Cultuur

Interview

Interview

Yan Ting Yuen begon haar vader te filmen op het moment dat hij vijf jaar geleden besloot te remigreren, in ‘De keuze van mijn vader’

‘We hebben je gewoon meegesleurd’

Yan Ting Yuen

In ‘De keuze van mijn vader’ verweeft Yan Ting Yuen haar familiegeschiedenis met die van de Chinese migratie.

‘Hebben jullie je ooit afgevraagd wat jullie emigratie voor mij betekende?”, vraagt documentairemaker Yan Ting Yuen (Hongkong, 1967) aan het begin van De keuze van mijn vader aan haar ouders. „Nee, we hebben je gewoon meegesleurd”, antwoordt haar moeder vanaf de achterbank van de auto. Haar vader zegt niets.

De keuze van mijn vader is vele films ineen. Een egodocumentaire die geen egodocumentaire is („Daar heb ik een bloedhekel aan”). Een historisch document over de grote Chinese migratiestromen sinds de Grote Sprong Voorwaarts en de Culturele Revolutie. Een speels filosofisch essay met geënsceneerde scènes over wat vrijheid en identiteit zijn, en over de vraag waarom haar vader, die partijbons had kunnen worden, restauranthouder werd.

Dat is ook het eerste wat ik van de regisseur wil weten wanneer ik haar spreek in haar Amsterdamse woning: heb je er ooit een bevredigend antwoord op gekregen? Yuen: „Ik kwam de film in met een zak vol vragen, en die heb ik allemaal kunnen stellen, maar uiteindelijk kreeg ik nooit het antwoord dat ik wilde. Ik ben natuurlijk ook totaal verwesterd inmiddels. Ik zou het niet in mijn hoofd halen om zonder overleg met mijn dochter naar de Noordpool te verhuizen waar het koud is en ik de taal niet spreek. Maar mijn ouders en ik zitten in een compleet ander universum wat dat betreft. Bovendien, en dat geldt voor heel veel Aziaten, maar waarschijnlijk ook voor veel andere ouders: we praten over alles, behalve over wat ertoe doet.”

Cultureel niemandsland

Yuen, die zelf als zesjarige naar Nederland kwam, waar haar ouders een restaurant begonnen in Maastricht, maakte naam met documentaires die altijd het niemandsland tussen twee culturele identiteiten verkennen: Chin.Ind. Een leven achter het doorgeefluikje (2003) over een echtpaar dat een Chinees restaurant runt, en Het Geheim van de HEMA (2012) over de internationale uitbreidingsplannen van de HEMA, ook in Shanghai. Ze beschrijft hoe ze lange tijd twee identiteiten had: een Nederlandse waarin ze droomde van blond haar en zeiltochtjes met de familie, en een Chinese, waarin ze haar haar in een bob knipte zodat ze niet „op zo’n rare Chinees uit het Westen” zou lijken.

Nooit bleef ze echter zo dicht bij huis. Ze begon haar vader te filmen op het moment dat hij vijf jaar geleden besloot te remigreren. Nog niet eens met het idee om er een film van te maken. „Pas later ben ik er door anderen van overtuigd dat het een mooi verhaal is.”

Haar vader overleed vorig jaar en heeft niets meer van de film kunnen zien. Maar de vele emotionele reacties na de première op het Filmfestival Rotterdam sterkten haar in de overtuiging dat ze aan de hand van zijn individu die grotere geschiedenis heeft kunnen vertellen. „Voor heel veel tweedegeneratie-Chinezen is deze film het bewijs dat je gehoord en gezien mag worden.”

Het smaakt naar meer. Als ze klaar is met haar huidige project De achtste dag, een onderzoek naar de spannendste week van de kredietcrisis in Europa, wil ze terug naar Hongkong voor een nieuwe film, The Hong Kong Project, „een soort Boyhood in documentairevorm over het steeds verder terugdringen van de democratie”. Twee projecten waarin ze de geschiedenis probeert te vatten in film.

Dat doet ze nu natuurlijk al. Archiefbeelden van de hongersnood en het vrije leven in het Hongkong van de jaren zestig bedden in De keuze van mijn vader het persoonlijke verhaal in de grotere historische context in. „Chinezen worden altijd beschouwd als de geslaagde groep immigranten”, zegt ze. „Maar er was best heel veel eenzaamheid. Maar ja, dat geef je niet toe. Dat was ook de tragiek van mijn vader: dat restaurant liep voor geen meter.”

Louis Vuitton

De grappigste scènes uit de film zijn die waarin Yuens Chinese familieleden zich verbazen over haar beroep, en het feit dat ze er amper geld mee verdient. „Dat materialistische is heel erg Chinees. Succes is in heel Azië van belang, maar wij komen ook nog eens van het platteland, dan is de droom niet dat je dochter museumdirecteur wordt, maar manager of dokter.” Hoe haar leven eruit had kunnen zien als ze gebleven was zien we aan haar neef en nicht, die precies even oud zijn, maar heel andere levens leiden. „Ze zijn mijn alter-ego’s in de film. Mijn nicht is een heel rijke Tai Tai geworden, een typische Hongkongse rijkeluisvrouw, die op een namiddag even een Louis Vuittontasje gaat kopen. Mijn neef komt van het vasteland en heeft de omwenteling meegemaakt van communisme naar Chinees kapitalisme, zoals dat nu heet. Dapeng, het geboortedorp van mijn vader, ligt in de achtertuin van Shenzhen, een van de steden waar je vrijhandel mag bedrijven. Dus hij heeft enorm geprofiteerd van de waardestijging van de grond.”

Dat Louis Vuittontasje zou ze ook wel willen kopen. „Nou ja, niet dat tasje, meer dat het kan. Daar ben ik soms wel eens jaloers op.” Waar zouden haar neef en nicht omgekeerd jaloers op zijn in haar westerse leven? „Niet de vrijheid”, antwoord Yuen. „Voor mij is geluk vrijheid. Dat je kunt zijn wie je wilt. Zij leven in een bepaald stramien en zijn daarbinnen ongetwijfeld ook volkomen gelukkig. Dat je buiten dat stramien je eigen leven vorm kunt geven, is iets wat niet bij hen opkomt. Dus als je ze zou vragen waar ze jaloers op zijn, dan zeggen ze waarschijnlijk zoiets als de frisse lucht.”