Recht & Onrecht

Hechte buurt beste remedie tegen drugscriminaliteit

Het contact tussen bewoners, ondernemers en handhavers laat in de binnenstad te wensen over, schrijft . In die anonimiteit is het goed toeven voor drugsrunners.

Twee jongeren dealen drugs. Foto Roos Koole / ANP

Eind vorige week – het was een warme dag geweest – ging ik de stad in om een ijsje te eten. Rond het terras van de ijssalon hadden zich klanten verzameld. Langs hen baanden anderen zich gehaast een weg naar de trein, naar het avondeten. Tussen die passanten drentelden tegen de stroom in donkere jongens, ietwat zenuwachtig.

Mijn ervaring als onderzoeker zei mij dat het drugsrunners waren, bemiddelaars bij de verkoop van harddrugs, op zoek naar klanten. Toen studenten van mij een jaar geleden hier treinreizigers vroegen naar hun wetenschap van de drugshandel ter plekke, bleek bijna negentig procent hier goed van op de hoogte te zijn. Men had het zelf aanschouwd of wist het van familie of vrienden. Maar evenals toen negeerde men nu de jongens opzichtig: iedereen hield er flink de pas in.

Dezelfde studenten spraken toen een horecaondernemer een eindje verderop over de overlast die die drugsrunners zijn zaak bezorgen. Lege of halflege terrassen bieden namelijk de onontbeerlijke beschutting voor een transactie, in noodgeval zijn de tafeltjes zelfs geschikt als tijdelijke bergplaats voor een kleine handelsvoorraad. Zoals verwacht waren de runners voor hem een plaag: hun gehang schrikt klanten af. De politie kan weinig doen, behalve als de burgemeester een bij naam bekende overlastgever een gebiedsverbod oplegt. De ondernemer had camera’s geïnstalleerd om de politie van bewijsmateriaal te voorzien maar dat bleek een weinig effectief hulpmiddel.

Voortdurend in beweging

Eerder die week had ik aan de universiteit een gesprek over resilience, veerkracht, bijgewoond. De achterliggende gedachte was dat de samenleving steeds vaker bloot staat aan schokken die de sociale orde verstoren, zogeheten disrupties, en dat instituties en organisaties daartegen bestand moeten worden gemaakt, bij voorkeur met nieuwe technologieën. Optimisme overheerste.

Op het terras overviel me echter de gedachte dat drugsrunners duidelijk over meer veerkracht beschikken dan ondernemers. Ze zijn voortdurend in beweging. Soms klitten ze bij elkaar, versnellen nerveus hun pas, wisselen onderling scherpe woorden uit; dan weer zwermen ze uit, nemen hun schijnbaar onverstoorbare pose aan en gaan naarstig op zoek naar een nieuwe klant.

Af en toe voert de politie een grote actie uit en pakt al die jongens op. Een fikse disruptie. Maar dan blijkt er strafrechtelijk weinig tegen hen te beginnen want de meeste jongens bemiddelen slechts: zij hebben geen drugs op zak. Eenmaal op vrije voeten hervatten zij prompt hun gezoek. De dealers zijn buiten schot gebleven.

Waar burgers het minst klagen

Diezelfde week nam ik in politiekring deel aan een discussie over de impact van georganiseerde misdaad of zoals men daar tegenwoordig zegt over ondermijning. In die setting met zijn defensieve cultuur vertaalt men resilience niet met veerkracht maar met weerbaarheid. Grote woorden voerden de boventoon: als de opsporingscapaciteit niet snel fors zou worden uitgebreid, ging Nederland spoedig ten onder. Men overtrof elkaar met suggesties hoeveel geld er in de handel om zou gaan.

Gememoreerd werd hoe een burgemeester in De Volkskrant had gemeld dat schooljongens meer dan een ton per jaar zouden verdienen. Vanaf het terras gezien wekten de kleding en levensstijl van de runners niet die indruk. Het zijn franchisenemers in een agile organisatie. Het grote geld wordt geïncasseerd door de distributeurs en investeerders elders. Vermoedelijk verwarde de gezagdraagster omzet met inkomsten.

De ondernemer had weinig vertrouwen in het vermogen van politie en gemeentebestuur om de overlast duurzaam weg te nemen, al was hij overtuigd van de goede wil van de wijkagent. Hij had ervaren hoe overheidsbeleid uiteindelijk meestal neerkomt op het wegdrukken van de overlast naar de buurten met het minste aantal klagende burgers. Die bevinden zich vaak in de binnenstad. Daar is het voor een wijkagent ook veel lastiger vaste banden met bewoners op te bouwen dan in een woonbuurt.

Slechts bevestiging van een norm

Verbeteringen in de leefbaarheid zijn in een woonwijk sneller zichtbaar en meestal duurzamer waardoor bewoners gemakkelijker te overtuigen zijn om ook een steentje bij te dragen. In een binnenstad corroderen de onderlinge banden tussen burgers en handhavers al snel door situaties als leegstand van winkelpanden en opgebroken straten. Dat daar veel zaken worden gerund door franchisenemers die weinig binding hebben met de plek, helpt ook niet. De schrale banden die de spankracht van de drugshandel vormen, maken de legale economie juist kwetsbaar.

We weten dat opsporing en berechting van handelaren en producenten het drugsvraagstuk niet kleiner maken maar slechts een norm kunnen bevestigen en dan nog alleen als die maatschappelijk al voorhanden is. Geen reden om dat na te laten; wel een aansporing om naar andere wegen te zoeken.

Het beste zou zijn de vraag naar drugs terug te dringen maar het is twijfelachtig of de overheid daartoe voldoende bestuurskracht heeft. Laten we ondertussen door het gebruik van grote woorden niet de aandacht en zorg verliezen voor de zwakke banden tussen ondernemers, bewoners en handhavers waarop de leefbaarheid van de binnensteden rust. Zij kunnen wat meer veerkracht gebruiken.

Blogger

Guus Meershoek

Guus Meershoek studeerde politicologie aan de Universiteit van Amsterdam, is lector Politiegeschiedenis aan de Politieacademie en universitair docent Bestuurskunde aan de Universiteit Twente. Hij publiceerde over verleden en heden van de Nederlandse politie.