Brand Londen smeult na (2)

Door de Londense flatbrand leek het even alsof zulke rampen zich vooral in hoge gebouwen voltrekken. Dat hoeft natuurlijk niet, zoals bleek bij de dodelijkste brand in Nederland sinds de Tweede Wereldoorlog. Op maandag 9 mei 1977 werd het Amsterdamse hotel Polen door brand verwoest. Er waren 33 doden (32, vooral Zweedse, toeristen en een omwonende) en 21 zwaargewonden.

Hotel Polen lag aan het Rokin, op de plek waar nu de winkelpanden van het kledingbedrijf Forever 21 staan, dicht bij Madame Tussauds. Het was een van de bekendste Amsterdamse hotels, al was het in verval, zoals bleek uit de verhuur van het restaurantgedeelte op de begane grond aan meubelbedrijf Van Inden. Daar kwam een meubeltoonzaal die een fatale rol zou spelen bij de brand.

Het staat vast dat de brand in de vroege morgen daar begonnen is. De oorzaak is nooit gevonden. Deskundigen denken dat de brand was aangestoken, maar er is geen bewijs.

Er bestaat veel documentatie over deze brand. Een reconstructiefilm van de Inspectie voor het Brandwezen, een uitgebreid rapport door prominente brandweermensen en een boeiende aflevering van het tv-programma Andere Tijden. Daaruit heb ik geleerd dat deze ramp, als zoveel rampen, in de eerste plaats een gevolg was van menselijk falen, zowel vóór als tijdens de brand.

„De eerste zes minuten van een brand zijn de belangrijkste”, wordt in die reconstructiefilm gezegd. Als dan de goede maatregelen worden genomen, kan de schade, ook in mensenlevens, beperkt blijven. Bij hotel Polen ging alles fout wat er fout kon gaan.

De ontbijtkok die ’s morgens om 06.20 uur de brand ontdekte – er kwam rook uit de goederenlift in de keuken – en de hotelportier verzuimden meteen de brandweer te alarmeren. De portier gooide eerst nog wat emmertjes water in de lift. Zodoende kwam pas minstens tien minuten na de ontdekking de eerste melding bij de brandweer binnen. De begane grond stond toen al in lichterlaaie.

Een nachtwaker had de brand eerder kunnen ontdekken, maar het hotel had zo’n personeelslid al een poosje wegbezuinigd. Toen de brand uitbrak, waren er 109 gasten in het gebouw, verdeeld over vier verdiepingen. Zij konden niet gewaarschuwd worden, want er was geen alarmeringssysteem; sommigen moeten in hun slaap verrast zijn, anderen sprongen uit de ramen, vaak de dood tegemoet. In het gebouw waren de vluchtwegen voor de gasten slecht aangegeven.

De brand kon zich razendsnel door het pand verspreiden doordat er onvoldoende brandwerende scheidingswanden waren, om te beginnen tussen de toonzaal en het hotel. Evenmin was er een automatische branddetectie- of blusinstallatie. Er was ook geen directe brandmeldverbinding met de brandweer.

Het hotel stortte na enkele uren volledig in, nadat de brand ook nog was overgeslagen naar boekhandel De Slegte. Uit de rapportage bleek later dat de ramp voorkomen had kunnen worden. Het hotel had al sinds 1973 een vergunningsverzoek lopen, maar de brandweer was door grote werkdruk niet aan uitgebreide inspectie toegekomen. Dat gebeurde pas begin 1977, waarna de brandweer een maand vóór de brand een scherpe waarschuwing gaf aan het hotel „wegens ernstige gebreken”. De hoteldirectie werd uitgenodigd voor een gesprek.

Dat hoefde na 9 mei 1977 niet meer.