Opinie

Bederf het geheim van Terschelling niet verder

Sommige plekken hebben een ziel. Nauwelijks te benoemen, maar onmiskenbaar, schrijft Hein Doeksen. En heel kwetsbaar.

iStock

Nergens voelt het einde van een verblijf aan onze kust zo akelig als bij het uitvaren van de haven van West-Terschelling. Eén lange stoot van de hoorn – de scheepsdiesel dreunt, de boot trilt, ergens begint een vergeten koffiekopje te rinkelen – en langzaam draait de boot weg van de wal. De achtergebleven badgasten zwaaien. Zij blijven, ik moet terug. Ik krijg bijna een hekel aan die kleurige windjacks en legergroene vogelspotters die zwaaiend, roepend en zingend mijn vertrek lijken toe te juichen. Kijk, wanneer je tijdens je verblijf aan dit stukje kust tot over je oren verliefd bent geworden op dat meisje, daar beneden op de kade, die met die sjaal voor haar mond. Of op die jongen die nu verderop voor jou het havenlicht in klimt. Ja, dan is dit vanbinnen zachtjes huilen volkomen gerechtvaardigd. Maar ik kom en ga hier verdorie al jaren. Waarom dan toch dit knagend gevoel?

Laten we alsjeblieft van Terschelling leren en stoppen met verdere kustbebouwing

Terschelling is een van die kustlocaties waar je een sterke band mee opbouwt, een plek waarmee je jezelf wilt identificeren – al na één bezoek. Het laat zich maar lastig benoemen. In de landschapsarchitectuur spreken we van een ‘sense of place’, of van een ‘genius loci’. Een plek waar bepaalde indrukken bij elkaar komen die je een geluksgevoel geven, zoals dat bij voorbeeld bij anderen gebeurt op een heilige plaats.

Omgevingsanalisten spreken graag van een ‘narrative place’, een verhalende plek. Een locatie waar de omgeving het vertellen van je overneemt. Een omgeving die zich moeiteloos laat lezen zonder de vrije interpretatie van de waarnemer – de fantasie – te beknotten. Natuurlijk is voor dit geluksgevoel meer nodig dan strand, zee, duinen, bos, wad, polder, haven, dorp, fiets, bolderkar en, niet te vergeten, de wind!

Lees ook onze artikelen in de serie de strijd om het strand waarin we de verwarring rond het Kustpact beschrijven: Deel 1: Testcase Brouwerseiland.

Want er zijn veel meer kustlocaties die hieraan voldoen. Wat maakt Terschelling nu zo speciaal? Hoeveel auto’s zie je niet door Nederland rijden met achterop een sticker van de Terschellinger vlag: vijf horizontale streepjes rood-blauw-geel-groen-wit. Geen tekst, geen uitleg, dit is alleen voor intimi. Bezoekers van geen enkel andere kustlocatie doen dit. En op Terschelling zelf fietsen de badgasten en vogelaars al na enkele dagen over hún eiland en foeteren, als waren zij autochtonen, op de nieuwkomers die nog niet weten welke fietscodes hier gelden. Het lijkt Amsterdam wel!

De vergelijking met de hoofdstad gaat overigens nog verder op. De populariteit van deze twee toeristenlocaties dreigt zichzelf te verstikken. De ‘sense of place’ erodeert. Hoelang kan Terschelling dit nog aan, deze almaar groeiende vraag naar gastvrijheid? Wat Airbnb in Amsterdam lijkt te veroorzaken, doet de niet te stoppen beleggingsdrift in toeristenaccommodaties op Terschelling.

De authenticiteit van dit eiland slijt. Eerst zichtbaar, maar nu ook voelbaar en naar het lijkt slecht herstelbaar. Het specifieke dat maakt dat je verbonden wilt zijn met een omgeving die niet van jou is, wordt minder.

Hoelang krijgen we nog dat weeë gevoel bij de afvaart? Wanneer is het weg en komt het niet meer terug? Pas als de Brandaris er niet meer staat? Niemand weet het. Dus laten we alsjeblieft van Terschelling leren en stoppen met verdere kustbebouwing! We zijn iets kapot aan het maken dat we pas merken als het er niet meer is, de sense of place.