Wachten op de trein in het Museum van Floortje

Stations

Deze zomer komen er minimusea op treinperrons. De eerste is van Floortje Dessing. Volgen nog: Kenny B en Filemon Wesselink.

Foto Bram Petraeus

Op het drukste perron van station Leiden, 8 en 9 b, opent Floortje Dessing (Floortje naar het Einde van de Wereld) deze woensdagavond een minimuseum. Het zal er vier weken staan. Daarna verhuist het naar Arnhem, waar het wordt ingericht door zanger Kenny B. En zo nog drie keer door, naar Utrecht (Soufiane Touzani, voetballer en rapper), Zwolle (Filemon Wesselink, documentairemaker en presentator) en Amsterdam (Yvette van Boven, kok en schrijver).

Hoe zo’n museum eruit ziet? Het bestaat voornamelijk uit twee speciaal gemaakte vitrines, die precies passen aan de korte kanten van de glazen wachtruimtes aan het uiteinde van een perron. Erin, althans in Leiden: objecten uit Oceanië en de Stille Zuidzee (sieraden, slagwapens, gebruiksvoorwerpen, modellen van boten).

Want die zocht Floortje Dessing uit, toen ze werd rondgeleid in het depot van het Museum Volkenkunde in Leiden. Inclusief de depots van het Amsterdamse Tropenmuseum en het Afrika Museum in Berg en Dal (de drie musea zijn gefuseerd) telt die collectie 375.000 objecten. Niet meer dan een klein deel daarvan wordt getoond in de musea. En in die musea komt weer niet meer dan een klein deel van de bevolking: vaak blank, meestal ouder, doorgaans hoger opgeleid.

Dus dat is het idee, vertelt ‘hoofd collectiebeheer’ Cindy Zalm: „Op een station bereik je een ander publiek. En dat publiek willen we dingen laten zien die anders verborgen blijven.”

Vandaar ook de inzet van (bij jongeren vermaarde) BN’ers: zij maken niet dezelfde keuzes als een conservator en brengen die keuzes anders aan de man. Laatste verschil: „Een conservator begint met een verhaal, waar hij objecten bij zoekt. Nu is het andersom gegaan – en tonen we een bonte verzameling van diverse objecten. Je ziet meer de rijkdom van het depot.”

Op een station bereik je een ander publiek. En dat publiek willen we dingen laten zien die anders verborgen blijven

Hoe ging de selectie in zijn werk? De vijf BN’ers kozen eerst een thema (Oceanië en de Stille Zuidzee, bijzondere muziekinstrumenten voor Kenny B, enzovoort), waarna het museum een voorselectie maakte: welke objecten kunnen het aan om enkele weken te worden geëxposeerd in een niet-museale omgeving? Zalm: „De vitrines hebben klimaatbeheersing, maar het is toch net wat minder dan in het museum.”

Vijftig voorwerpen

Vervolgens ging het erom het thema zo gevarieerd mogelijk tot uitdrukking te brengen: in soorten objecten, maar bijvoorbeeld ook in materiaal (schelpen, hout). Dat resulteerde steeds in een vijftigtal voorwerpen, waar de BN’er drie favorieten van uitkoos (Floortje Dessing een armband, een ketting en het houten model van een boot).

Die drie staan in één van de twee vitrines, met daarin ook een scherm waarop Floortje Dessing in een korte film haar keuze toelicht. Ertegenover, aan de andere kant van de wachtruimte, een vitrine met nog een stuk of vijfentwintig objecten. Je kunt naar binnenlopen om ze te zien, maar van buiten bekijken kan ook.

De minimusea zijn gratis toegankelijk, het zijn immers wachtruimtes, en open van 6 uur ’s morgens tot middernacht. Ze komen op drukke, moderne stations met vergelijkbare wachtruimtes, waar de bankjes niet tegen de wanden staan en waarin de op maat gemaakte vitrines exact passen. Omdat zulke wachtruimtes ontbreken in Amsterdam, komt Yvette van Bovens keuze in het Tropenmuseum.

En dan waren er nog een paar eisen van de NS en ProRail. Zo moest in de volgorde van de minimusea rekening worden gehouden met geplande werkzaamheden op perrons en mochten de wanden niet ondoorzichtig worden gemaakt: uit veiligheidsoverwegingen moet je kunnen zien wat er vanbinnen gebeurt. Ook is het stemgeluid in de begeleidende video’s vervangen door tekstballonnen: reizigers moeten de omgeroepen reisinformatie kunnen horen. Tenslotte moesten de vitrines hufterproof zijn. Bewaking was er al: overal op het station hangen camera’s.

Een conservator begint met een verhaal, waar hij objecten bij zoekt. Nu is het andersom gegaan

En hoe wordt het effect gemeten? Dat gebeurt met elektrische mensentellers boven de toegangsdeur. Er komt een Instagram-tour, ook het gebruik daarvan is meetbaar. Cindy Zalm: „En in Leiden gaan we er de komende weken gewoon bij zijn. Dan vragen we de mensen wat ze vinden.”

Het Museum van Floortje opent 21 juni om 19.30 uur en duurt t/m 23 juli. Daarna volgen Arnhem (27/7-20/8), Utrecht (24/8-24/9), Zwolle (28/9-22/10) en Het Tropenmuseum in Amsterdam (25/10).