Kunst komt in een ander licht te staan dankzij nieuwe led-spotjes

Het kunstlicht in musea is te geel, te rood of te grauw, zegt beeldend kunstenaar Peter Struycken. Samen met Philips ontwikkelde hij op verzoek van Museum Boijmans Van Beuningen een nieuwe led-spot.

Kunstenaar Peter Struycken is door Museum Boijmans van Beuningen ingeschakeld om de verlichting samen met Philips voor de museumzalen te ontwikkelen. Foto Walter Herfst

De kwaliteit van de verlichting in Nederlandse musea is matig tot slecht. Het kunstlicht is te geel, te rood of te grauw. Daardoor kunnen bezoekers geen goede indruk krijgen van de kleurkeuzes die Rembrandt, Van Gogh en andere schilders hebben gemaakt. Dat zegt beeldend kunstenaar Peter Struycken vandaag in NRC.

Struycken (1939), die als een van de eerste kunstenaars met computers kunst ging maken, heeft de afgelopen acht jaar samen met de technische dienst van Museum Boijmans Van Beuningen gewerkt aan verbetering van het kunstlicht in het Rotterdamse museum. De nieuwe verlichting wordt zaterdag 24 juni, tegelijk met de nieuwe opstelling van de collectie, in gebruik genomen.

Op verzoek van het museum heeft Philips een nieuwe led-spot ontwikkeld, de StyliD PerfectBeam Variable Spot. In combinatie met twee soorten tl-lampen als omgevingsverlichting zorgt die spot, aldus Struycken, voor een kleurweergave die in de buurt komt van gemiddeld daglicht.

Directeur Sjarel Ex spreekt van een spectaculair resultaat. „Deze nieuwe mix van belichten veroorzaakt een soort van noorderlicht in de zalen, dat veel meer uit de kunstwerken zelf haalt c.q. reflecteert‎ dan bij de gangbare museumverlichting.”

De nieuwe verlichting van Boijmans is volgens Struycken tot op „85 procent” ideaal. Hij hoopt dat in de toekomst een échte daglichtlamp wordt ontwikkeld die geen tl-lampen meer nodig heeft om de tekorten aan rood en blauw aan te vullen.