Recensie

Verzeild in een moreel drasland

‘Câini’ is sinister en vreemd: uitgebeend en traag, daaronder gist het.

Zo’n eerste shot. Vliegen zoemen in een moeras. Kikkers kwaken. En net als je verwacht dat er eentje tevoorschijn zal springen uit een rimpeling in het kroos duikt daar een afgehakte voet op. Zo’n film dus. Waarin die afgehakte voet en die vliegen maar in je hoofd blijven zeuren bij alles wat er verder gebeurt. Een jonge man komt uit de stad naar een godvergeten uithoek op de grens van Roemenië en Oekraïne om het land te verkopen dat hij van zijn grootvader heeft geërfd. Maar dat gaat zomaar niet. Opa blijkt de plaatselijke godfather te zijn geweest. Oom is politiechef – een van tragisch-absurdisme doortrokken schertsfiguur. En zo raakt de naïeve, onwillige Roman verzeild in een moreel drasland. Het wachten is op die voet.

Câini (‘Honden’) werd vorig jaar na zijn première in Cannes al vergeleken met films van de Coen-brothers als Blood Simple en No Country for Old Men, maar dan wel met die typisch Roemeense ‘touch’, die we kennen uit films als The Treasure en Bacalaureat, die afgelopen najaar nog in de Nederlandse bioscopen te zien waren: films die met tergend scherpe scalpels autopsie plegen op het gecorrumpeerde geweten van hun land. De stijl is uitgebeend, traag soms, daaronder gist het. Câini is sinister en vreemd. Het is niet dat we dit soort situaties niet eerder in films hebben gezien, zeker uit dit deel van de wereld. En ook wel beter verteld. Câini is meer schilderij dan verhaal. Maar het hypnotiseert, omdat we weten dat we in dat landschap zelf ook moreel zouden verdwalen.