Waarom worden er baby’s vermoord in Congo?

Moorddadige milities Overal in Congo laait het geweld op. President Kabila offert zijn land op om aan de macht te blijven. Deze week bleek dat duizenden mensen op gruwelijke wijze zijn gedood.

Een jongen met zijn teddybeer in een kamp waar mensen zitten die gevlucht zijn voor het conflict in Congo. Foto John Wessels/AFP

Peuters met afgehakte lichaamsdelen, baby’s doorzeefd met kogels. Congo implodeert, en dat gaat met gruwelijk geweld gepaard.

President Joseph Kabila had eind vorig jaar moeten aftreden, maar weigert te vertrekken. In verschillende delen van het op één na grootste land in Afrika komen nu gewelddadige milities op die hun eigen belangen en die van politici veilig willen stellen. Regering en leger slaan terug met hun eigen milities. Het resultaat: gevechten waarbij zeker 3.300 mensen zijn omgekomen, volgens rapporten van de VN en de Katholieke Kerk, die deze week zijn uitgekomen.

Congo kent een kwalijke geschiedenis van corrupte leiders en macabere opstanden door mystieke strijdgroepen. Chaos en een politiek van verdeel-en-heers zijn instrumenten van de politieke klasse. De op 29-jarige leeftijd in 2001 na de moord op zijn vader aan de macht gekomen Joseph Kabila heeft deze regeermethode inmiddels in de vingers, waardoor van effectief landsbestuur nauwelijks meer sprake is.

Overal in het land, met ruim 81 miljoen inwoners, laaien conflicten op. Zeid Ra’ad al-Hussein, Hoge Commissaris voor de Mensenrechten, wees dinsdagmiddag in Genève op één van de ernstigste rebellieën, die in de regio Kasai. In de strijd tegen een moorddadige militie hebben Congolese autoriteiten zelf een al even misdadige militie opgezet. Ooggetuigen vertellen over het in stukken hakken van burgers en verbranding van dorpen door deze nieuwe militie. „Mijn team zag kinderen van twee jaar oud met afgehakte lichaamsdelen en baby’s met wonden door kapmessen”, zei Zeid Ra’ad al-Hussein. Een baby werd vier uur na geboorte geraakt door kogels, bij zwangere vrouwen werden foetussen met messen verwijderd, andere slachtoffers werden met machetes aan stukjes gesneden, leraren en medisch personeel werden onthoofd.

NRC studio

Het VN-rapport over Kasai verscheen tegelijkertijd met een verslag van de katholieke kerk in Congo. Volgens de katholieken zijn sinds het geweld in augustus uitbrak 3.300 mensen gedood. Door het geweld in de verafgelegen regio in het midden van het land zijn zo’n 1,3 miljoen mensen op de vlucht geslagen. Onbereikbaar voor hulporganisaties moesten zij hun woonplaatsen verlaten, slechts 30 000 van hen slaagden er in buurland Angola te bereiken.

Marginalisering

Het conflict in Kasai komt voort uit lokale spanningen, maar leidde tot een explosie van woede over de marginalisering van Kasai onder de regering van Kabila in de hoofdstad Kinshasa. Het begon met een ruzie over de aanstelling door stamoudsten van Jean Pierre Mpandi als nieuw stamhoofd van de Bajila Kasanga. De regering weigerde Mpandi’s benoeming te aanvaarden wegens diens openlijke oppositie tegen president Kabila.

Macht en invloed in rurale gebieden concentreren zich rond stamhoofden, de katholieke kerk en in mindere mate de overheid. De stamhoofden zijn vaak goed opgeleid en hun aanhangers zijn hip geklede jongeren met mobieltjes. Bij het uitbreken van tribale conflicten vallen ze terug op orakels en smeren zich in met olie om onzichtbaar te worden.

Zo begonnen honderden aanhangers van Mpandi, verenigd in de militie Kamwina Nsapu, met occulte strijdmethodes overheidsinstellingen aan te vallen. Het notoir ongedisciplineerde regeringsleger nam wraak en doodde Mpandi. Twee onderzoekers van de VN, de Amerikaan Michael Sharp en de Zweeds-Chileense Zaida Catalan, werden eerder dit jaar gevangen genomen en volgens de overheid door strijders van Kamwina Nsapu onthoofd. De strijders legden de executie vast op hun mobieltjes.

Naarmate de gevechten toenamen, ging Kamwina Nsapu steeds directer tegen Kabila ageren. Zo werd de opstand populair onder de bevolking en sloot de militie zich aan bij de golf van politieke protestbewegingen in het gehele land tegen de president.

Vrijwilligers brengen dagelijks voedsel naar mensen die gevlucht zijn voor het conflict in Congo. Foto John Wessels/AFP

Regeringsgezinde militie

De overheid draagt in belangrijke mate bij aan de chaos in Kasai. Als tegenzet hebben de autoriteiten een eigen militie ingezet, met de naam Bana Mura. In het VN-rapport vertellen slachtoffers van Bana Mura hoe leden van een plaatselijke legereenheid evenals politie aanwezig waren bij de aanvallen van deze regeringsgezinde militie. „Vertegenwoordigers van de staat zijn betrokken door de bewapening en het leidinggeven van de militie”, zei Zeid Ra’ad al-Hussein.

De ontrafeling van Congo gaat steeds sneller. In het oosten zijn al jaren verscheidene rebellengroepen actief, veelal aangedreven door leden van de politieke klasse. Rond het stadje Beni presenteerde zich vorige week een nieuw gewapende groep die zegt Congo van Kabila te willen bevrijden. En in de grote steden groeit het verzet tegen Kabila, met burgergroepen als Lucha en Filimbi in de voorste gelederen. Twee keer in de afgelopen weken werden gevangenissen aangevallen om politieke gevangen vrij te krijgen, evenals aanhangers van religieuze sectes.

Mobutu

De situatie doet sterk denken aan de laatste maanden van dictator Mobutu Sese Seko, die in 1997 na 32 jaar werd verdreven. Door het creëren van chaos probeerde Mobutu zijn bestuur te verlengen.

Door de centrale positie van Congo op het Afrikaanse continent dreigen conflicten in het land altijd naar buurlanden over te slaan en daarom grepen de buurstaten destijds in. Daar waar in 1997 Rwanda en Oeganda een belangrijke militaire rol speelden, zou dit keer de invloed van de sterke regionale macht Angola wel eens de doorslag kunnen geven. Binnen de kliek van Angola’s president Dos Santos groeit de onvrede over Kabila. Reuters citeert een diplomaat met contacten met hoge Angolese politici:

„De Angolezen wijzen de manier af waarop de Congolese regering met de crisis omgaat. Zij geloven dat Kabila de crisis groter maakt. Het is de Angolezen duidelijk dat Kabila geen controle heeft over zijn land.”