De tijd van vulgaire grappen is voorbij voor Uber

Taxibedrijf

Juist de brallerige werksfeer hielp Uber in de opstartfase aan succes. Nu topman Kalanick vertrekt, moet het bedrijf volwassen worden.

Uber-bestuurslid Arianna Huffington is met oprichter Travis Kalanick te gast op een feestje van de White House Correspondents' Association, in 2016. Foto Bloomberg

Of medewerkers die aan elkaar rapporteren alsjeblieft geen seks met elkaar willen hebben op het bedrijfsuitje in Miami, mailt Uber-oprichter Travis Kalanick in 2013 naar zijn personeel. Om er vervolgens grappend aan toe te voegen dat er voor iedereen een ‘kots-heffing’ van 200 dollar geldt. In een interview een jaar later in het magazine GQ maakt Kalanick een grap over een nieuwe dienst van Uber die ‘vrouwen on demand’ gaat leveren: die dienst noemt hij „Boob-er”. En dan komt er recent ook nog een beschuldiging van een ex-vriendin van Kalanick bij, dat hij eens een bedrijfuitje voor Uber-collega’s organiseerde naar een escort-karaoke-bar in Zuid-Korea, waar vrouwen op basis van nummerbordjes konden worden opgeroepen.

Het gedrag waarmee Kalanick (40) de laatste tijd het nieuws haalde lijkt meer op dat van een foute corpsbal dan van de topman van één van de meest veelbelovende en duurste techbedrijven ter wereld. En nu heeft dat zijn kop gekost. Kalanick kondigde woensdag aan dat hij definitief terugtreedt als bestuursvoorzitter van Uber, nadat hij vorige week al aankondigde om met tijdelijk verlof te gaan.

De druppel was een brief van enkele grote investeerders in Uber die Kalanick na een vernietigend rapport over misdragingen opriepen om te vertrekken. Kalanicks vertrek het is het gevolg van maandenlange onthullingen over seksisme, racisme en ander problematisch gedrag in Ubers werkcultuur. Diverse oud-medewerkers klaagden over seksuele intimidatie, ongelijke behandeling en een puberale bedrijfsvoering. Nadat in maart ook nog een filmpje uitlekte van Kalanick die een Uber-chauffeur uitschold en de les las over kansen grijpen in het leven, kwam de positie van de oprichter snel op losse schroeven te staan.

2017 is een roerig jaar voor Uber. Een korte tijdlijn:

Na het uitkomen van dat filmpje erkende Kalanick ook zelf: „Het is tijd om fundamenteel te veranderen en volwassen te worden.” Arianna Huffington, bekend internetondernemer en sinds vorig jaar bestuurslid van Uber, trad sinds die tijd geregeld naar buiten als een soort moederfiguur. Zij moest Kalanick op het juiste pad brengen. Huffington gaf publiekelijk interviews waarin ze hem opriep om verantwoordelijker te worden, en kreeg hem zelfs aan het mediteren. Huffington hamert in haar eigen boeken en sites bovendien al langer op het belang van meer slapen en minder werken.

Daarvoor heeft Kalanick nu in elk geval meer tijd gekregen. Wat Kalanick nu precies gaat doen en wie hem gaat opvolgen is nog onbekend, al zoemt de naam van Huffington na haar daadkrachtige en verstandige optreden de laatste weken wel rond in de Amerikaanse tech-pers.

Het paradoxale is dat de snoeiharde sfeer bij Uber tot nu toe zeer productief is gebleken voor het bedrijf. Juist het brallerige heeft goed gewerkt in de opstartfase: niet voor niets groeide Uber in enkele jaren uit tot een bedrijf dat inmiddels op dik 60 miljard euro wordt gewaardeerd en ruim 12.000 medewerkers heeft (exclusief alle chauffeurs die het bedrijf ook nog eens werk biedt). De strategie was er nadrukkelijk één van de grenzen opzoeken, overschrijden en oprekken. In vrijwel alle landen kwam het bedrijf de laatste jaren hard in aanvaring met de gevestigde taxibranche en met wetgevers, die steeds geërgerder raakten over het brutale, onverantwoorde en soms regelrecht illegale gedrag van Uber. Inderdaad, gedrag dat prima lijkt te passen bij de persoonlijkheid van Kalanick.

Maar de puberteit van het bedrijf – hoe productief ook – is voorbij, en nu is er een andere bestuursvoorzitter nodig, vinden de investeerders achter de brief. Maar dat de cultuur bij Uber verder reikt dan alleen de hoogste baas, moge duidelijk zijn. Vorige week nog stapte een andere Uber-bestuurder op nadat hij grappend opmerkte dat meer vrouwen in het bestuur vooral zou betekenen dat er meer gekletst zou worden – tijdens een crisisberaad over seksisme.