Recensie

Betoverende auditieronde voor een ‘hemels orkest’

Holland Festival

Studenten van het Koninklijk Conservatorium voorzagen Stockhausens Orchester-Finalisten over de gehele linie van een hoog spelniveau.

Karlheinz Stockhausen (1928 - 2007) in 1973. Foto Clive Barda /Arena Pal

Karlheinz Stockhausen droomde vaak dat hij vloog. Ook in zijn composities koos hij geregeld het luchtruim. Letterlijk, zoals in het roemruchte Helikopter-Streichquartett uit zijn Licht-opera Mittwoch. Of figuurlijk, zoals in Orchester-Finalisten, de tweede scène uit dezelfde opera. Dinsdag gaven studenten van het Koninklijk Conservatorium een concertante uitvoering in het Muziekgebouw aan ’t IJ.

Een auditieronde voor een hemels orkest, dat is Orchester-Finalisten, voor elf solisten en tape in een notendop. Een voor een spelen de instrumentalisten hun partijen, temidden van elektronische klankschappen die in de geluidsregie van Jan Panis en Renee Jonker verrassend realistisch-ruimtelijk klonken.

Fagottist Sjoerd Frishert boerde op één been een ultra-bassige dialoog met een verre scheepstoeter op de soundtrack. Omgeven door vrolijke kinderstemmen blies fluitist Tirza Leenman zwoele melodieflarden om even later op de maat van klepgeratel een tarzan-kreet in haar instrument te jodelen. Ook gedenkwaardig: de virtuoze hijg- en zaaggeluiden van contrabassist Miguel Moreno Traba, die ruw werd onderbroken door een mummie op tamtam.

Orchester-Finalisten bleek zowel betoverend als absurdistisch muzikaal theater, met over de gehele linie een hoog spelniveau: allemaal aangenomen.

Stockhausens kamermuziekcyclus Klang is gewijd aan de uren van de dag. Het zeventiende uur, Nebadon, werd dinsdag uitgevoerd in de versie voor hoorn en elektronica. Uit acht ruimtelijk opgestelde luidsprekers cirkelden metalige tape-mixturen als een hallucinante klankhalo boven het publiek. Hoornist Christine Chapman speelde sterk. Meditatieve lijnen in een warme kopergloed, subtiele toonzwenkingen of het complexere demp- en stopwerk: Chapman deed het moeiteloos.