Turkse recessie lijkt afgewend

Groei

De Turkse economie bloeit: huishoudens geven meer geld uit en investeerders keren terug. Is de crisis bezworen?

De Turkse economie groeide in het eerste kwartaal van 2017 met 5 procent, onder meer doordat er meer geld werd uitgegeven. Foto Murad Sezer/Reuters

Turkije leek begin dit jaar af te stevenen op een economische crisis. Te midden van terroristische aanslagen, massale ontslagen en arrestaties na de mislukte coup, en politieke onzekerheid in aanloop naar het referendum, bleven de toeristen weg, verloren buitenlandse investeerders hun vertrouwen in de Turkse economie en daalde de export.

De groei daalde in het derde kwartaal van 2016. De werkloosheid steeg naar 13 procent, het hoogste percentage in zeven jaar, de inflatie liep op naar ruim 11 procent, en de lira verloor veel waarde ten opzichte van de dollar, waardoor bedrijven met schulden in dollars in moeilijkheden kwamen. De grote ratingbureaus verlaagden de kredietwaardigheid van Turkije tot junkstatus. Het leek een kwestie van tijd voordat Turkije in een recessie zou belanden.

Verrassend boven verwachting

Maar tot verrassing van velen is de dreigende crisis voorlopig afgewend. De Turkse economie groeide in het eerste kwartaal van dit jaar met 5 procent, zo maakte het statistische bureau Turkstat vorige week bekend. Dat is boven verwachting. Turkse huishoudens gaven meer geld uit, de export groeide en buitenlandse investeerders keerden terug.

„Het ergste is voorbij”, zei de Turkse president Recep Tayyip Erdogan dit weekend in een toespraak voor de Turkse Vereniging van Exporteurs.

Volgens econoom en auteur van dertig boeken over de Turkse economie, Mustafa Sonmez, is Erdogans optimisme niet gerechtvaardigd. „Het is uitstel van executie.”

In aanloop naar het referendum heeft de Turkse regering alles uit de kast gehaald om de nakende crisis af te wenken. Ankara verhoogde de overheidsuitgaven, introduceerde een plan om de schulden van bedrijven te verlichten, kwam met staatsgaranties voor banken zodat ze geld bleven uitlenen, en verlaagde de belasting op duurzame goederen in een poging de consumptie te stimuleren. Daarbij creëerde Ankara een staatsinvesteringsfonds, dat volgens Sonmez fungeert als een soort parallelle begroting, en dat werd ingezet om de crisis af te wenden.

Gewenst effect

De maatregelen hadden het gewenste effect. De publieke consumptie, een zesde van de Turkse economie, steeg met 9,4 procent ten opzichte van een jaar eerder. De huishouduitgaven, van oudsher de motor van de economie, namen met 5,1 procent toe. En de export van goederen en diensten steeg met liefst met 10,6 procent, mede dankzij de zwakke lira en de aantrekkende economie in Europa, de belangrijkste handelspartner van Turkije.

Het succes is echter niet alleen te danken aan het regeringsbeleid, stelt Sonmez. „De Turkse economie is sterk afhankelijk van geld uit het buitenland. De afgelopen jaren profiteerde Turkije van het Amerikaanse stimuleringsbeleid. Doordat de Fed [Amerikaanse centrale bank, red.] de rente na de financiële crisis laag hield, was er veel goedkoop geld op de markt.” Een groot deel vond zijn weg naar opkomende economieën zoals de Turkse, die sinds 2002 verviervoudigde als gevolg van stijgende binnenlandse consumptie en een hausse in de bouwsector.

„Eind 2016 en begin 2017 zagen we de buitenlandse investeringen sterk teruglopen”, zegt Sonmez. „Na de verkiezing van Donald Trump tot president van Amerika overheerste optimisme op de financiële markten. De grote investeringsfondsen verwachtten dat de Fed de rente zou verhogen. Ze investeerden hun geld niet langer in opkomende economieën, maar haalden het terug naar de VS. Hierdoor steeg de waarde van de dollar ten opzichte van lokale munten, zoals de Turkse lira.”

Maar doordat de economische prestaties van Trump tegenvielen, richten investingsfondsen zich toch weer op de opkomende economieën. Turkije profiteert daarvan.

Waarom zouden investeerders terugkeren naar Turkije? De kredietbureaus hebben immers hun risico-inschatting niet bijgesteld. Volgens Sonmez zijn alleen de kortetermijninvesteringen toegenomen. „Er is geen serieuze stijging van directe buitenlandse investeringen te zien. Want de onderliggende problemen van de Turkse economie zijn niet opgelost: hoge werkloosheid, inflatie van dubbele cijfers, een structureel tekort op de betalingsbalans en een stijgend begrotingstekort.”

Sceptische economen

De groeicijfers geven volgens Sonmez dus een vertekend beeld. Bovendien wordt er getwijfeld aan hun betrouwbaarheid. Want Turkstat heeft eind vorig jaar zijn rekenmethode aangepast, officieel om te voldoen aan de Europese standaard. Maar veel economen zijn sceptisch. „Turkstat baseerde zich nu op de winst- en verliesrekeningen van bedrijven. Dat is niet gezond. Zo kwam het bbp over 2015 door de nieuwe methode ineens 20 procent hoger uit. Maar de cijfers staan niet in verhouding met andere economische indicatoren, zoals de werkloosheid.”

Daarom wilden het IMF en de Wereldbank de nieuwe cijfers aanvankelijk niet gebruiken. Maar inmiddels zijn ze van gedachten veranderd. Waarom weet Sonmez niet. „Wellicht denken ze: het is jullie probleem. Maar de kredietbureaus kunnen de Turkse economie niet ineens gezond verklaren. Er is geen andere autoriteit die cijfers publiceert, dus we zullen het hiermee moeten doen.”