Nieuwe tramlijnen halen de stad in je hoofd overhoop

1 jaar geen montag

Een jaar geleden overleed H.J.A. Hofland. Waarover zou zijn alter ego dit jaar hebben geschreven?

Lijn 3 op de keerlus aan de eindhalte Zoutkeetsgracht. Foto Ed Webster/Flick by CC

Samuel Montag doet sinds een jaar geen verslag meer van zijn wandelingen door Amsterdam. Sinds 1975 schreef hij in deze krant in totaal 1.845 ‘Overpeinzingen’. Montag, een oudere heer met een scherp oog en een goed geheugen, was het alter ego van de journalist H.J.A. Hofland, die vandaag een jaar geleden op 88-jarige leeftijd overleed. Waarover zou Montag dit jaar hebben geschreven? Kijk maar uit het raam van de redactie.

Het Rokin kwam al vaker in Montags mijmeringen voor; een voormalig stukje Amsterdams water dat sinds het dempen in de jaren 30 van de vorige eeuw „vaak tot grootse plannen heeft geïnspireerd”. Het Rokin ging dit jaar open en dicht, en wéér open en wéér dicht. Onder de grond groeide de Noord/Zuidlijn, die volgend jaar eindelijk moet gaan rijden. Aan de oppervlakte werd de rijbaan een paar keer verlegd en verscheen nieuw plaveisel en neoklassiek straatmeubilair.

Montag zou er vermoedelijk een nieuw bewijs in hebben gezien voor wat hij „de wanverhouding tussen bedoelingen en resultaten” noemde, die toont hoe bestuurders zich laten verleiden tot grote projecten, maar tegelijkertijd lijden aan „een verborgen gebrek aan voorstellingsvermogen”, zodat de beloofde „omtovering” ten slotte toch iets treurigs krijgt.

Op de nieuwe stoepen aan het Rokin werden de terrassen intussen groter en gaat het „genietuh!” – typisch Montag-woord – verder. Je hoort er niet langer „mooi” of „leuk” zeggen, het is nu standaard „superleuk!”. Het past in de trend die hij al langer zag: alles wordt harder en scheller.

Hij zou het ook hebben kunnen zien aan de felle kleuren in het straatbeeld. In het tenue van de toeristen met hun rolkoffertjes, natuurlijk. Maar ook aan de fluorescerende vestjes die iedereen met een hele of halve officiële functie draagt, van agenten en verkeersregelaars tot telefoonmonteurs. Met een Montagiaanse paradox tot gevolg: hoe meer van die opvallende vestjes, hoe minder ze je opvallen. ‘Fluorgeel’ als camouflage, het nieuwe onzichtbaar.

Allemaal giswerk. Maar zijn onderwerp van deze week zou wel vaststaan: de nieuwe tramroutes. De Noord/Zuidlijn wordt de hoofdverbinding van en naar het Centraal Station. De meeste tramlijnen die daar nu ontspringen kunnen een nieuwe route krijgen die ergens anders aansluit op de Noord/Zuidlijn, ‘als ribben aan een ruggengraat’. Of ze kunnen vervallen: de lijnen 9, 16 en 10 zullen niet langer rijden.

Montag zou deze week vermoedelijk zijn hoed afnemen voor dit logistieke huzarenstukje van het GVB. En hij zou gemopperd hebben dat de modernisering wel tot meer overstappen leidt. Maar hij zou eraan hebben toegevoegd dat dat het punt natuurlijk niet is.

Dat is: als je de tramlijnen verandert, verander je iets wezenlijks aan de stad. Dat is niet alleen wennen voor Amsterdammers, ze raken echt iets kwijt. Amsterdam is óók: met lijn 9 naar Artis kunnen rijden. Met lijn 1 via het Leidseplein naar Centraal. En met lijn 16 langs de Albert Cuyp. Na 22 juli 2018 zijn dat voorgoed herinneringen. Nieuwe tramlijnen halen de stad overhoop, de echte én de stad in je hoofd.

Ooit schreef Montag een stukje over lijn 3, van station Muiderpoort naar de Zoutkeetsgracht. ‘Naar de zoutketen’ noemde hij het, alsof het een negentiende-eeuwse expeditie was. Als de tram zich met een schok in beweging zet, merkt hij „hoe het gevoel zich van me meester maakte dat de ware reiziger kenmerkt en dat ik in de nu volgende zin samenvat: Zolang we rijden, kan mij niets gebeuren.”

Het zou Montag waarschijnlijk veel genoegen doen te weten dat de route van lijn 3 intact is.