Column

Applausmachine

Afgelopen week heb ik mijn fietsbanden maar eens opgepompt om alvast de fietsroute naar Zuid te gaan verkennen. Vanaf 3 juli gaat de Maastunnel richting Zuid twee jaar (!) dicht en ook zonder glazen bol is te voorspellen dat dit natuurlijk een drama wordt.

Ik schaam me er een beetje voor, maar ik ben zo’n type dat zelfs voor een boodschapje bij de plaatselijke supermarkt de auto pakt. Het is ook allemaal zo gemakkelijk in Rotterdam. Parkeren is bijna nooit een probleem, het centrum is goed bereikbaar en ook in de rest van de stad sta je maar zelden in de file. Maar dat wordt straks dus allemaal anders en dus kun je maar beter goed voorbereid zijn.

Tijdens mijn eerste verkenningstocht fietste ik per ongeluk anderhalve kilometer om naar de Witte de Withstraat, omdat ik me even niet gerealiseerd had dat het eenrichtingsverkeer in die straat natuurlijk niet voor fietsers geldt. De shortcuts en doorsteekroutes moet ik met de fiets nog zien te ontdekken dus.

Wennen zijn ook die nieuwe FLIP’s (Fiets Licht Informatie Panelen) die aangeven aan welke kant van een kruising je op dat moment het beste over kunt steken. Het zal vast geen hogere wiskunde zijn, maar ik heb er de logica nog niet in kunnen ontdekken. Na een bijna-botsing met een scooter, een glibberende achterband in een tramrail en honderdvijftig meter klunen bij een wegafzetting, kwam ik bij de houten roltrappen van de fietstunnel richting Zuid (die wel open blijft).

Voor de gein was ik zonder fiets al eens naar beneden gegaan, maar mét fiets voelt dat voor beginners toch een beetje als koorddansen tussen twee flats. Met een aantal praktische tips van een aardige tunnelwachter (voorwiel schuin houden en zelf goed achterover leunen) lukte het ook mij en kwam ik, weliswaar met zweethandjes, veilig beneden. Aan de overkant wachtte een zelfde beproeving (vooral niet achterom kijken!), maar toen was ik dan eindelijk op Zuid.

Omdat ik daar verder niks te zoeken had, ben ik in het kader van mijn voorverkenning direct richting die andere oeververbinding gereden, de Erasmusbrug. Met de fiets blijkt die brug steiler dan gedacht en de klim vraagt dan ook om uiterste concentratie.

Ooit had ik ergens gelezen dat langs het fietspad een applausmachine zou staan om zwoegende fietsers aan te moedigen. Maar daar bleek niets van waar. Het was dankzij een lief duwtje in mijn rug (van een anonieme fietser) dat ik de overkant haalde. Eenmaal thuis heb ik opgezocht hoe dat zat met die applausmachine. Het plan is vorig jaar getorpedeerd door de plaatselijke VVD en dat verbaasde me niks. „De Erasmusbrug is geen Mont Ventoux”, had de fractievoorzitter smalend gezegd, terwijl het toch zo’n onschuldig en sympathiek idee was. Die fractieleden van de VVD hoeven de komende twee jaar van mij dus geen applausje of duwtje in de rug meer te verwachten, en al zeker niet op de Erasmusbrug.

(@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.