Nieuws delen we liever in besloten chat-app

Digital News Report 2017

In sommige landen delen lezers al vaker nieuws in gesloten groepen op Whatsapp dan via het open Facebook. Dat stelt het persinstituut van Reuters. Ook is sprake van een „Trump Bump” voor betaald nieuws.

Foto iStock

Iets meer dan de helft van de mensen blijft via sociale media op de hoogte van het nieuws – maar er is sprake van een „significante verschuiving” van Facebook en Twitter naar gesloten vormen als WhatsApp. Dat is een van de conclusies van de zesde editie van het Digital News Report, een jaarlijks onderzoek van het Reuters Institute for the Study of Journalism. Voor het onderzoek vulden begin dit jaar ruim 70.000 mensen uit 36 landen een online vragenlijst in, waarna met focusgroepen in de VS, Groot-Brittannië, Finland en Spanje dieper werd ingegaan op online nieuwsgebruik.

„Gebruikers raken meer en meer gefrustreerd door de vele discussies op Facebook en Twitter”, stelt auteur Nic Newman in het rapport. „Berichten-apps bieden meer controle over wat ze delen en met wie.” Het gebruik van WhatsApp om nieuws te delen, is gestegen tot 15 procent. In Maleisië en Brazilië gebruiken meer lezers al Whatsapp dan Facebook om nieuwsberichten uit te wisselen.

Vertrouwen in de media

Er is een duidelijk verschil tussen vertrouwen in sociale media en (traditionele) nieuwsmedia. Slechts een kwart (24 procent) vindt dat sociale media er goed in slagen feit en fictie te scheiden. Voor nieuwsmedia is dat ook niet hoog (gemiddeld 40 procent), maar wel hoger. In Finland is het percentage mensen dat zegt vertrouwen te hebben in de nieuwsmedia het hoogst: 61 procent. In Griekenland (waar het vertrouwen in media, net als in banken en de politiek, drastisch gedaald is sinds het begin van de staatsschuldencrisis) en Zuid-Korea is het het laagst: 23 procent. Van de Nederlandse ondervraagden zegt 51 procent nieuwsmedia te vertrouwen.

Vorig jaar deed het Digital News Report voor het eerst met een kleine groep (475 ondervraagden uit vier landen) onderzoek naar nieuwsmijders: mensen die zich bewust afkeren van het nieuws. Toen gaf 23 procent als reden dat nieuws ze verontrust of deprimeert, en 14 procent dat het irriteert of boos maakt. Dit jaar werden alle respondenten ernaar gevraagd, met min of meer hetzelfde resultaat: 44 procent zei nieuws te vermijden omdat het een negatief effect heeft op hun gemoed. Eenderde gaf als reden dat ze er niet op kunnen vertrouwen dat het waar is.

De ‘Trump Bump’

Interessant zijn ook de verschuivingen in Groot-Brittannië en de VS na de grote politieke ontwikkelingen van 2016. In vergelijking met vóór het Brexit-referendum van 23 juni 2016, waarbij de Britten met een kleine meerderheid kozen voor een scheiding van de Europese Unie, daalde het Britse vertrouwen in de media met maar liefst 7 procent, naar 43 procent. Van de respondenten in de VS zegt slechts 38 procent de media te vertrouwen, maar er is een duidelijk verschil tussen links en rechts. Het wantrouwen van de media is drie keer zo groot aan de rechterkant van het politieke spectrum als aan de linkerkant. Bovendien tekent zich ook hier een polarisatie af: het vertrouwen stijgt naar 53 procent als gevraagd wordt alleen de nieuwsbronnen te beoordelen die gebruikers zelf raadplegen.

Het rapport ziet vooral op links juist iets wat ze de „Trump Bump” noemen: vergeleken met een jaar geleden is er een „opmerkelijke toename” (van 9 naar 16 procent) van het aantal Amerikanen dat bereid is te betalen voor online nieuws, terwijl donaties aan journalistieke organisaties verdrievoudigden. De groei is vooral te zien onder de groep tot 35 jaar, wat volgens het rapport het idee logenstraft dat jongeren niet bereid zijn voor online diensten, laat staan online nieuws, te betalen.

Ook blijkt er een sterke correlatie te zijn met andere digitale abonnementen: wie al betaalt voor muziek via Spotify of voor films en tv-series via Netflix, is veel eerder geneigd ook geld over te hebben voor online nieuws.

Correctie: eerder stond in dit artikel dat het aantal lezers dat nieuws deelt via Whatsapp is gestegen met 15 procent. Dat moet zijn: tot 15 procent (van de ondervraagden).