Commentaar

En weer staan regels die bijstand moeten bieden, hulp in de weg

Het was een aangrijpende reportage annex fotoserie in NRC over drie mannen zonder vaste woon- en verblijfplaats. ‘Pechmannen’. Buiten hun schuld dakloos, als er bij dakloosheid ooit sprake kan zijn van schuld. Want alleen bij hoge uitzondering kiest een mens voor het zwerversleven. De rest moet er niet aan denken.

Deze drie horen tot de ongeveer 12.000 man (meestal zijn het mannen) tellende groep ‘nieuwe daklozen’ – niet op straat beland door psychische problemen, drugsverslaving of chronisch asociaal gedrag, maar door pech en economische crisis. Het begint met een ontspoorde echtscheiding, ontslag, schulden, of vergelijkbare, herkenbare, tegenslag. Het mondt uit in verlies van huis en haard. Aanvankelijk kan er een beroep gedaan worden op een slaapplaats bij familie of vrienden. Maar gastvrijheid heeft zijn grenzen en na enige tijd moet men zich op straat zien te redden.

Op het eerste gezicht hebben ze niks van een dakloze. Ze zijn geen alcoholist, gaan niet in rafels gekleed, stinken niet, zijn niet onsamenhangend in woord en gebaar. Alleen, het noodlot wurmde zich tussen hen en hun welbevinden en nu redden ze het niet.

Deze ‘nieuwe daklozen’ vallen tussen wal en schip. Niet omdat ze hun best niet doen. Maar omdat er op het niveau van regelgeving en controle alles aan gedaan lijkt te worden om hun het overleven zo moeilijk mogelijk te maken. Dingen als werk, bijstand, een woning worden onbereikbaar door een conglomeraat aan voorschriften. Nu zijn er voor al die regels argumenten en redenen. Ze waarborgen besparing, filteren uit wie niet werkelijk hulp nodig heeft. En ze voorkomen dat een ambtenaar een verkeerde beslissing kan nemen. Maar die regels zijn niet te verdedigen, als ze ertoe leiden dat een thuisloze – geen overlastgevend probleemgeval, wel tijdelijk van hulp afhankelijk – beroofd wordt van zijn toekomst.

Het zal toeval zijn, dat in dezelfde krant een artikel stond met een vergelijkbare vorm van doorgeschoten regelgeving als onderwerp. Een adviesrapport van de Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving (RVS), getiteld Zonder context geen bewijs, suggereert artsen de ruimte te geven minder strikt volgens de richtlijnen te werken. Dit in weerwil van de huidige voorschriften die gehoorzaamheid gebieden aan zogeheten ‘evidence based practice’, aangezien die de beste zorg op zou leveren. De RVS heeft reden om aan de effectiviteit te twijfelen, schrijft het rapport, noemt het zelfs „een illusie” .

„Goede zorg is vooral een kwestie van hart en ziel, en niet alleen van verstand”, zegt een hoogleraar patiëntgerichte innovatie.

Dat is een memorabele uitspraak over de gezondheidszorg, en ook toe te passen op de ‘genezing’ van de nieuwe daklozen – doorsnee mensen die zichzelf tot hun ontzetting terugvonden zonder dak boven hun hoofd, en die dankzij ambtenaren met de regels in de hand helaas van hulp verstoken blijven en daarmee van uitzicht op een oplossing.

Een arts moet kunnen overwegen om, gezien de specifieke situatie van een patiënt, te variëren op de standaardbehandeling. Net zo zou een ambtenaar de mogelijkheid moeten hebben de regels creatief toe te passen opdat welwillende mensen op kunnen krabbelen uit een onverhoeds onzekere levensstijl.

Dat brengt voor arts en ambtenaar gebrek aan controle en onzekerheid met zich mee. Daar moeten ze mee om kunnen gaan. Dit gaat niet om de arts maar om de patiënten. Dit gaat niet om de ambtenaar maar om die hulpeloze mannen.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.