Column

Eendjes voeren

Marcel

Ik had de oudste dochter (bijna 2) vaak meegenomen naar Artis, maar ze vond het veel leuker om met mij vanaf het houten bruggetje achter Winkelplein Diemerplein de eenden te voeren. Gisteren schuifelden we daar weer naar toe, zak oud brood in de hand. Haar enthousiasme groeide naarmate we dichter bij de plek kwamen. „Daar!”, riep ze terwijl ze met haar vingertje naar het stinkende watertje wees. En: „Hap-hap.”

We beklommen het bruggetje.

Het barstte er weer van de eenden, ik begon te begrijpen waarom ze dat dier in het gemeentewapen van Diemen hadden opgenomen. Tegen haar zei ik dat de eenden waarschijnlijk aan elkaar verteld hadden dat wij er weer aan kwamen met dat taaie speltbrood van bakkerij De Lekkernij uit de Brinkstraat. Ze scheurde de eerste boterham in kleine stukjes en gooide die met veel enthousiasme in het water. De eenden vochten erom, ik geloof dat ze dat nog het leukste vond.

„Hap”, zei ze telkens.

Die lol werd totaal verpest toen we gezelschap kregen van een oudere man die naast ons kwam staan en heel liefdeloos twee volle Albert Heijn-tassen met oud brood over de reling kieperde, waardoor er geen beest meer reageerde op onze kruimels. We keken eerst in het water waar het nu meer brood dan eend was, en daarna naar hem. Verweerd hoofd, glimmende trainingsbroek, wit hemd.

Terwijl hij de plastic tassen in een broekzak propte zei hij: „Of dachten jullie soms dat die beesten op die kruimels van jullie zaten te wachten?”

Er schoot van alles door mijn hoofd. Nee, natuurlijk zaten de eendjes niet op ons te wachten, waarom dachten we dat eigenlijk? Ze waren daar voor hem. Hij was de koning van het eendjesvoeren, niemand had zoveel oud brood als hij.

Hij liep het houten bruggetje af, stapte op een zwarte damesfiets en reed weg.

„Hij gaat nog meer brood halen”, zei ik tegen mijn dochter, „dat is wat hij doet.”

Even later zagen we hem weer.

Hij stond naast zijn fiets in het park, er was iets met zijn ketting. Het voelde als gerechtigheid. Nu had ik zin om een praatje te maken. Of zijn ketting was vastgelopen, of er helemaal af lag.

We passeerden hem zonder iets te zeggen. Ik keek naar mijn dochter en dacht te zien dat zij dat ook heel leuk vond.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.