Londen smeult na (1)

In de hal van het ziekenhuis waar ik zat te wachten, ontstond plotseling consternatie. Er klonk in het gebouw een sirene, de deuren naar de kantine sloegen automatisch met een klap dicht en keukenpersoneel kwam haastig de hal binnen. Er was in de keuken stoom ontsnapt, begreep ik, en de brandmelder had daar meteen op gereageerd. Terwijl we wachtten op de komst van de brandweer, maakten twee personeelsleden ruzie met elkaar. Eén had de sirene willen negeren en daarbij de vlucht van zijn collega’s, al of niet bewust, min of meer geblokkeerd. „Als de sirene gaat, moet je onmiddellijk wegwezen”, werd hem toegebeten.

Binnen vijf minuten reed de brandweer al voor, zes vastberaden vuurvechters liepen naar de kantine om even later vast te stellen dat het loos alarm was geweest.

De Londense brand smeult nog steeds na, dacht ik, terwijl ik de zenuwachtige taferelen gadesloeg. Het bleek niet alleen uit dit voorval. In mijn column (‘Roekeloosheid afgestraft’) van afgelopen vrijdag naar aanleiding van de brand in Londen vatte ik de berichtgeving over de kansen op zo’n brand in Nederland als volgt samen: „Het is niet waarschijnlijk, maar het kan wel.”

Na Nieuwsuur van maandagavond, waarin veiligheidsexpert Pieter van Vollenhoven waarschuwend wees op het tekortschietende bouwtoezicht in Nederland, zou ik mijn formulering willen aanscherpen: „Het kan wel degelijk.”

Een lezer die halverwege een torenflat van twintig verdiepingen woont, schreef me ongerust dat in zijn gebouw geen sprinklerinstallatie is (die bij een beginnende brand automatisch begint te blussen), geen centraal alarmeringssysteem; alleen brandmelders op de publieke gangen en een brandtrappenhuis met brandspuiten waarvan je maar moet afwachten of ze functioneren.

Hij had na de Londense brand contact gezocht met de brandweer en de verhuurder (die hij al eerder benaderd had), maar geen bevredigende reactie gekregen.

Het zou me niet verbazen als veel meer flatbewoners zich na de brand in Londen, al of niet terecht, onveilig voelen. Een heel andere reactie kreeg ik van een lezeres, Renée Citroen, die me schreef dat er al eens eerder – in 1977 – zo’n grote brand in Nederland is geweest: hotel Polen aan het Rokin in Amsterdam waarbij 33 doden vielen.

Ze voegde er foto’s bij en schreef: „Ik woonde er toen vlak naast, in de Krom Elleboogsteeg en werd wakker van geschreeuw. Ik keek uit het raam aan de Kalverstraat-kant en zag brand. Deze foto’s heb ik toen gemaakt, maar snel daarna moesten we ons huis uit. Wat neem je dan mee? Niets, behalve de poes in een mandje. We mochten schuilen in De Groote Club aan de overkant en zagen daar de gevel aan de Rokin-kant instorten.

„Op weg erheen had ik niet gekeken toen er mensen uit de ramen sprongen. Wel zag ik ze even later dood liggen op de stoep. De hele dag bleven we met de poes in de Club. Thuisgekomen was er alleen brandlucht en nog dagen later waaiden er snippers verbrand papier van De Slegte langs de ramen. Sindsdien namen we jarenlang een extra tas mee met een dik touw erin als we naar een hotel gingen.”

Nota bene: deze brand vond niet plaats in een torenflat, maar in een gewoon gebouw met vijf verdiepingen. Ook daarom reden genoeg om er morgen op terug te komen.