‘Digitale spionage steeds lastiger te detecteren’

De dreiging door spionage van buitenlandse geheime diensten groeit en de aanvallers worden steeds beter in weinig sporen achterlaten.

Koen van Weel / ANP

De methodes van de meer professionele en geavanceerde staten die digitale spionage inzetten tegen Nederland zijn steeds moeilijker te detecteren. Dat staat in het Cybersecuritybeeld Nederland 2017 dat demissionair staatssecretaris Dijkhoff woensdagochtend naar de Tweede Kamer stuurt.

Het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) meldt in het rapport dat de digitale weerbaarheid in Nederland achterblijft bij de groei van dreigingen. Overheid, bedrijfsleven en burgers nemen veel stappen om de digitale weerbaarheid te vergroten, maar dit gaat niet snel genoeg. Het NCSC is onderdeel van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

In het rapport staat dat andere staten bij hun aanvallen vaker gericht te werk gaan, bijvoorbeeld tegen specifieke routers. Of ze gebruiken malware-injecties via wifinetwerken. De aanvallers worden steeds beter in zo min mogelijk sporen achterlaten, melden de onderzoekers.

Verschillende technologieën gestolen

Bij het ministerie van Buitenlandse Zaken en het ministerie van Defensie zijn afgelopen jaren meerdere pogingen gedaan door landen om heimelijk te spioneren. Volgens het NCSC is dat ook gedaan door landen die nog niet eerder als dreiging tegen Nederlandse overheidsnetwerken werden waargenomen. Het centrum wil niet toelichten om welke landen dat gaat. Meer dan honderd landen bezitten momenteel de capaciteit om digitaal te spioneren.

Lees ook over gevreesde spionage door de Britten: Geheime diensten zijn nooit bevriend, zeker niet bij Brexit

Naast politieke spionage, komt het NCSC ook veel spionagepogingen tegen met economisch motief. Afgelopen jaren zijn meerdere binnen- en buitenlandse bedrijven aangevallen. Daarbij zijn naast persoonsgegevens ook vertrouwelijke en geavanceerde ICT-, maritieme, energie- en defensietechnologieën gestolen.