Column

Vrouw alleen naar Colombia

De kinderen in de familie worden alsmaar groter en ouder en voor je het weet staan ze voor je als volwassen mensen die, geheel buiten jou om, hun toekomst hebben bepaald. Geef ze eens ongelijk, want wat zouden ze aan jouw advies hebben gehad?

Ze begrijpen meer van de wereld van nu dan jij. Ze zijn bovendien gezegend met een onbevangenheid waar je alleen maar jaloers op kunt zijn. Ze durven ook meer, omdat ze minder beren op de weg naar het geluk zien.

Op een familiefeestje ontmoette ik een kleindochter van mijn schoonzus, die achttien jaar was geworden. Een vrouw dus, terwijl ik nog het meisje van enkele jaren geleden in gedachten had. Over haar vader had ik vroeger weleens iets geschreven. Hij is een Puerto-Ricaan uit de South Bronx in New York, een toen nogal gewelddadige omgeving met veel jeugdbendes. In zijn flatgebouw woonde ook de beginnende komiek Richard Pryor, een aardige man die af en toe mee kwam eten en met Halloween aan de kinderen muntjes gaf in plaats van snoepjes.

Haar vader ontmoette haar Nederlandse moeder toen die een poosje in Amerika werkte. Zij besloten zich definitief in Nederland te vestigen – een land dat ze veiliger en rustiger voor hun kinderen vonden.

Hun dochter had net haar vwo-eindexamen achter de rug, toen ik haar op dat feestje ontmoette. Ik vroeg haar naar haar toekomstplannen. Klopte het dat ze een tijdje in Mexico ging wonen? Ja, maar ze had haar plannen gewijzigd, bij nader inzien koos ze liever voor Colombia.

Ik keek haar peinzend aan. Mexico had ik al een moedige keus gevonden voor een alleenreizende vrouw van achttien, maar Colombia? Kon ik daar nog wel een positief reisadvies voor verstrekken? Gelukkig besefte ik op tijd dat mij niets, maar dan ook helemaal niets, gevraagd werd. Ik herinnerde me weer die ooms en tantes van vroeger die veel beter waren in afraden dan in aanraden. Ik slikte mijn bezwaren in tegen de nogal woelige reputatie van Colombia en vroeg wáár ze precies ging wonen.

„Medellín”, zei ze achteloos.

Ik moest blijven slikken, merkte ik meteen, maar kon toch niet nalaten om mijn schrik samen te ballen in de korte uitroep: „Medellín?”

„Ja”, lachte ze ontspannen.

Van Medellín weet ik eigenlijk alleen dat Pablo Escobar er een van de schatrijkste drugsbaronnen ter wereld was, verantwoordelijk voor het op grote schaal omkopen van overheidsdienaren en de moord op 8.000 mensen, onder wie drie presidentskandidaten.

„Waarom daar?” vroeg ik.

Escobar is alweer lang dood, maar hij heeft op mij kennelijk een onvergetelijke indruk gemaakt, en niet alleen op mij. Ze vertelde dat ze er vier maanden lang een cursus Spaans wilde volgen, een betere cursus dan in Mexico. Al die tijd zou ze tegen betaling inwonen bij een Colombiaans gastgezin.

„Waarom ga je niet in Spanje studeren?”, vroeg ik. Franco is immers al veel langer dood dan Escobar.

„Omdat ik het Latijns-Amerikaanse Spaans mooier, zachter vind dan het Spaanse Spaans”, zei ze. Zij kan het weten met zo’n vader.

„En waarom wil je het zo graag leren?”, vroeg ik.

„Omdat ik dan ook beter met mijn oma in Amerika kan praten”, zei ze.

Daar had ik niet van terug.