Al zou België willen, het land kan niet zonder kernenergie

Kerncentrales

Dit weekend wordt er weer geprotesteerd tegen kerncentrales in België. Maar sluiting is niet in zicht. „Ze duwen de datum liever nog even voor zich uit.”

Over de veiligheid van de Belgische kerncentrales in Doel (foto) en Tihange bestaan al langer zorgen. In buurlanden zorgt dat voor onrust. Foto Bram van de Biezen

Zondag trekt een menselijke ketting van 90 kilometer door Duitsland, Nederland en België. Althans, dat is het idee: de organisatie van de manifestatie wil daarmee protesteren tegen de Belgische kerncentrale in Tihange en hoopt op tienduizenden deelnemers van Aken via Maastricht en Luik naar Tihange.

Over de veiligheid van de Belgische centrales in Doel en Tihange, in totaal zeven reactoren waarvan sommige nog uit de jaren 70 zijn, bestaan al langer zorgen. Een van de reactoren in Tihange werd begin september stilgelegd toen een gebouw in het niet-nucleaire deel beschadigd raakte. De herstart werd sindsdien verscheidene malen aangekondigd en weer uitgesteld. In zowel Doel als Tihange zijn in reactoren scheurtjes gevonden en ook op de veiligheidscultuur in de centrales zouden zaken aan te merken zijn.

In buurlanden zorgt dat al enige tijd voor onrust, aangezien de reactoren niet ver van de grens liggen. Doel ligt op 2 kilometer van de grens met Nederland. De Nederlandse minister Melanie Schultz (Infrastructuur en Milieu, VVD) riep in december nog op tot een tijdelijke sluiting in afwachting van een veiligheidsonderzoek.

De Belgen wezen het verzoek van de minister af. Het is dan ook niet makkelijk om zomaar een kerncentrale in België te laten sluiten: België is een van de meest ‘nucleaire’ landen ter wereld. In 2016 maakte kernenergie meer dan de helft uit van de totale elektriciteitsproductie in het land. Biomassa en wind- en zonne-energie waren goed voor 17,5 procent. Ter vergelijking: in Nederland maakte kernenergie ruim 3 procent van de totale productie uit. Duurzame energie liep juist weer achter op België met een aandeel van 5,9 procent.

België en zeker de Belgische energiesector hebben „veel te laat het probleem gezien”, legt Aviel Verbruggen, hoogleraar energie en milieu-economie aan de Universiteit Antwerpen, uit. Na de Tweede Wereldoorlog koos België resoluut voor kernenergie. Voor die tijd werd alle energie er nog geproduceerd vanuit steenkool, maar dat werd steeds minder rendabel.

Fossiele brandstoffen als olie en gas had België in tegenstelling tot Nederland niet, de mogelijkheden om over te stappen op kernenergie wel: vanuit de Belgische kolonie Congo was al eerder uranium voor atoombommen aan het Amerikaanse Manhattan Project geleverd. In de jaren 50 werd België bondgenoot van de VS in het atoomenergieagentschap, waardoor het land toegang kreeg tot de technologie. België opende uiteindelijk de eerste centrale in 1974. Het doel was driekwart van de Belgische elektriciteit uit kernenergie te winnen.

Pas in 2003 werd besloten om kernenergie in België af te bouwen om veiligheids- en milieuredenen. Twee van de reactoren in Doel, dan veertig jaar oud, zouden in 2015 al sluiten, de laatste in 2025. Nadat de twee in Doel tijdelijk gesloten waren geweest, kwam de Belgische regering echter tot een akkoord om ze toch open te houden tot 2025 omdat er anders elektriciteitstekorten zouden kunnen ontstaan. Het aandeel kernenergie in de totale energieproductie is sinds 1997 daardoor niet significant gedaald, op 2015 na.

„Deels komt het gebrek aan daling doordat we in totaal minder energie zijn gaan verbruiken”, zegt Verbruggen. Maar een deel ligt ook bij de energiesector zelf. Dat de centrales nu nog niet worden gesloten, heeft volgens hem te maken met de competitieve prijzen waartegen kernenergie in afgeschreven centrales kan worden geproduceerd en met de kosten die sluiting ervan en het opstarten van nieuwe energievormen met zich meebrengen. En dan stemt het toekomstbeeld van Belgische daken vol zonnepanelen de sector ook nog eens niet vrolijk: liever bouwen ze grote wind- en zonneparken waar ze alles zelf in de hand kunnen houden.

In de tussentijd komt het goed uit om de basislast te blijven dragen met kerncentrales. „Ze duwen de datum van sluiting liever nog even voor zich uit.” De directeur van Tihange zei woensdag in een interview dat zijn centrale nog wel twintig jaar mee kan.