomen.”

En Willink wel?

„Ja, die luchten. Die zie je ook veel hier in de Achterhoek. Donker, dreigend. Prachtig.”

U hebt uw leven lang hier gewoond. Als jongetje fietste u met uw ouders langs dit kasteel.

„Ik vond het altijd al mooi. Ik heb hier ook wel illegaal gevist, toen ik een jaar of twaalf was. Ik ben toen nog een keer bijna gesnapt en hard het bos ingehold. Ja, raar hè. Ik had dit nooit verwacht eigenlijk.”

Bent u deze musea ook begonnen om iets achter te laten?

„Ja, als je vermogend bent moet je dat doen. Ik ben nu bijna tachtig, dan moet je een keer iets doen voor everybody.”

Letterlijk iets tastbaars, dat er aan het einde van uw leven nog wat overblijft?

„Nou, ik heb ook een keer een landgoed gekocht hè. Met 95 procent van mijn vermogen, dat zou ik nu niet meer durven. En dat was ook een puinhoop, zeg: wat moest daar veel aan gebeuren. Maar goed, ik kan nog steeds impulsief handelen. Dit was ook weer een avontuur. Mijn echtgenote zegt wel eens: heb je daar later dan geen spijt van, al die impulsieve besluiten. Maar nee, spijt heb ik nooit. Dat is het stierenkarakter, denk ik: 28 april. Wat bent u voor sterrenbeeld?”

Kreeft.

„Ah, dat is andere koek. Maar met die scharen is het ook oppassen, natuurlijk.”

Kunst is pas laat in uw leven gekomen?

„Dat kun je wel zeggen. Ik handelde altijd alleen maar commercieel. Het besef dat er ook andere dingen zijn is pas laat bij me doorgedrongen. Maar goed, op het einde dus wel.”

Zat u wel eens stilletjes te kijken naar uw doeken van Carel Willink?

„Zijn werk heeft me altijd aangesproken, ja. Daarom ben ik het ook gaan verzamelen. Maar dat gedoe met zijn laatste vrouw… Die eh… Sylvia. Daar heb ik behoorlijke botsingen mee gehad. Vertel jij dat eens, Albert. (Hartink: „Het ging over geld, ze wilde veel geld.”) Ja, dat was het. Verschrikkelijk was dat, verschrikkelijk. Nee, daar was geen klik.”

En in uw eigen museum? Gaat u wel eens kijken in Museum MORE?

„Daar ben ik regelmatig, ja. Ook bij die speciale openingen. Dat de familie van zo’n kunstenaar er dan is en dat je die leert kennen. Dat vind ik leuk. Maar het hotel-restaurant ernaast, ik geloof niet dat dat helemaal mijn stijl is. Mijn schoonzoon heeft dat ook nog een tijdje uitgebaat, maar dat ging niet goed. Dat was weer een botsing. (Tegen Hartink:) Hebben ze trouwens al gezegd of ze komen bij de opening? Of nog niet? (Hartink: „Dat weet ik niet.”) Daar is wel verkoeling ingetreden, ja. Dat is mijn jongste dochter, die ontvoerd is toen.”

Lees ook dit stuk uit 2005: Ontvoering Melchers omgeven door raadsels

U zei zonet: spijt heb ik nooit.

„Ja, nou ja goed. Mijn dochter heeft een lelijke tik overgehouden aan die ontvoering. (Tegen Hartink:) Was ze bij Gorssel nou wel? (Hartink: „Ja, daar was ze.”) Nou, dan komt ze. De familieomstandigheden zijn niet optimaal, nee. Ik heb nog contact hoor. Maar niet zoals met mijn andere dochter. Daar ga ik mee op vakantie. Maar goed, zo loopt het in het leven.”

Wilt u op een bepaalde manier herinnerd worden? Als je twee musea opent…

„Hoe bedoelt u dat?”

Nou, hoe de mensen later over u zullen praten.

„Ah zo. Ik timmer niet aan de weg met die musea hè, ik doe het niet voor mijn ego. Het is natuurlijk wel een oppepper voor de kunstwereld, dit. Maar daar heb ik het niet voor gedaan. Van die bezoekersaantallen had ik niet durven dromen. En ik had ook niet verwacht dat we winst zouden maken. We horen ook alleen maar positieve geluiden. En verder, dat verzamelen heb ik toch wel van mijn vader. Hij had de grootste collectie scheerbekkens ter wereld. Die heb ik geërfd. Hij had ook veel postzegels.”

Carel Willink, Portret van Wilma Jeuken, 1930
Collectie Museum MORE
Carel Willink, Meisjesportret met kralen, 1925
Collectie Museum MORE
Collectie Museum MORE
Carel Willink, Statue bij lustslot, 1935

Dat is wel iets anders dan modern realistische kunst verzamelen.

„Ja, maar het is toch wel markant dat hij dat deed.”

Hebt u nooit gedacht om daar een klein museum van te maken?

„De scheerbekkens heb ik op mijn landgoed hangen, op de eerste verdieping. En die postzegels zouden nu een vermogen waard zijn. Maar die zaten niet in de erfenis.”

Gaat u nog wel eens naar een ander museum dan dat van uzelf?

„Jazeker. Het Rijksmuseum. En in Zwolle, de Fundatie. En dat kleine museumpje in Doesburg, Lalique. Maar ik ben niet zo’n museumbezoeker die mijmerend urenlang naar een schilderij zit te kijken. Dat zit er niet in bij mij.”